Hoge Raad in Pretium/Tros: afgifte ruwe beelden verborgen camera is strijdig met persvrijheid

Precies negen jaar na de bewuste uitzending van Tros Radar – van 29 september 2008 – bevestigde de Hoge Raad dat de door Pretium gevorderde afgifte van het voor die uitzending met een verborgen camera door de Tros (inmiddels AvroTros) opgenomen ruwe beeldmateriaal een ontoelaatbare beperking is van de vrijheid van meningsuiting.

Bijna een decennium geleden toonde Tros Radar tot grote woede van Pretium verborgen camerabeelden, opgenomen in een centrum waar telefonische marketeers van Pretium werden getraind.  De wijze van telefonische klantenwerving door Pretium werd kritisch besproken. Zoals eisers vaker doen in perszaken, eiste Pretium op grond van art. 843a Rv dat al het ruwe geluids- en beeldmateriaal dat Tros tijdens de infiltratie had gemaakt aan haar ter beschikking zou worden gesteld. Want hoe zou zij  anders kunnen aantonen dat haar onrecht was aangedaan en de boel uit de context was gehaald.

De Hoge Raad bepaalt in het arrest van 29 september dat het Hof Den Haag terecht heeft geoordeeld dat de gevorderde afgifte afgewezen moet worden. De Hoge Raad is het eens met het oordeel van het hof, dat 0nder verwijzing naar het Nordisk Film-arrest van het EHRM bepaalde dat dit materiaal onder de bescherming van art. 10 EVRM valt en dat afgifte daarvan een chilling effect op de uitingsvrijheid en vrije nieuwsgaring heeft. Een beperking hiervan is bij wet voorzien (art. 843a Rv), maar in deze situatie niet noodzakelijk omdat Pretium ook getuigen kan horen.

Het hof heeft volgens de Hoge Raad terecht getoetst of een beperking van artikel 10 EVRM als gevolg van een bevel tot afgifte van het beeld- en geluidmateriaal, in de omstandigheden van dit geval, in overeenstemming zou zijn met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. En dat was volgens het hof niet het geval: Pretium had eerst een de desbetreffende cursusleider en cursisten als getuigen moeten horen, voordat zij het zwaardere middel van art. 843a Rv inzette. Door dat na te laten zou toewijzing van de afgifte het door art. 10 EVRM beschermde recht van Tros op vrije meningsuiting en vrije nieuwsgaring – mede gelet op het algemeen belang van persvrijheid in een democratische samenleving – ontoelaatbaar schenden. Dat de ‘bron’ geen vertrouwelijkheid was toegezegd – het was een undercover operatie, dus de ‘bron’ wist helemaal niet dat er gefilmd werd – deed daar niet aan af (zie ook dit eerdere uitzonderlijke executiegeding hierover in deze zaak).

De Hoge Raad wijst de cassatieklachten van Pretium af.

De procedure tussen Pretium en de Tros is een waar lawyer’s paradise, waarover wij op MediaReport al vaak schreven. Al in 2012 waren er in de procedure tussen TROS en Pretium meer dan 42 proceshandelingen geweest. Dat zal inmiddels vele malen meer zijn. En Pretium strijdt op vele fronten; hier een up-to-date overzicht van Pretium procedures. Daaronder ook het bekende arrest van de Hoge Raad uit 2011 over het gebruik van verborgen camerabeelden, waarin ook is bevestigd dat de journalistieke maatstaven uit de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek ”geen rechtens aan te leggen criterium maar een omstandigheid die weliswaar in de regel gewicht in de schaal zal leggen maar niet doorslaggevend behoeft te zijn.

| Print Print | MR 21604