Rechter: parafrasering Buitenhof uitingen Thierry Baudet niet onrechtmatig

In de uitzending van 23 februari 2020 van Buitenhof was politicus Henk Otten te gast. De presentatrice van Buitenhof stelde hem een vraag over ophef die was ontstaan naar aanleiding van uitingen in de Tweede Kamer van Thierry Baudet. In die vraag werden de uitingen van Baudet als volgt geparafraseerd: “Thierry Baudet baarde deze week in de Tweede Kamer opzien door te zeggen dat hij denkt dat de EU een vooropgezet plan heeft om het blanke Europese ras te vervangen door Afrikaanse migranten.” Baudet viel over deze weergave van zijn standpunten en reageerde kort na de uitzending met een tweet waarin hij rectificatie eiste. Buitenhof ging daar niet op in en publiceerde een reactie op haar site met uitleg over de totstandkoming van de uitzending. Baudet en Forum voor Democratie startten daarop een kort geding, waar op 11 maart onder grote publieke belangstelling het pleidooi in plaatsvond. Vorige week woensdag is vonnis gewezen: de voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Baudet en het Forum voor Democratie afgewezen.

De rechter is met de VPRO eens dat sprake is van een parafrasering van de uitingen van Baudet door Buitenhof (r.o. 4.6):

Ziet het citeren op het letterlijk weergeven van datgene wat er gezegd is, het parafraseren ziet op het in eigen bewoordingen weergeven van de inhoud van hetgeen er gezegd is. Bij een parafrase heeft degene die parafraseert dus meer vrijheid. Maar ook de parafrase moet (in voldoende mate) inhoudelijk recht doen aan hetgeen wat gezegd is. Dit laatste geldt sterker indien men weet of moet weten dat hetgeen dat men parafraseert (maatschappelijk) gevoelig ligt en dat bij een onjuiste parafrasering dit mogelijk schadelijke gevolgen kan hebben voor degene die wordt geparafraseerd.”

Bij de beoordeling van deze parafrase kijkt de voorzieningenrechter in eerste instantie alleen naar wat Baudet in de Tweede Kamer heeft gezegd op 18 februari 2020 (hoewel de rechter opvallend genoeg later weer opmerkt dat zijn uitspraken in de Kamer niet los zijn te zien van zijn eerdere uitspraken). Hij oordeelt dat de parafrase “tot op zekere hoogte juist” is maar dat de woorden ‘blank’, ‘ras’ en ‘vervanging’ in het debat van 18 februari 2020 niet zijn genoemd door Baudet. De parafrase is volgens de voorzieningenrechter in zoverre “gebrekkig“, maar met de stelling van Baudet dat hij “in het programma Buitenhof Baudet een racist is genoemd of is neergezet als racist” is de voorzieningenrechter het niet eens.

De voorzieningenrechter vindt het verder van belang dat Baudet eerder uitingen heeft gedaan over zijn wens dat Europa “dominant blank en cultureel blijft zoals het is . Baudet stelde in reactie daarop dat dit oude uitingen zijn en dat hij “straks nog wordt geconfronteerd met een mededeling die hij op de peuterspeelzaal heeft gedaanDit verweer passeert de voorzieningenrechter. Hij oordeelt dat de uitspraken 2,5 tot 4,5 jaar geleden zijn gedaan, wat niet zo lang geleden is “dat daaraan bij de beoordeling van de vorderingen )…’ geen betekenis toe kan komen“.  De voorzieningenrechter constateert verder:

Bovendien heeft Baudet het standpunt van Vpro dat Baudet nog steeds achter deze uitspraken staat, ter zitting onweersproken gelaten. Een en ander is van belang, omdat bij de beoordeling of de door Baudet c.s. ingeroepen beperking van de vrijheid van meningsuiting noodzakelijk is in een democratische samenleving ook gekeken mag worden naar eerdere uitspraken van Baudet.”

De voorzieningenrechter oordeelt dat de eerdere uitspraken van Baudet dus wel degelijk relevant zijn voor de beoordeling van de parafrase in Buitenhof:

In dat kader van die eerdere uitspraken is ook van belang dat Baudet in het gesprek met Filemon Wesseling de ene keer wel een onderscheid maakt tussen blank, etniciteit en cultuur, maar dat hij dat de andere keer niet doet of niet lijkt te doen (hoofdzakelijk of dominant blank dus geen etnische minderheid). Dat onderscheid volgt ook niet uit zijn eerder gedane uitlating dat hij niet wil dat Europa Afrikaniseert en dat hij graag wil dat Europa dominant blank en cultureel blijft zoals het is. Aangezien Baudet in de Tweede Kamer heeft gesproken over het door de Europese Unie opzetten van veerdiensten waarmee immigranten vanuit Afrika worden overgezet naar Europa om de nationale identiteit te verzwakken zodat er geen nationale staten meer zullen zijn, kan bij de beoordeling van het geschil niet voorbij gegaan worden aan zijn eerdere uitspraken”. 

De stelling van Baudet dat er sprake zou zijn van een ‘vooropgezet doel’ om ‘karaktermoord’ te plegen verwerpt de voorzieningenrechter: de uiting is niet onrechtmatig.

Daarbij wegen volgens de voorzieningenrechter ook nog de volgende omstandigheden mee:

- Baudet is een bekende politicus en daarmee een publiek figuur, die een dikke huid moet hebben voor kritiek;

- De uiting is een bijdrage aan het publieke debat, waardoor er minder noodzaak is om in te grijpen in de uitingsvrijheid;

- De door Baudet gestelde schendingen van journalistieke codes zijn niet relevant, want “een schending daarvan levert niet zonder meer een onrechtmatig handelen van VPRO op“;

- Er was, in tegenstelling tot wat Baudet stelde, geen wederhoor nodig in deze omstandigheden. Er is iemand om een reactie gevraagd op het standpunt van een ander, en daarvoor geldt geen eis om gelegenheid voor wederhoor te geven aan die ander.

De voorzieningenrechter vat zijn overwegingen als volgt samen:

… de door de presentatrice gedane uitlating in het programma Buitenhof van 23 februari 2020 [is] niet onrechtmatig jegens Baudet c.s. Doorslaggevend is daarbij geweest … dat Baudet een publieke figuur is die actief deelneemt aan het publieke (politieke) debat, dat de presentatrice met haar openingsvraag aan Otten een bijdrage heeft willen leveren aan dat publieke debat, dat die vraag niet los kan worden gezien van eerdere door Baudet gedane uitspraken, dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat sprake is van een vooropgezet doel om karaktermoord te plegen op Baudet c.s., dat Vpro Baudet niet heeft weggezet als racist en dat Baudet c.s. niet vooraf om een reactie had moeten worden gevraagd. Verder geldt dat de door Baudet c.s. gestelde negatieve gevolgen onvoldoende zijn onderbouwd.

De vorderingen worden afgewezen en Buitenhof hoeft dus niet te rectificeren. Over de gevorderde rectificatie merkt de rechter nog op dat deze in elk geval ‘niet zonder meer’ toewijsbaar zouden zijn geweest, onder meer omdat in de gevorderde rectificatietekst stond dat “Baudet ten onrechte is neergezet als racist“. De voorzieningenrechter stelt daarover echter vast dat “het programma Buitenhof Baudet niet heeft neergezet als racist.” Bovendien oordeelt de voorzieningenrechter dat Baudet niet heeft kunnen laten zien dat hij schade heeft geleden door de parafrase in Buitenhof, in het bijzonder omdat hij zelf de publiciteit heeft gezocht en dat zijn standpunt daarbij breed aan de orde is gekomen. Daarbij weegt ook mee dat de VPRO zelf het volgens de voorzieningenrechter “deels gebrekkige karakter” van de parafrase al heeft “verholpen“ door de hierboven genoemde verklaring, met link naar een transcriptie van het Kamerdebat, te publiceren.

Buitenhof (de VPRO) werd in deze zaak bijgestaan door Jens van den Brink, Tamilla Abdul-Aliyeva en Emiel Jurjens.