Hoge Raad: stelen van virtueel bezit is ook diefstal

runescape1

Ik doe een spelletje op internet. Het heet Runescape. Het is een spel waar je een klein poppetje bent dat geld kan verdienen“, zo begint de verklaring van het 13-jarige slachtoffer in het procesverbaal van de politie. Het slachtoffer is heel goed in het spel en heeft virtueel een groot bedrag aan coins verdiend. Ook is hij in het bezit  van een – in het spel – zeer waardevol masker en amulet. Dit is niet onopgevallen gebleven bij de andere spelers van Runescape, ook zijn schoolgenoten. Op een dag wordt het slachtoffer door twee schoolgenoten (15 en 16) benaderd en bedreigd.  Onder deze dreiging fietst het slachtoffer mee naar het huis van een van deze jongens. Eenmaal in het huis wordt hij gedwongen in te loggen. Zijn pogingen zich te verzetten worden beantwoord met stompen, slaag en bedreigingen met een vleesmes. Nadat hij is ingelogd maken de jongens het ‘kostbare’ masker en amulet over naar hun eigen account.

Het slachtoffer doet aangifte en de twee verdachten wordt diefstal ten laste gelegd. Ze hebben immers een masker en een amulet gestolen’. Zeker, het amulet en masker zijn het slachtoffer ontnomen maar wat is er precies gestolen? Het masker en amulet bestaan alleen virtueel. Dit gegeven is de aanleiding voor de juridisch interessante vraag: Kan je virtuele goederen stelen?

Om van diefstal te kunnen spreken moet er sprake zijn van een ‘goed’ dat aan iemand ‘toebehoort’ en dat ‘weggenomen’ wordt met de bedoeling het zich wederrechtelijk ‘toe te eigenen’.  De Hoge Raad heeft in een goed leesbaar arrest zich uitgesproken over al deze elementen en geconcludeerd: Ja, virtuele goederen kunnen gestolen worden.

Vooral voor de kwalificatie van een ‘goed’ is in dit opzicht het volgende interessant. Het amulet en het masker bestonden alleen uit bits en bytes én bestonden alleen virtueel. Niets tastbaars dus. Toch oordeelt de Hoge Raad dat “de virtuele aard van deze objecten staat op zich-zelf niet eraan in de weg deze aan te merken als goed“. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat ”voor aangever (slachtoffer red.), verdachte en zijn medeverdachte hun in het spel opgebouwde bezittingen reële waarde hebben, die hen kan worden afgenomen en dat het hier gaat om in de loop van het spel ontstane waarden, die door inspanning en tijdsinvestering zijn verworven of zijn te verwerven”.  Het slachtoffer had binnen het spel de “feitelijke en exclusieve heerschappij” en is deze door het toedoen van de verdachten over deze objecten verloren.  Het masker en het amulet zijn daarom gestolen.

Het vereiste van concrete tastbaarheid was al eerder door de Hoge Raad losgelaten. Energie en giraal geld zijn ook goederen. Virtuele bezittingen worden met dit arrest dus toegevoegd aan de lijst van niet-concreet tastbare goederen.