De Volkskrant mag oud artikel beschikbaar houden in online archief

Na het Google Spain-arrest uit 2014 wordt het ‘recht om vergeten te worden’ ook met regelmaat in Nederland ingeroepen. De verzoeken van personen die ‘vergeten’ willen worden komen, naast bij Google, ook wel eens bij media binnen. Over de vraag hoe daarmee omgegaan moet worden gaat een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 8 augustus 2018 in een zaak die door eiser was aangespannen tegen de Volkskrant. Eiser maakte in deze zaak bezwaar tegen de vindbaarheid via Google van een artikel in het online archief van de Volkskrant over hem uit de jaren ’90 van de vorige eeuw, en vorderde verwijdering van het artikel uit het online archief van de Volkskrant. De rechtbank wijst in een principieel vonnis echter alle eisen af.

In het eerste deel van het vonnis buigt de rechtbank zich over de beschikbaarheid van het artikel via Google. De rechtbank constateert op dat punt:

De URL naar de publicatie verschijnt als eerste zoekresultaat, als op [de naam van eiser] wordt gezocht. Het gaat dus om de gevonden zoekresultaten in de zoekmachine en niet om de inhoud van de webpagina waarnaar de URL in de zoekresultaten verwijst.

De rechtbank oordeelt vervolgens dat Google de verantwoordelijke is voor de verwerking van persoonsgegevens die bij het zoeken plaatsvindt, en constateert onder verwijzing naar het Google Spain-arrest:

Gelet hierop had [eiser] zich – anders dan hij kennelijk veronderstelt – ten aanzien van de vindbaarheid van de publicatie via de zoekmachine dienen te richten tot de exploitant van de betrokken zoekmachine voor een verwijderings- of afschermingsverzoek (…) Dit wordt niet anders, nu [eiser] de Volkskrant aanspreekt, omdat volgens [eiser] in de publicatie onjuistheden staan en de Volkskrant daarvan de bron is. Het is immers Google Search die de publicatie vindbaar maakt; de Volkskrant is bij het aanbieden van de dienst Google Search niet betrokken.” 

In het tweede deel van het vonnis beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de beschikbaarheid van het oude artikel in het online archief van de Volkskrant. De rechtbank stelt vast dat de gevraagde vorderingen beperkingen op de uitingsvrijheid van de Volkskrant zijn, waardoor het vereiste geldt dat toewijzing ervan ‘dringend noodzakelijk’ moet zijn (artikel 10 lid 2 EVRM).

De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is en overweegt daarbij ten eerste dat eiser zich niet tot Google heeft gewend, waardoor “een minder vergaande mogelijkheid met een redelijke kans van slagen voor handen is teneinde het gestelde doel te bereiken“. De rechtbank weegt verder mee dat verwijdering uit het online archief een zeer ingrijpende maatregel is:

Verwijdering van het artikel uit het archief heeft, mede gelet op het belang van een volledige en integere online archivering die een betrouwbare getuigenis van het verleden dient te vormen, en op de rol van de pers nieuws in archieven beschikbaar te maken, een ingrijpend gevolg voor de verslaggeving.

Ook speelt mee (zo overweegt de rechtbank verder) dat eiser te lang heeft gewacht met het instellen van zijn eis. De rechtbank constateert dat twaalf jaar is verstreken tussen publicatie en sommatie en oordeelt daarom dat “[eiser] verzuimd heeft bijtijds stappen tegen de publicatie te ondernemen.

Het beschikbaar houden van het artikel over eiser in het online archief wordt al met al rechtmatig geoordeeld.

De Volkskrant werd in deze procedure bijgestaan door Emiel Jurjens.