Ali B mag stemfragment over “Ali B accent” gebruiken in zijn theatershow

In 2011 vindt een overval op een bloemenwinkel plaats. De overval haalt Opsporing Verzocht en de eigenaresse van de winkel spreekt een voice-over in bij een reconstructie van de overval. In de reconstructie zegt ze over één van de overvallers: “Degene die praatte had een Ali B accent”. Over deze uiting ontstond publiek debat en uiteindelijk verwerkte Ali B zelf dit fragment uit Opsporing Verzocht in zijn theatervoorstelling “Je suis Ali”. De voorstelling wordt ook uitgezonden op RTL4 en het deel van de voorstelling over dit incident wordt besproken in de media. De eigenaresse van de bloemenwinkel start daarop een procedure tegen Ali B en zijn management. Ze eist onder meer de verwijdering van het fragment uit de voorstelling en een schadevergoeding. De rechtbank gaat echter niet mee in haar eisen.

In de kern voert eiseres twee argumenten aan: portretrecht en privacy.

De rechtbank maakt korte metten met het argument dat het verwerken van haar stem in de voorstelling een schending van het portretrecht zou opleveren. Want, zo oordeelt de rechtbank, voor schending van portretrecht is vereist dat iemand een afbeelding van je gezicht gebruikt. Het laten horen van een stem is niet gelijk te stellen aan het tonen van een afbeelding van je gezicht. Dit is in lijn met de bestaande rechtspraak over het portretrecht.

Dan rest het privacy-argument. Eiseres voert eerst aan dat haar rechten onder de AVG zijn geschonden. De verdediging bracht hiertegen in dat de AVG niet van toepassing is op anonieme gegevens, en dat daar hiervan sprake is omdat eiseres alleen aan de hand van het geluidsfragment niet kan worden geïdentificeerd. Daar gaat de rechtbank niet in mee: het is naar het oordeel van de rechtbank “redelijk eenvoudig” om de identiteit van de vrouw te achterhalen op basis van de informatie die in de show wordt gegeven. Er is dus sprake van een persoonsgegeven. Daar is echter wel een verwerkingsgrond voor: Ali B heeft namelijk het fragment gebruikt voor een “uitsluitend artistieke uitdrukkingsvorm”, waarmee de verwerking rechtmatig wordt geoordeeld.

Eiseres heeft dan nog één laatste anker: artikel 8 EVRM (recht op privacy). De rechtbank weegt dit zoals altijd af tegen het recht op uitingsvrijheid. Ook daar prevaleert de uitingsvrijheid, waarbij de rechtbank de volgende omstandigheden meeneemt:
- Eiseres heeft in eerste instantie toestemming gegeven voor het gebruik van haar stem in de uitzending van Opsporing Verzocht;
- Ali B is hierdoor in negatieve context in de publiciteit gekomen. Hij heeft het recht hierover zijn gevoelens te uiten en hierop te reageren, wat hij volgens de rechtbank op toelaatbare wijze heeft gedaan in zijn theatervoorstelling;
- De door eiseres gestelde gevolgen van het gebruik van het fragment in de theatervoorstelling zijn niet aannemelijk en niet onderbouwd.
- Hoewel aannemelijk is dat de gang van zaken voor eiseres “vervelend en pijnlijk” is, heeft zij ook gesteld geen bezwaar te hebben tegen het gebruik van de uiting als deze ingesproken zou zijn door een andere vrouwenstem. Het verwijt is dus kennelijk enkel het gebruik van de stem van eiseres (zo oordeelt de rechtbank).
- Het fragment is nog steeds online beschikbaar in de uitzending van Opsporing Verzocht, waar eiseres geen bezwaar tegen heeft.

De vorderingen worden afgewezen en “Je suis Ali” blijft onaangetast.

Beeld: Ali B./Je Suis Ali