EHRM in Alpha t. Griekenland: gebruik verborgen camera in publieke ruimte eerder toegestaan

Het tv-programma Ζούγκλα (“Jungle”) van de Griekse zender Alpha besteedt in januari 2002 aandacht aan de voorzitter van de Griekse parlementaire commissie over online gokken, meneer A.C. Het programma toont drie met een verborgen camera gemaakte video’s. Op de eerste is de politicus te zien terwijl hij zélf op gokmachines speelt. In het tweede en derde fragment wordt hij daarmee geconfronteerd. De Griekse nationale radio- en televisieraad legt de televisiezender Alpha een boete op, want naar Grieks strafrecht is het publiceren van verborgen camerabeelden alleen aanvaardbaar als sprake is van een overwegend algemeen belang en de waardigheid van de betrokkene niet overmatig wordt aangetast. Alpha heeft dat volgens de Griekse autoriteiten onvoldoende aangetoond. Alpha stelt dat de boete in strijd is met art. 10 EVRM.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) wijst op 22 februari 2018 arrest in deze zaak (Alpha tegen Griekenland). Voor de beantwoording van de vraag of het recht op respect voor het privéleven van de parlementariër (art. 8 EVRM) of het recht om informatie te verspreiden en te ontvangen (art. 10 EVRM) prevaleert, gaat het EHRM de bekende omstandigheden af, conform standaardjurisprudentie als Paris MatchHaldimann,  Axel Springer en Von Hannover II.

Volgens het Hof kunnen de uitzendingen bijdragen aan een debat dat in de publieke belangstelling staat. Het massale gokken in Griekenland is een maatschappelijk issue en ook het gedrag van de parlementariër “could arouse the interest of the public”. En de vraag of de journalisten in strijd hebben gehandeld met de Griekse strafwet is relevant, maar niet doorslaggevend voor de vraag of een journalist onverantwoordelijk gehandeld heeft.

Maar wat dit arrest toevoegt aan de bestaande jurisprudentie is de nadruk op het feit dat verborgen camerabeelden sneller zijn toegestaan als ze zijn gemaakt in een publieke ruimte.

Publieke versus niet-publieke ruimtes

Volgens het EHRM bestaat er meer ruimte voor het opnemen en uitzenden van beelden met een verborgen camera, als de opnames zijn gemaakt in een publieke ruimte, zoals in dit geval een gokhal. De nationale rechter moet dat in zijn beoordeling meenemen als element dat de ‘legitimate expectation of privacy’ van de persoon die gefilmd is verzwakt.

Volgens het Hof hebben de Griekse autoriteiten onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de drie fragmenten. Het eerste fragment speelt  zich af  in een openbare ruimte, een gokhal, “in which anyone could have taken a photograph or – as in the instant case – filmed a video of the member of the Parliament”.  Volgens het Hof is dat een “factor that should have been taken into consideration by the domestic authorities when assessing the journalists’ conduct. The Court has previously considered in cases falling under the scope of Article 8, albeit in a different context, that on occasions when people knowingly or intentionally involve themselves in activities which are or may be recorded or reported in a public manner, a person’s reasonable expectations as to privacy may be a significant, although not necessarily conclusive, factor”.

De andere twee fragmenten waren opgenomen in privéruimtes, waar de omroep met hem sprak om fragment 1 te bespreken. Op dat moment kon A.C. terecht verwachten dat hij niet zonder zijn toestemming zou worden gefilmd en was hij “entitled to have an expectation of privacy“, mede gezien de duidelijke positie onder Grieks recht. De journalisten waren niet te goeder trouw toen ze hem uitnodigden voor een gesprek en hem opnamen zonder daar open over te zijn. De omroep had ook in het geheel geen argumenten aangevoerd waarom er een belang was bij uitzending van fragmenten 2 en 3.

Het EHRM oordeelt dat de conclusie van de nationale autoriteiten dat de omroep bij de uitzending van de tweede en derde video de grenzen van ‘responsible journalism’ hadden overtreden niet onredelijk was. Maar wat betreft video 1 “the Court considers that the domestic authorities failed to take into consideration in their assessment the fact that it was filmed in a public place, an element which, in the Court’s view, weakens the legitimacy of any expectation of privacy A.C. might have had when he entered the gambling arcade.”

Het EHRM concludeert dan dat de Griekse autoriteiten artikel 10 EVRM hebben geschonden door bij de beoordeling van de uitzending van fragment 1 niet mee te nemen dat deze was opgenomen in een publieke ruimte.

Media Report publiceert regelmatig over zaken waarin een verborgen camera ingezet werd. Zie o.a. het Bremneren Haldimann-arrest van het EHRM, het Nederlandse arrest Pretium/Tros, de zaken tegen Undercover in Nederland (MR 2018-034MR 2017-20685 en MR 2015-18365 ), de Onno Hoes–zaak en de zaken tegen KRO-NCRV aangespannen door Volkert van der Graaf en de Mediamarkt.