Staat hoeft geanonimiseerde uitspraak op rechtspraak.nl niet te verwijderen

Op 28 juni 2019 deed de rechtbank Den Haag uitspraak in een geschil tussen mevrouw X en Google. X probeerde daarin zoekresultaten over haar uit Google verwijderd te krijgen. Bij beschikking heeft de rechtbank Den Haag dit verzoek afgewezen. De beschikking is geanonimiseerd volgens de richtlijnen voor de publicatie van gerechtelijke beslissingen en gepubliceerd op rechtspraak.nl. X is het echter niet eens met de publicatie van deze beschikking. Zij start daarom een nieuwe procedure bij de rechtbank Amsterdam tegen de Staat, waarin ze verwijding van de hele beschikking, of in elk geval de delen daarvan die over haar gaan, van rechtspraak.nl eist. Ze doet daarbij een beroep op haar privacyrechten onder  de AVG.

Artikel 17 AVG geeft het recht om, onder omstandigheden, verwijdering van je persoonsgegevens te eisen.

De vraag is alleen: is de geanonimiseerde beschikking op rechtspraak.nl wel een ‘persoonsgegeven’? De rechtbank oordeelt dat een juridische analyse persoonsgegevens kan bevatten, maar op zichzelf geen persoonsgegeven is:

De juridische analyse naar aanleiding van persoonsgegevens [kan niet] worden gekwalificeerd als persoonsgegeven. Hoewel kan worden aangenomen dat de gepubliceerde beschikking persoonsgegevens van [verzoekster] kan bevatten (zie hierna onder 4.8.), kan de beschikking als zodanig (…) niet als persoonsgegeven in de zin van artikel 4 lid 1 AVG worden gekwalificeerd. Dit blijkt ook uit de omstandigheid dat de inhoud van de rechterlijke beslissing zich niet voor controle op de juistheid daarvan en voor correctie leent. De beschikking valt dus niet onder het toepassingsbereik van de AVG.

Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot verwijdering van de hele beschikking af.

Dan beoordeelt de rechtbank het verzoek om delen uit de beschikking te verwijderen. Het belangrijkste argument van X was hierbij dat in de gepubliceerde beschikking gegevens staan vermeld die naar haar herleidbaar zijn, en die verband houden met haar specifieke rol en achtergrond in het vakgebied van het staats- en bestuursrecht. Zij voert aan dat er weinig juristen zijn die deze specifieke rol en achtergrond hebben, en dat deze gegevens daarom persoonsgegevens zijn, die verwijderd zouden moeten worden.

De rechtbank wijst ook deze eis af, en overweegt daarbij dat voor zover dit al persoonsgegevens zouden zijn, de openbaarheid van rechtspraak voldoende grondslag vormt voor het verwerken ervan (artikel 17 lid 3 AVG en o.a. artikel 6 EVRM). Echter, zo oordeelt de rechtbank:

[dat] neemt niet weg dat bij elke gegevensverwerking moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit (vgl. overweging 39 AVG). De inbreuk op de belangen van de betrokkene mag niet onevenredig zijn aan het met de verwerking te dienen doel, en dit doel moet in redelijkheid niet op een ander, voor de betrokkene minder nadelige, wijze kunnen worden verwezenlijkt. Bij deze belangenafweging moeten de omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.”

In deze zaak acht de rechtbank de inbreuk op de belangen van X niet onevenredig, omdat het algemeen belang bij publicatie van de gehele beschikking zwaarder weegt dan het belang van X. De gegevens over X zijn bovendien relevant voor de beantwoording van de rechtsvraag in de beschikking (of X een publiek figuur is) en X heeft ter zitting verklaard dat nog niemand haar heeft weten te vinden als gevolg van de beschikking. De rechtbank oordeelt dan ook dat aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit is voldaan, en wijst ook de eis tot het verwijderen van delen van de beschikking af.