Geen vergeetrecht voor media-archieven: oud artikel Volkskrant blijft toegankelijk

In 1999 publiceert de Volkskrant een artikel over de betrokkenheid van een man bij piramidespelen. Dit artikel is ook opgenomen in het online archief van de Volkskrant en vindbaar via Google als de naam van de man als zoekterm wordt gebruikt. De man schrijft in 2011 de Volkskrant aan met het verzoek het artikel uit het archief te verwijderen, wat wordt geweigerd. Enkele jaren later start de man een rechtszaak tegen de Volkskrant met als inzet het artikel verwijderd te krijgen. De rechtbank wijst zijn eis af, waar wij eerder over schreven. Daarop gaat hij in hoger beroep, en het Hof Amsterdam heeft bij arrest van 3 maart het vonnis bekrachtigd, waarmee het artikel in het online archief van de Volkskrant beschikbaar kan blijven.

Het Hof begint met het vaststellen dat het belang van de Volkskrant ligt in zowel het aan de kaak stellen van misstanden als het “toegankelijk houden van (artikelen in) nieuwsarchieven en [het] daarmee corresponderend belang bij volledigheid daarvan” (r.o. 3.7). Anderzijds is er naar oordeel van het Hof sprake van een belang van de man niet blootgesteld te worden aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het Hof laat de belangen van de Volkskrant prevaleren, en neemt daarbij onder meer de volgende relevante omstandigheden mee.

Het artikel heeft naar oordeel van het Hof voldoende steun in de feiten. Daarbij kijkt het Hof naar wat er in het artikel staat, en niet zozeer wat de man daarin leest. De door de man gestelde feitelijke onjuistheden vinden naar oordeel van het Hof allemaal voldoende steun in de feiten. Daarbij acht het Hof het acceptabel dat de relevante feiten (deels) na publicatie boven tafel zijn gekomen.

Gezien het tijdsverloop is niet zonder meer te achterhalen of er sprake is geweest van het bieden van gelegenheid voor wederhoor. Het Hof oordeelt dat toepassing van wederhoor niet tot een andere inhoud van de publicatie zou hebben geleid. Het artikel gaat over de betrokkenheid van de man bij een piramidespel, en daarvoor is voldoende steun in de feiten.

Verder oordeelt het Hof dat het artikel zowel vroeger als nu een publiek belang heeft gediend en nog steeds dient. Piramidespelen en de benadeling van consumenten daardoor zijn onderwerpen die maatschappelijk van belang zijn, aldus het Hof.

Het Hof weegt tot slot mee dat de man een publiek figuur is, zowel door zijn betrokkenheid bij het piramidespel als door zijn succesvolle carrière in de muziek en verschillende andere activiteiten. Daarom moet de man zich “meer publiciteit laten welgevallen dan gemiddeld het geval is“.

Het Hof concludeert:

Aldus is gebleken dat de publicatie in voldoende mate steun vindt in het feitenmateriaal en dat weliswaar niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van wederhoor maar dat daaraan slechts in geringe mate betekenis toekomt. Voorts is vast komen te staan dat met de publicatie een publiek belang is gediend en dat [appellant] op de hiervoor beschreven wijze een publieke figuur is. Alles afwegende, dient in dit geval de vrijheid van meningsuiting aan de zijde van de Volkskrant te prevaleren in het licht van haar taak om maatschappelijk relevante feiten in haar publicaties aan de orde te stellen. Dat [appellant] lichtvaardig is blootgesteld aan verdachtmakingen, is daar tegenover in onvoldoende mate gebleken. Van een onrechtmatige publicatie is dan ook geen sprake.”

Het artikel is dus rechtmatig. Het Hof verwerpt de stelling van de man dat het enkele beschikbaar houden van dit rechtmatige artikel in het archief van de Volkskrant als zodanig onrechtmatig jegens hem is. Daarbij weegt het Hof met name mee dat het gegeven dat de man in zijn zakelijke leven last stelt te hebben van de beschikbaarheid van het artikel “niet in voldoende mate op[weegt] tegen het belang van de Volkskrant, en het daarmee tegelijkertijd gegeven maatschappelijk belang, om een compleet en integer online te raadplegen archief te behouden“.

De Volkskrant werd in deze procedure bijgestaan door de auteur van dit artikel.