Artikelen de Volkskrant over Nederlandse fiscalist niet onrechtmatig

Op 6 februari 2018 publiceert de Volkskrant twee artikelen (online en op papier) over de betrokkenheid van een Nederlandse fiscalist bij de Fleurette Group. Dit is een groep bedrijven waar de controversiële Israëlische miljardair Dan Gertler (zeer) nauw bij betrokken is, en waar ook verschillende Nederlandse entiteiten onder vallen. De Nederlandse fiscalist zat geruime tijd in de directie van de Fleurette Group. Zowel Gertler als verschillende entiteiten (waaronder Nederlandse) binnen de Fleurette Group zijn eind 2017 door de Amerikaanse overheid op een sanctielijst gezet onder de zogenaamde ‘Magnitski Act’ in verband met “opaque and corrupt mining and oil deals in the Democratic Republic of the Congo (DRC)“. De fiscalist eist in kort geding dat De Volkskrant de online publicaties verwijdert en een rectificatie plaatst. De voorzieningenrechter wijst zijn vorderingen echter af.

De fiscalist “vindt dat in de artikelen wordt gesuggereerd dat hij direct betrokken zou zijn bij de omkopingspraktijken in Congo waarvan Dan Gertler wordt beschuldigd“, en wijst daarbij onder meer op de koppen van de artikelen. De voorzieningenrechter gaat hier echter niet in mee, en oordeelt dat in de artikelen “voldoende duidelijk [wordt] gemaakt wat de rol van [eiser] is geweest“. Bij deze beoordeling speelt mee dat een kop “ongenuanceerder en kernachtiger” mag zijn dan het artikel zelf en in samenhang met de verdere inhoud van de artikelen gelezen moet worden. Bovendien wordt de naam van de fiscalist in de koppen niet genoemd.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het artikel een ernstige misstand aan de kaak stelt (r.o. 4.6):

De Volkskrant stelt in de publicaties wel iets anders aan de kaak, te weten dat [eiser] behoort tot degenen die behulpzaam zijn bij schendingen van mensenrechten, terwijl ze beter zouden moeten weten. In het kader van de Magnitski-Act worden dat ook wel enablers genoemd. Zoals De Volkskrant terecht betoogt, levert ook de rol die deze enablers spelen bij de uitbuiting van landen als Congo, een ernstige misstand op die de samenleving raakt, zeker als dat vanuit Nederland gebeurt door een Nederlander.”

De voorzieningenrechter oordeelt dat voldoende aannemelijk is geworden dat de fiscalist kwalificeert als een dergelijke ‘enabler’, en dat de stellingen in het artikel over hem voldoende steun in de feiten vinden. Daaronder valt de uiting dat de fiscalist een ‘cruciale rol’ speelde binnen de onderneming van Gertler:

vaststaat dat de Fleurette Group door zijn hoedanigheid van bestuurder en vanwege zijn fiscale adviezen kon profiteren van fiscale mogelijkheden in Nederland. Aangezien het voor [omstreden zakenman] van het grootste belang zal zijn dat hij op legale wijze van zijn in Congo verkregen inkomsten kan genieten, hebben gedaagden aan [eiser] met recht een cruciale rol binnen diens onderneming toegedicht.

Verder mocht de Volkskrant de fiscalist in de gegeven omstandigheden bij naam noemen, waarbij de voorzieningenrechter nog oordeelt: “[eiser] heeft het aan zijn eigen keuzes te wijten als hij daarvan schadelijke gevolgen heeft ondervonden.

De fiscalist klaagde er daarnaast over dat aan hem als een “vazal” van de “onderkoning van Congo” (Gertler) werd gerefereerd. Het gebruik van de term ‘vazal’ is naar oordeel van de voorzieningenrechter echter een waardeoordeel. Het gebruik daarvan is pas onrechtmatig als “de feiten er in redelijkheid geen aanleiding toe kunnen geven”. De voorzieningenrechter oordeelt dat hier de volgende feiten voldoende grond bieden voor het gebruik van dit waardeoordeel:

[eiser] is (…) jarenlang betrokken geweest bij de Fleurette Group, ondanks de aanzwellende kritieken. Hij is pas uit de Fleurette Group getreden nadat Gertler, Fleurette Holding Netherlands B.V. en Fleurette Properties Ltd op de sanctielijst waren geplaatst. Die plaatsing acht hij overigens onterecht, zo blijkt uit zijn sommatiebrief aan De Volkskrant.

Tot slot oordeelt de voorzieningenrechter dat voldoende gelegenheid tot het geven van een weerwoord is geboden in het licht van de volgende omstandigheden:

Tussen partijen staat vast dat [de journalist] op 26 januari 2018, elf dagen voordat de artikelen werden gepubliceerd, met [eiser] heeft gebeld en dat deze hem toen heeft verwezen naar de woordvoerder van de Fleurette Group, waarna hij de verbinding heeft verbroken. Die woordvoerder heeft [de journalist] in een e-mail van 31 januari 2018 laten weten geen commentaar te hebben op zijn vragen en hem verwezen naar een eerder door de Fleurette Group uitgegeven persbericht, waarin de beschuldigingen van corruptie worden ontkend, maar waarin geen antwoord wordt gegeven op de vragen van [de journalist] . Voorshands is aannemelijk geworden dat [de journalist] daarna nog twee keer heeft geprobeerd [eiser] te bellen, maar dat die niet meer heeft opgenomen. [eiser] kan zich dan ook niet met succes erop beroepen dat hem onvoldoende gelegenheid tot weerwoord is geboden.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de fiscalist af.

De Volkskrant werd in deze procedure bijgestaan door Christien Wildeman en Emiel Jurjens.