Hof Amsterdam bevestigt: €13.000 aan proceskosten vorderen in inbreukzaak over 1 foto is buitensporig

In de zomer van 2017 maakt een vrouw met haar telefoon een foto van de uitvoering van de musical ‘The Bodyguard’, waarop meerdere acteurs van de musical te zien waren. De foto werd in een plaatselijk krantje en op de online website gepubliceerd, zonder naamsvermelding. Dit was reden voor de maakster van de foto om naar de kantonrechter te stappen. Ze vorderde van Rodi Media, de exploitant van de website, onder andere een schadevergoeding van €841,25 gebaseerd op de tarievenlijst van Stichting Foto Anoniem en €12.920,51 aan proceskosten.

De kantonrechter wees een bedrag van €426,- aan schadevergoeding toe (een bedrag dat de maakster aanvankelijk in het kader van een schikking bereid was te accepteren), omdat er geen sprake was van een commercieel belang, de maakster eerder de foto voor twee kaartjes ter beschikking had gesteld en daarnaast onvoldoende is gebleken dat zij een professionele fotograaf is. Volgens de kantonrechter leidden deze omstandigheden tot onvoldoende aanknopingspunten om tot een schadeberekening aan de hand van de Stichting Foto Anoniem te komen (zie voor een vergelijkbaar oordeel MR 2019-020). De vordering tot vergoeding van de volledige proceskosten werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waardoor iedere partij haar eigen kosten draagt. Hierbij overwoog de kantonrechter nog ten overvloede dat de door de gemachtigde van de maakster ingediende berekening van de kosten tot een bedrag van € 12.920,51 buitensporig is en dat het auteursrecht bedoeld is om aan auteurs van werken een gerechtvaardigde vergoeding te geven voor het vervaardigde werk en niet voor het opdrijven van een vergoeding voor de gemachtigden, wat ook niet in het belang van de auteursrechthebbende is.

De maakster gaat in hoger beroep en stelt daar onder andere dat de proceskosten door toedoen van Rodi Media noodzakelijk zijn gemaakt en het recht op volledige proceskostenveroordeling in IE-zaken hier van toepassing is. Het hof is het echter eens met de kantonrechter:

Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat de door [appellante] ingediende berekening in het licht van het betrokken belang buitensporig is, nog daargelaten dat het aantal gemaakte uren door Rodi Media gemotiveerd wordt betwist en dat de kantonrechter een deel van de vordering blijkens het voorgaande (rov. 3.5) terecht heeft afgewezen. Van redelijke en evenredige proceskosten kan niet worden gesproken, terwijl ook de billijkheid zich verzet tegen toewijzing.

De grieven van de maakster falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.