Abonnementenwet: inwerkingtreding per 1 december 2011, maar géén terugwerkende kracht

Per 1 december 2011 treedt de Wet stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten (kamerstuk 30 520) in werking. Heel kort samengevat mogen abonnementen op kranten en tijdschriften een initiële duur hebben van maximaal 1 jaar, en steeds stilzwijgend worden verlengd voor maximaal drie maanden, waarbij het alternatief is dat een abonnement voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van 1 maand wordt afgesloten. Er zijn nog flink wat specifieke regels voor specifieke situaties, maar dit is de kern. De consument kan hierdoor sneller dan nu af van zijn abonnementen.

Er is veel onduidelijkheid over de gevolgen voor op dit moment al bestaande abonnementen. Deze onduidelijkheid is met name ontstaan doordat de Abonnementenwet gevolgd is door een wetsvoorstel voor een Reparatiewet (kamerstuk 32 884). Dit wetsvoorstel ligt momenteel (17 november 2011) bij de Eerste Kamer. Inzet van deze Reparatiewet is het buiten werking stellen van artikel 191 Overgangswet NBW. Dat artikel luidt:  
1.
Afdeling 3 van titel 5 van Boek 6 is op algemene voorwaarden die op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds door een partij in haar overeenkomsten worden gebruikt, van toepassing nadat een jaar na dit tijdstip is verstreken. Gedurende die termijn is de wet evenmin van toepassing op wijzigingen in die voorwaarden na het in werking treden van de wet.

2. In afwijking van artikel 79 kan een beding in algemene voorwaarden deel uitmaken van een overeenkomst, na het verstrijken van het in lid 1 bedoelde tijdvak overeenkomstig afdeling 3 van titel 5 van Boek 6 worden vernietigd; deze vernietiging heeft evenwel geen werking over het tijdvak voordat die afdeling van toepassing is geworden, tenzij het beding toen reeds vernietigbaar of nietig was.

Gevolg van toepasselijkheid van dit artikel 191 zou zijn dat de Abonnementenwet niet op 1 december 2011 in werking treedt, maar pas een jaar later, op 1 december 2012. Dat laatste was nooit de bedoeling van de indieners van de Abonnementenwet. Alle marktpartijen hebben er steeds op gerekend dat per 1 december 2011 de Abonnementenwet in werking treedt, en niet pas een jaar later. Vandaar de Reparatiewet. 

Artikel 79 van de Overgangswet NBW, waarnaar bovenstaand artikel 191 verwijst, bepaalt:

Tenzij anders is bepaald, wordt een rechtshandeling die is verricht voordat de wet daarop van toepassing wordt, niet nietig of vernietigbaar ten gevolge van een omstandigheid die de wet, in tegenstelling tot het tevoren geldende recht, aanmerkt als een grond van nietigheid of vernietigbaarheid.

Dit artikel 79 is door de Reparatiewet niet buiten werking gesteld. De consequentie hiervan is dat voor 1 december 2011 afgesloten abonnementen mogen ‘uitrollen’. Dit is in lijn met de algemene beginselen van overgangsrecht. De Abonnementenwet heeft géén terugwerkende kracht en raakt dus niet reeds voor 1 december 2011 rechtsgeldig afgesloten of verlengde abonnementen. Die rechtshandelingen blijven geldig. 

Een voorbeeld: een bestaand abonnement op een krant is op 1 november 2011 stilzwijgend verlengd met een termijn van één jaar. Op basis van het voor 1 december 2011 geldende recht is die stilzwijgende verlenging zonder meer geldig. Die rechtshandeling is niet nietig of vernietigbaar. Die stilzwijgende verlenging wordt dus niet aangetast door inwerkingtreding van de Abonnementenwet. Dat abonnement loopt dus tot 1 november 2012. 

Op elke rechtshandeling (zoals een verlenging) ná 1 december 2011 is vanzelfsprekend wel het regime van de Abonnementenwet van toepassing. 

Dat de Abonnementenwet geen terugwerkende kracht heeft en dat voor 1 december 2011 verlengde abonnementen gewoon mogen uitrollen, is eerder al bevestigd door de Consumentenautoriteit. Dat gaf helderheid voor de consument en voor de branche. Maar die helderheid is vertroebeld door de ruis rondom de Reparatiewet. 

Wanneer de Abonnementenwet wél terugwerkende kracht zou hebben, dan zou dit de praktijk voor zeer lastige problemen stellen. Het zou mogelijk leiden tot een ‘opzeggolf’ waarbij volstrekt onduidelijk is per welke datum abonnementen die vóór 1 december 2011 rechtsgeldig zijn aangegaan of verlengd daadwerkelijk beëindigd kunnen worden. En dergelijke onduidelijkheid, met discussies en eventueel ook geschillen tot gevolg, is niet in het belang van de consumenten en uitgevers. 

Gezien de ruis rondom de Abonnementenwet en de Reparatiewet, is het voor de rechtszekerheid goed als de Eerste Kamer een expliciete bevestiging vraagt dat de Abonnementenwet géén terugwerkende kracht heeft, en dat dit door de wetgever vervolgens wordt bevestigd. Dit is in het belang van alle marktpartijen. 

Ik help de Eerste Kamerleden graag een handje. Ze kunnen deze vraag stellen:

Reparatiewet 32 884 zorgt ervoor dat artikel 191 Overgangswet Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op de Abonnementenwet van 26 oktober 2010. Gevolg van de Reparatiewet is dat de Abonnementenwet directe werking heeft per 1 december 2011, en niet pas een jaar later. Er is in de publieke discussie verwarring ontstaan over de consequenties die deze Reparatiewet heeft voor rechtshandelingen (zoals verlengingen) die vóór 1 december 2011 zijn verricht. Artikel 79 Overgangswet NBW bepaalt dat dergelijke wetswijzigingen geen terugwerkende kracht hebben. Kunt u bevestigen dat dit juist is, en dat rechtshandelingen die vóór 1 december 2011 zijn verricht niet worden aangetast door de Abonnementenwet en de Reparatiewet? Het is voor de praktijk van belang dat uitgevers én consumenten duidelijkheid hebben over hun rechtspositie. 

En het antwoord van de Minister kan dan luiden:

Ik geef de praktijk graag duidelijkheid. Rechtshandelingen die vóór 1 december 2011 zijn verricht worden inderdaad niet aangetast door de Abonnementenwet en de Reparatiewet. Abonnementen die voor die datum zijn aangegaan en/of verlengd mogen dus ‘uitrollen’. Dit standpunt is in lijn met het standpunt dat de Consumentenautoriteit eerder heeft ingenomen. 

Hiermee krijgt de praktijk de duidelijkheid waar behoefte aan bestaat. Hopelijk nog voor 1 december 2011, de datum van inwerkingtreding.

Voor vragen kunt u me bellen of emailen: Otto.Volgenant@kvdl.nl , 020-550 6637.