HvJEU: E-mail-, IP-adres en telefoonnummer zijn geen ‘adres’ dat rechthebbenden kunnen vorderen

De films ‘Scary Movie 5’ en ‘Parker’ zijn geüpload op YouTube, waar ze tienduizenden keren zijn bekeken. Dit is uiteraard tegen het zere been van filmdistributeur en producent Constantin Film Verleih, die in Duitsland de exclusieve gebruiksrechten heeft op deze films. Om te achterhalen wie verantwoordelijk zijn voor het uploaden richt Constantin Film Verleih zich tot YouTube (en moederbedrijf Google). Gebruikers kunnen hier immers pas een video uploaden nadat zij een account hebben aangemaakt, waarbij naam, e-mailadres en geboortedatum ingevuld moeten worden. Bovendien vraagt YouTube een telefoonnummer dat geverifieerd wordt met een activatiecode voordat het mogelijk is om video’s van langer dan 15 minuten te plaatsen. YouTube en Google weigeren  gegevens over de uploaders te verstrekken. Dat leidt tot een juridische procedure waarin Constantin Film Verleih inzage vordert in de e-mailadressen, mobiele telefoonnummers en IP-adressen, samen met het exacte moment waarop de films werden geüpload én het IP-adres dat de gebruikers het laatst hebben gebruikt om via hun Google-account toegang te krijgen tot YouTube en het tijdstip waarop gebruikers voor het laatst hebben ingelogd op YouTube.

Op basis van de Handhavingsrichtlijn kunnen rechterlijke instanties bevelen dat informatie wordt verstrekt over de herkomst en distributiekanalen van de goederen en diensten die inbreuk maken op een IE-recht.  Het gaat hierbij onder meer om informatie over de adressen van leveranciers en producenten van inbreukmakende goederen en diensten. Kan het begrip ‘adres’ zo ruim worden uitgelegd dat dit ook de gevorderde (informatie over) e-mailadressen, telefoonnummers en IP-adressen van de inbreukmakers omvat? Met die prejudiciële vraag wendt de Duitse rechter zich tot het HvJEU.

Het Hof wil hier niets van weten en merkt op dat ‘adres’ in de omgangstaal enkel de betekenis heeft van postadres. Ook uit de totstandkoming van de richtlijn blijkt op geen enkele manier dat er meer gegevens zijn bedoeld dan het postadres. Bovendien wordt  er binnen het Unierecht nooit gesproken van een ‘adres’ als het gaat om een e-mail- of IP-adres, zo constateert het Hof in de zaak Constantin / YouTube.

Kortom: het Hof ziet geen reden om aan te nemen dat een ‘adres’ meer omvat dan het postadres. In dit kader merkt het hof nog op dat er in de richtlijn is gekozen voor minimumharmonisatie en dat het lidstaten dus vrijstaat om houders van IE-rechten ruimere rechten op informatie toe te kennen. Hierbij moet wel een juist evenwicht worden gevonden tussen het recht op informatie van rechthebbenden en het recht op bescherming van persoonsgegevens van de gebruikers.