Redelijke gebruiksvergoeding voor niet-professionele foto’s

In 2013 schakelen de eigenaren van een schilder- en architectuurbedrijf, Drent, een fotografe in om de website en facebookpagina van het bedrijf te ontwerpen. De fotografe maakt een aantal interieurfoto’s, die op de facebookpagina en website van het bedrijf zijn geplaatst. Omdat Drent en de fotografe het vervolgens niet eens werden over het formaat van de foto’s, beëindigde de fotografe de samenwerking en verzocht zij Drent de foto’s te verwijderen. Het ging om 133 foto’s, waarvoor Drent niks betaald heeft. Deze foto’s zijn vervolgens meer dan twee jaar op de website van Drent blijven staat. De fotografe eist verwijdering van de foto’s en een schadevergoeding van bijna € 250.000 (!).

De fotografe heeft haar astronomische schadevergoeding gebaseerd op de vergoedingen uit de tarievenlijst van Stichting Foto Anoniem, waarbij het vergoedingstarief afhangt van het formaat van de foto en de duur van het gebruik. Rechters passen die tarieven soms toe in soortgelijke zaken (zie over het plaatsen van foto’s zonder toestemming ook deze eerdere post). Het probleem is dat daarbij meestal buiten beschouwing blijft dat in die tarieven een extra vergoeding is opgenomen. Want in feit koop je bij deze stichting een soort verzekering. Dat maakt het mogelijk foto’s te gebruiken waarvan de maker onbekend is. Dat betekent ook een hogere vergoeding, die dus als een soort verzekering werkt tegen schadeclaims van de maker van de foto’s (als die opduikt). Het ligt dan ook misschien niet voor de hand deze tarieven als uitgangspunt te nemen voor het berekenen van de standaardvergoedingen. Daar komt bij dat achter de stichting de makers zitten, die dus belang hebben bij hogere vergoedingen. Daar is natuurlijk niets mee mis, maar daar zullen rechters wel rekening mee moeten houden.

De rechtbank oordeelde dat Drent de foto’s zonder vergoeding mocht gebruiken, omdat zij Drent hiertoe stilzwijgende toestemming zou hebben gegeven. De fotografe gaat in hoger beroep. Het hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het in het midden kan blijven of er sprake is van stilzwijgende toestemming, omdat de toestemming hoe dan ook zou zijn ingetrokken bij het opzeggen van de samenwerking. Het hof oordeelt daarnaast dat de foto’s auteursrechtelijk beschermd zijn en dat het voor de bescherming niet uitmaakt dat de foto’s niet met een professionele camera zijn gemaakt.

Vervolgens gaat het hof in op het kernpunt van deze zaak: de begroting van de schade. De fotografe eist bovenop de vergoedingen uit de tarievenlijst een opslag van 25% voor het ontbreken van de vermelding van haar naam bij de foto’s, wat in totaal neerkomt op bijna € 250.000. Deze berekening wijst het hof af: “Dat [de fotografe, red.] ten tijde van het maken van de foto’s heeft beoogd om deze commercieel aan te bieden en dat zij zich destijds als professioneel fotograaf profileerde, is het hof niet gebleken. De overlegde tarievenlijst van de stichting Foto Anoniem biedt in de gegeven omstandigheden dan ook onvoldoende aanknopingspunten om tot een redelijke schadeberekening te komen.

Het hof zoekt vervolgens voor de schadebegroting aansluiting bij een redelijke gebruiksvergoeding, de vergoeding die Drent normaal gesproken voor de foto’s had moeten betalen. Het hof schat de schade op een totaal van € 1.500, waarbij ze rekening houdt met dat de fotografe bij het maken van de foto’s niet het doel had om geld te verdienen.

Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Drents tot vergoeding van de schade (€ 1.500). Zowel Drents als de fotografe moeten hun eigen proceskosten betalen.