Inschrijving ‘Allah’-beeldmerk afgewezen

Het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) heeft recentelijk geweigerd het links afgebeelde teken in het merkenregister in te schrijven.

Er wordt in het merkenrecht onderscheid gemaakt tussen absolute- en relatieve nietigheidsgronden (ook wel weigeringsgronden genoemd). Absolute nietigheidsgronden vinden toepassing als het merk in het algemeen ontoelaatbaar wordt geacht. Relatieve nietigheidsgronden zien op rechten van derden. Het BBIE toetst alleen op absolute gronden.

Het BBIE heeft de deposant van het teken, de kunstenaar Teun Castelein, laten weten dat zij het beeldmerk (bestemd voor onder meer lederwaren, kleding en schoeisel) heeft geweigerd op basis van de volgende nietigheidsgrond: ‘Het teken ALLAH, de in de islam gehanteerde naam voor God, zal niet als merk worden opgevat en mist derhalve ieder onderscheidend vermogen.’

Weigering inschrijving vs. bestaande merken

In hoeverre worden religieuze tekens succesvol in het merkenregister ingeschreven? In het register zijn talloze voorbeelden te vinden van Benelux- en Europese registraties van religieuze tekens als merk. Denk bijvoorbeeld aan Jesus, Jesus is my Homeboy en Big Buddha voor kleding, God is busy, can I help you? voor een tv-programma, God Tube voor een videonetwerk en de bekende merken van kledingproducent Gsus.

Ook is het teken Shiva (de naam van de Hindoe-god) in het verleden met succes ingeschreven voor (pornografische) films. Maar daaromtrent stelde het BBIE zich -na veel verontwaardiging- op het standpunt dat ze zich niet had gerealiseerd dat Shiva ‘meer dan alleen een meisjesnaam is’. 

Dat Jesus en Mohammed meer dan jongensnamen zijn had het BBIE zich vast ook niet gerealiseerd toen zij deze namen als merk registreerde. En wat het BBIE dacht toen zijn de vele Ganesh merken registreerde is nog minder goed te begrijpen, nu Ganesh een van de belangrijkste Hindoeïstische goden is. Al met al geldt dat de overheid (het BBIE is een overheidsinstelling) in beginsel dus meewerkt aan het monopoliseren van religieuze tekens. 

Maar waarom kan het inschrijven van Jesus of Big Buddha voor kleding wel, maar wordt het teken Allah voor onder meer kleding geweigerd? Vanuit een zuiver merkrechtelijk perspectief is de ratio daarvan niet in te zien. Waarom zou Jesus voor kleding immers wel onderscheidend vermogen kunnen hebben, en Allah niet? 

Verder geldt dat het bij het Allah merk gaat om een beeldmerk met gestileerde letters, en niet zoals bij Jesus enkel om een woordmerk. Het Allah teken heeft in mijn optiek daarmee van huis uit reeds meer onderscheidend vermogen dan het -wél ingeschreven- Jesus-merk. Overigens is de vraag in hoeverre het überhaupt wenselijk is dat religieuze namen kunnen worden gemonopoliseerd voor commerciële doeleinden, een heel andere discussie. Het gaat in deze bijdrage alleen om de vraag waarom soortgelijke kwesties door het BBIE verschillend worden behandeld. 

Vervolg 

Voor de kunstenaar staat in elk geval nog bezwaar en eventueel beroep open tegen de weigering. En dat lijkt, mede gelet op inschrijvingen als Jesus, op voorhand zeker niet kansloos. Ook is er inmiddels nog een ander merkdepot verricht: ALLAH voor telecomdiensten. Het is afwachten wat het BBIE daar over gaat oordelen, maar het ligt voor de hand dat ze bij haar hiervoor genoemde standpunt zal blijven.

Zie voor verdere berichtgeving IE-Forum.nl en Advocatenblad.nl .