Wet stilzwijgende verlenging eerder van kracht?

stoel_staten-generaalOp 1 december 2011 treedt de Wet stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten (Wet stilzwijgende verlenging) in werking. Drie weken terug heeft mede-initiator en Kamerlid Martijn van Dam een reparatiewetsvoorstel ingediend om de invoering van de Wet stilzwijgende verlenging aan te passen. Dit nieuwe wetsvoorstel beoogt de toepasselijkheid van de nieuwe regels van de Wet stilzwijgende verlenging te vervroegen.

Aangezien deze wet de mogelijkheden om overeenkomsten stilzwijgend te verlengen fors beperkt en de opzegmogelijkheden uitbreidt, wordt met name in de uitgeversbranche gevreesd voor de impact die deze wet zal hebben op de sector. Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet stilzwijgende verlenging is hierover gesproken en dit heeft er onder meer toe geleid dat de termijn voor inwerkingtreding werd gesteld op twaalf maanden. Deze termijn tussen publicatie van de wet en de inwerkingtreding zou volgens het parlement partijen voldoende gelegenheid bieden om voorwaarden en verlengingsprocessen aan te passen.

In de discussie omtrent de inwerkingtreding is echter ook artikel 191 Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek om de hoek komen kijken. Dit artikel, naar mijn idee slechts bedoeld om bij de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek in 1992 de introductie van de toen geheel nieuwe afdeling betreffende algemene voorwaarden in goede banen te leiden, zou wellicht ook van toepassing zijn op latere wijzigingswetten die deze titel aanpassen. Dit zou tot gevolg hebben dat de toepasselijkheid van de nieuwe regels voor abonnementen en overeenkomsten effectief twaalf maanden wordt uitgesteld, wat betekent dat die abonnementen en overeenkomsten tot 1 december 2012 nogmaals stilzwijgend mogen worden verlengd conform de huidige regels (dus bijvoorbeeld voor een jaar zonder tussentijdse opzegging) en de nieuwe regels dus pas na 1 december 2012 van toepassing zijn. Hoewel Van Dam in zijn wetsvoorstel niet met zekerheid stelt dat de overgangsregeling überhaupt van toepassing is, verzoekt hij evengoed tot het uitsluiten van de toepasselijkheid hiervan omdat dit onwenselijk zou zijn.

Wat betekent deze reparatiewet nu voor de inwerkingtreding? In diverse berichten over dit onderwerp is gesuggereerd dat de reparatiewet tot gevolg heeft dat ook voor abonnementen en overeenkomsten die vóór 1 december 2011 zijn verlengd de nieuwe regels per direct van toepassing zouden zijn, en dat consumenten direct na de inwerkingtreding hun stilzwijgend verlengde abonnementen en overeenkomsten moeten kunnen opzeggen. Naar mijn idee is deze lezing echter onjuist. Zonder de toepasselijkheid van artikel 191 van de overgangsregeling zal op een stilzwijgende verlenging van een abonnement of duurovereenkomst vóór 1 december 2011 het ten tijde van de verlenging geldende recht van toepassing zijn. Dit betekent dat een vóór 1 december 2011 stilzwijgend verlengd abonnement of duurovereenkomst rechtsgeldig kan worden verlengd voor een jaar zonder tussentijdse opzegging. Dat een stilzwijgende verlenging van een dergelijk abonnement of duurovereenkomst per 1 december 2011 niet langer mogelijk is zonder tussentijdse opzegmogelijkheid betekent naar mijn idee niet dat de rechtsgeldig verlengde overeenkomst per 1 december 2011 aantastbaar wordt.

Nog afgezien van het feit dat er juridisch geen grond lijkt te zijn voor een directe werking per 1 december 2011, zou een dergelijke directe werking bijzonder merkwaardig te noemen zijn. Effectief betekent dit namelijk dat door invoering van een wet per de invoeringsdatum een rechtsgevolg van een in het verleden rechtsgeldig tot stand gekomen (verlengde) overeenkomst wordt aangetast. Dit zou betekenen dat de Wet stilzwijgende verlenging de facto met terugwerkende kracht in werking treedt, wat een negatieve verrassing voor de uitgeversbranche kan worden genoemd. Indien de reparatiewet een dergelijke directe werking tot gevolg zou hebben lijkt me dit onredelijk, zo vlak voor de inwerkingtreding. Naar mijn idee zal de hierboven geschetste uitfasering van de stilzwijgende verlenging per 1 december 2011 tot een billijker resultaat leiden.