Publicaties NRC over contante betalingen in de taxiwereld op Schiphol niet onrechtmatig

NRC publiceerde in oktober 2019 twee artikelen over de praktijk van taxirijden op Schiphol. Taxichauffeurs vertelden dat zij onderhands duizenden euro’s in contanten moesten betalen, onder andere aan SchipholTaxi, om op Schiphol te mogen rijden. De directeur van SchipholTaxi was in die periode ook hoofdagent bij de Amsterdamse politie. Volgens de politie was dat in strijd met de interne regels, maar toch mocht hij deze functie nog jarenlang blijven bekleden, totdat hij in 2016 alsnog weg moest.

SchipholTaxi en de directeur betwisten de beschuldigingen. In kort geding vorderden zij het offline halen van de artikelen, een rectificatie op de voorpagina en een verbod op het herhalen van de beschuldigingen. Volgens SchipholTaxi zijn de artikelen gebaseerd op onbetrouwbare verhalen van rancuneuze taxichauffeurs. SchipholTaxi hekelt het gebruik van anonieme bronnen door NRC, omdat zij die niet kan controleren en zich daarom niet goed tegen de beschuldigingen kan verdedigen. Bovendien stelt de directeur dat zijn nevenfunctie als directeur van het taxibedrijf  bij de politie bekend was en hij daar toestemming voor had gevraagd en gekregen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat NRC moet aantonen dat voldoende steun in de feiten bestaat, maar houdt daarbij wel rekening met het feit dat dit soort beschuldigingen zich lastig laat bewijzen: “NRC hoeft de juistheid van de publicaties niet te bewijzen, maar zal wel moeten aantonen dat die voldoende steun vinden in het feitenmateriaal dat ten tijde van de publicaties voorhanden was. Probleem daarbij is dat dit soort beschuldigingen zich lastig laat verifiëren, omdat het juist de bedoeling is de transacties buiten de boeken te houden en deze dus gewoonlijk geen sporen nalaten. Verder zijn chauffeurs die voor SchipholTaxi rijden voor hun broodwinning afhankelijk van die onderneming en kan het publiekelijk uiten van beschuldigingen als deze grote consequenties voor hen hebben. Vandaar dat NRC alleen verklaringen heeft kunnen krijgen op basis van anonimiteit.“.

De journalisten hebben uitgebreid toegelicht hoe zij te werk waren gegaan. Gedurende vijf maanden hebben zij gesproken met 63 mensen die bekend zijn in de taxiwereld, van wie ruim 30 chauffeurs. Een aantal chauffeurs verklaarde zelf cash te hebben betaald of dat aanbod te hebben gekregen. Vrijwel alle andere chauffeurs vertelden over vrienden, familieleden of naaste collega’s die zeiden contante bedragen te hebben betaald in ruil voor een plek bij SchipholTaxi, en hoe dat ging. Details zoals locaties, bedragen, plaatsen en namen van tussenpersonen kwamen telkens overeen en de verklaringen vinden steun in allerlei stukken (mails, geluidopnames etc.). Die stukken hebben de journalisten niet overgelegd om hun bronnen te beschermen.

De voorzieningenrechter concludeert: “Er is geen reden om aan deze werkwijze of de juistheid van deze toelichting te twijfelen. Gezien de omvang van het onderzoek, de wijze waarop de bronnen zijn geselecteerd en de toetsing van de verschillende verklaringen aan elkaar en aan ander feitenmateriaal dat ter beschikking van de journalisten was gesteld, hebben ze gedegen werk verricht en zich voldoende vergewist van de betrouwbaarheid van hun bronnen.

Ook de klachten van SchipholTaxi over de anonimiteit en de oncontroleerbaarheid van de bronnen, vinden geen gehoor bij de rechter. NRC had vijf taxichauffeurs gevraagd anoniem een verklaring af te leggen bij een deurwaarder. De deurwaarder had daarvan aktes van constatering opgemaakt die door NRC in de procedure waren ingebracht. De rechter oordeelt dat daardoor geen sprake is van oncontroleerbare anonieme bronnen:

De deurwaarder heeft aan de hand van door deze personen overgelegde documenten zoals taxipassen, identificatiebewijzen en contracten, hun identiteit vastgesteld, geconstateerd dat hun achternaam niet één van de namen is van de door eiser in zijn e-mail van 2 oktober 2019 genoemde rancuneuze of ontevreden ontevreden chauffeurs (2.6) en daar ook niet sterk op lijkt, vastgesteld dat deze personen hebben gewerkt voor SchipholTaxi, en vastgesteld dat deze personen hebben verklaard als bron te hebben gediend voor de door NRC gepubliceerde artikelen. Vier van de vijf bij de deurwaarder verschenen personen hebben verklaard aan stromannen € 5.000,00 te hebben betaald om voor SchipholTaxi te mogen rijden op Schiphol. De vijfde zegt zelf niet te hebben betaald voor een plek bij Schipholtaxi, maar heeft wel eenzelfde systeem beschreven, waarbij chauffeurs € 5.000,00 moeten betalen om voor SchipholTaxi te mogen rijden. De identiteit van de personen die bij de deurwaarder hebben verklaard, is bij NRC en de deurwaarder bekend en zij zijn dan ook geen anonieme bronnen in de zin dat ze oncontroleerbaar zijn. Maar zelfs als ze dat wel zouden zijn, zijn ze niet zonder betekenis. Een journalist mag gebruik maken van anonieme bronnen. Wel moet die journalist dan zorgvuldig onderzoek doen naar de geloofwaardigheid van de door die bronnen afgelegde verklaringen. Dat is hier, zoals gezegd, voldoende gebeurd.

Met betrekking tot de dubbele functie van de directeur constateert de voorzieningenrechter dat de directeur zijn nevenfunctie inderdaad wel bij de politie heeft gemeld en “dat de politie zich de mogelijke consequenties van de combinatie hoofdagent/directeur taxibedrijf jarenlang niet helemaal lijkt te hebben gerealiseerd“. Dat neemt volgens de  voorzieningenrechter niet weg dat de directeur “ook zelf had kunnen begrijpen dat beide functies niet verenigbaar zijn. Zoals NRC terecht heeft opgemerkt, komt het immers regelmatig voor dat de politie handhavend moet optreden tegen taxichauffeurs.” Na publicatie hadden zowel de directeur als de politie NRC op dit punt nog nieuwe informatie toegestuurd. NRC heeft dat in een aanvulling bij het artikel opgenomen en dat vindt de rechter afdoende om aan het bezwaar van eiser tegemoet te komen.

Tot slot is interessant dat de rechter benoemt dat de directeur een publiek figuur is. Veel eisers in perszaken betwisten dat zij publiek figuur zijn met de stelling dat zij toch geen Bekende Nederlander zijn. Maar het is vaste Europese en Nederlandse rechtspraak dat voor de beoordeling of iemand een publiek figuur is, zijn/haar rol in de samenleving van belang is en dat dit leerstuk (uiteraard) niet beperkt is tot bekende mensen, maar zich ook uitstrekt tot mensen met verantwoordelijke posities in de maatschappij. Dat bevestigt de rechter in deze zaak: “Daar komt bij dat eiser kan worden aangemerkt als een min of meer publieke figuur, omdat hij leiding geeft aan een grote en bekende taxionderneming in de omgeving van Amsterdam. De Amsterdamse taxibranche staat sinds jaar en dag regelmatig in de belangstelling vanwege misstanden die zich daar voordoen. Eiser moet zich daardoor meer kritiek laten welgevallen dan privé personen.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van SchipholTaxi en de directeur af.

NRC werd in deze zaak bijgestaan door Christien Wildeman en Lotte Oranje.