AG Hof van Justitie: alleen right to be forgotten binnen de EU

Advocaat-generaal Szpunar van het Hof van Justitie van de EU heeft op 10 januari 2019 twee interessante conclusies gewezen over het ‘right to be forgotten’.

Het gaat om twee Franse zaken. In de eerste zaak (CNIL/Google) heeft Google, na een verzoek van een persoon om zoekresultaten te verwijderen, deze zoekresultaten verwijderd, maar alleen binnen de domeinnaamextenties van de Europese Unie. De Franse gegevensbeschermingsautoriteit (CNIL) eist dat Google de verwijdering toepast op alle domeinnaamextenties van haar zoekmachine, dus ook bijvoorbeeld .com. Wereldwijde verwijdering dus. De grondslag hiervoor zou volgens de autoriteit de Europese privacy-richtlijn en het Google Spain arrest zijn. De advocaat-generaal is het daar niet mee eens en vindt dat gekeken moet worden naar de plaats van waaruit de zoekopdracht wordt uitgevoerd. Is dit buiten het grondgebied van de Europese Unie, dan komen de zoekopdrachten niet voor een verwijdering van koppelingen uit de zoekresultaten in aanmerking. Het recht van de Europese Unie kan namelijk niet zo ruim worden uitgelegd dat het ook van toepassing is buiten de landsgrenzen van de lidstaten. Alleen in bijzondere gevallen waarin de interne markt geraakt wordt, kan sprake zijn van extraterritoriale gevolgen (bijvoorbeeld in het mededingings- of merkenrecht). In deze zaak is daar geen sprake van. Daarom is de exploitant van een zoekmachine in principe niet verplicht de verwijdering toe te passen op alle domeinnaamextenties van zijn zoekmachine. De AG benadrukt echter wel een andere belangrijke beperking in het recht op toegang tot informatie. Zodra een recht op verwijdering van koppelingen binnen de EU is vastgesteld, moet de exploitant van een zoekmachine alle mogelijke maatregelen nemen om te zorgen voor een doeltreffende en volledige verwijdering van de koppelingen binnen het grondgebied van de Europese Unie. Volgens de AG kan dit door geoblocking toe te passen: het blokkeren van toegang tot bepaalde webpagina’s op basis van de geografische locatie van de internetgebruiker. Als gevolg hiervan krijgen internetgebruikers met IP-adressen uit EU-lidstaten geen toegang tot de koppelingen in de zoekresultaten, ongeacht de domeinnaam die wordt ingevoerd door de internetgebruiker of de nationaliteit van de internetgebruiker. Geen wereldwijde blokkade dus.

In de tweede zaak (CNIL/betrokkenen) gaat het om de vraag of het verbod om bijzondere persoonsgegevens te verwerken ook van toepassing is op de exploitant van een zoekmachine. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om gegevens over de geloofsovertuiging of gezondheid van personen. De advocaat-generaal beantwoordt deze vraag bevestigend. Dit verbod brengt met zich mee dat de exploitant van de zoekmachine “systematisch de verzoeken tot verwijdering van koppelingen naar webpagina’s met daarop dergelijke gegevens moet inwilligen”, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitzonderingen uit de Europese privacy-richtlijn die deze verwerking toestaan. Het systematisch inwilligen van verzoeken kan een groot risico opleveren voor het recht op toegang tot informatie, omdat hierdoor standaard links op internet verwijderd worden, zonder dat er een belangenafweging plaatsvindt. Hiervoor lijkt Szpunar oog te hebben en hij stelt daarom dat de zoekmachine exploitant altijd nog verplicht is een afweging te maken tussen het recht op bescherming van gegevens enerzijds en het recht op toegang tot informatie en vrijheid van meningsuiting anderzijds. Hierbij moet rekening worden gehouden met de vraag of de betrokken informatie journalistieke, artistieke of literaire doeleinden dient. De vraag is echter hoe een exploitant van een zoekmachine verzoeken tot verwijdering “systematisch” kan inwilligen als de exploitant bij elk individueel verzoek uitzonderingen moet bekijken en juridische belangenafwegingen moet maken. Deze vraag laat de advocaat-generaal helaas onbeantwoord.

Een conclusie van de AG is een aanbeveling voor het Hof. Het Hof volgt meestal het advies van de AG, maar is daar niet toe verplicht. Zo besloot het Hof in het Google Spain arrest de advocaat-generaal niet te volgen (zie ook: MR 2014-035).

Voor een samenvatting in het Nederlands van de twee conclusies: zie hier en hier.