Update fake news: zelfregulering online platforms in Code of Practice on Disinformation

De Europese Unie strijdt zeer actief tegen fake news (of ‘disinformation’, het begrip dat de EU bij voorkeur hanteert), overigens met wisselende gevolgen. Onderdeel van deze strijd is het reguleren van online platforms, omdat de EU meent dat deze een ‘key role’ spelen in het verspreiden van online desinformatie. De EU heeft de online platforms daarom gemaand om tot zelfregulering over desinformatie te komen, waarbij de EU opmerkte dat als dit er niet zou komen er mogelijk overgegaan zou worden tot het opstellen van bindende regelgeving. Daarop zijn een aantal online platforms aan de slag gegaan met het opstellen van een set regels: het eindresultaat daarvan is  de “Code of Practice on Disinformation”, die vorige week is gepubliceerd. Nog niet geheel duidelijk is welke platforms zich op dit moment hebben gecommitteerd aan de Code.

Definitie desinformatie

Voor de definitie van fake news, of ‘disinformation’, sluit de Code of Practice aan bij de definitie die de EU eerder dit jaar heeft vastgelegd in de Communication Tackling online disinformation: a European approach. Deze luidt:

[Disinformation is] “verifiably false or misleading information” which, cumulatively,

(a) ‘Is created, presented and disseminated for economic gain or to intentionally deceive the public’; and

(b) ‘May cause public harm’, intended as ‘threats to democratic political and policymaking processes as well as public goods such as the protection of EU citizens’ health, the environment or security’

Dit is een behoorlijk brede definitie: zo omvat het ‘misleidende’ informatie die wordt ‘gemaakt of gepresenteerd met een winstoogmerk’ en het publiek belang zou kunnen schaden. Weliswaar zijn bepaalde categorieën informatie uitgezonderd van de definitie (bijvoorbeeld satire, parodie, ‘clearly identified partisan news’), maar de definitie geeft wel erg veel ruimte aan de verbeelding van degene die hem hanteert.

Verplichtingen Code of Practice

De online platforms die de Code ondertekenen committeren zich aan breed geformuleerde verplichtingen op vijf vlakken:

  1. Online advertenties: de platforms dienen zich in te spannen om de inkomsten uit online advertenties voor ‘fake’ accounts (accounts ‘misrepresenting material information about [themselves]’) te beperken, en zoveel mogelijk te voorkomen dat advertenties van dergelijke partijen te zien zijn voor gebruikers;
  2. Politieke en ‘issue-based’ advertenties: dit soort online advertenties dienen duidelijk herkenbaar te zijn als zodanig. Voor politieke advertenties geldt dat de platforms inzicht moeten bieden in bijvoorbeeld van wie de advertentie afkomstig is, en wat er besteed is aan de advertentie
  3. Tegengaan bots: de platforms moeten beleid ontwikkelen tegen het misbruik van bots en het geautomatiseerd aanmaken van fake accounts bij het gebruik van hun diensten;
  4. Vindbaarheid ‘betrouwbare’ informatie: de online platforms zeggen toe om hun diensten zo in te richten dat gebruikers de betrouwbaarheid van de daar beschikbare informatie beter kunnen beoordelen. Ook zullen de platforms investeren in “technological means to prioritize relevant, authentic and authoritative information where appropriate in search, feeds or other automatically ranked distribution channels”;
  5. Onderzoek: de platforms zullen meewerken – onder meer door het verstrekken van data – aan onderzoek over desinformatie.

De EU heeft de online platforms hierbij de opdracht meegegeven dat alle maatregelen die worden genomen volledig in lijn moeten zijn met alle relevante grondrechten, en in het bijzonder met de uitingsvrijheid. Het is niet duidelijk of, en hoe, de EU zal gaan monitoren op de conformiteit van de maatregelen met onder meer artikel 10 EVRM.

In een reactie geeft de EU aan dat, zoals al was gepland, er eind 2018 gekeken zal worden naar de stand van zaken en in het bijzonder of verdergaande regelgeving nodig is:

As foreseen in the Communication, the Commission will closely follow the progress made and analyse the first results of the Code of Practice by the end of 2018. Should the results prove unsatisfactory, the Commission may propose further actions, including actions of a regulatory nature.”