Artistieke vrijheid kan een geldige reden zijn om een merk te gebruiken in kunst

De popart kunstenaar Cedric Peers maakt schilderijen en andere kunstwerken. Volgens zijn website houdt hij zich bezig met het toegankelijk maken van kunst en “marketing transformeren in kunst“. Op een aantal kunstwerken van Cedric wordt het champagnemerk Dom Pérignon afgebeeld. Vaak hebben deze kunstwerken een ironische en soms erotische inslag. Moët Hennessy Champagne Service (MHCS) is houder van de merkenrechten voor de ‘buikachtige’ flessen van Dom Pérignon en de schildvormige etiketten op de flessen.

MHCS is niet blij met de kunstwerken en stelt dat ze inbreuk maken op de door haar ingeschreven merken. Zij stelt dat Cedric de merken zonder geldige reden gebruikt om voordeel uit de merken te trekken, waardoor er afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van de merken van MHCS (de inbreukgrond van artikel 2.20 lis 2 sub b BVIE). MHCS stapt naar de Belgische rechter. Cedric verweert zich met een beroep op vrijheid van meningsuiting op grond van artikel 10 EVRM, in het bijzonder de artistieke vrijheid. De Belgische rechter besluit een prejudiciële vraag te stellen aan het Benelux Gerechtshof over of de artistieke vrijheid een geldige reden kan zijn binnen het merkenrecht, waardoor er geen sprake is van merkinbreuk.

Dit is zeker niet de eerste zaak waarin IE-rechten staan tegenover het grondrecht op vrijheid van meningsuiting en de artistieke vrijheid. In 2011 oordeelde de rechtbank Den Haag in de vergelijkbare zaak Plesner vs Louis Vuitton dat de kunstenares Nadia Plesner een beroep kon doen op haar grondrecht op vrijheid van meningsuiting. De rechtbank overwoog onder meer dat “het belang van Plesner bij het vrij (kunnen blijven) uiten van haar (artistieke) mening via het werk “Simple Living” zwaarder [dient] te wegen dan het belang van Louis Vuitton bij het ongestoord genot van haar eigendom.”. Louis Vuitton had zich in die zaak op haar modelrecht beroepen (mogelijk omdat auteurs- en merkenrecht meer excepties kennen).

Artistieke vrijheid geniet vergaande bescherming, waarbij kunst in beginsel mag “offend, shock or disturb”. De bekendheid van een merk mag onder omstandigheden worden gebruikt als statussymbool om een maatschappijkritische boodschap over te brengen. Lees meer over de Plesner-zaak in onze blog hierover.

Ook in de zaak tussen Cedric en MHCS wint de artistieke vrijheid. Het Benelux Gerechtshof oordeelt dat de artistieke vrijheid, als onderdeel van de vrije meningsuiting van de kunstenaar, een geldige reden kan opleveren en dat er daardoor dus geen sprake is van een merkinbreuk. Volgens het Benelux Gerechtshof moet daarvoor sprake zijn van een “kunstuiting die het originele resultaat is van een creatief vormgevend proces” en de kunstuiting mag er niet op gericht zijn het merk of de merkhouder schade toe te brengen.

Deze uitspraak bevestigt dat het begrip ‘geldige reden’ uit het merkenrecht ook kan bestaan uit een beroep op artistieke vrijheid. Hierdoor kunnen kunstenaars, onder bepaalde omstandigheden, gebruik maken van bekende merken in hun kunstwerken.