Geen verbod op publicatie Quote

Het tijdschrift Quote is in januari 2018 voornemens om een artikel te publiceren over een jonge zakenman die actief is in de exploitatie van steengroeven. Nadat Quote de zakenman heeft benaderd met een aantal vragen over zijn zaken en zijn achtergrond start hij een kort geding met als doel de op handen zijnde publicatie te voorkomen. Opvallend detail is dat hij de eis mede baseert op surveillancebeelden van een heimelijk opgenomen gesprek tussen twee  mannen die de zakenman kennen en het hebben over de op handen zijnde publicatie. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de zakenman af en oordeelt dat er geen grond is om aan te nemen dat de publicatie onrechtmatig zal zijn jegens hem.

De voorzieningenrechter hanteert het vaste en strenge toetsingskader voor het beoordelen van vorderingen die er toe strekken publicaties vooraf te verbieden:

Gelet op het bepaalde in artikel 7 Gw, dient bovendien de toetsing van de eventuele onrechtmatigheid van een publicatie in beginsel pas plaats te vinden nadat deze ter kennis van het publiek is gebracht.”

Er is slechts in “zeer uitzonderlijke omstandigheden” een verbod vooraf mogelijk en er bestaat “in zijn algemeenheid [geen verplichting voor Quote] om het voorgenomen artikel vooraf aan [eiser] ter inzage te geven“.

Het artikel was op het moment van het vonnis (dat enkele maanden geleden is gewezen, maar pas net is gepubliceerd) nog niet af. Quote heeft aangevoerd dat zij zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat er geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat zij zich alleen zal baseren op een kennelijk circulerend “rapport dat ongefundeerde belastende uitingen bevat jegens eiser“. De voorzieningenrechter wijst hierop, en weegt verder mee dat Quote de zakenman gelegenheid tot het geven van weerwoord heeft geboden. Daarmee is er “geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat de publicatie niettemin onrechtmatig zal zijn“.

Het artikel over de zakenman is enkele weken na het vonnis gepubliceerd. Daarnaast heeft Quote na het vonnis een artikel gepubliceerd over de gang van zaken in de aanloop naar het kort geding. Quote schrijft daarin onder meer dat eiser volgens haar “een privédetective [inhuurt] die zijn vijanden, volgens sommigen ‘criminele ex-werknemers’, en Quote-journalisten in de gaten houdt. Ook werd de redactie door twee overijverige, zich in een broodzaak ophoudende, figuren met fotocamera’s geobserveerd, en is een redacteur geschaduwd tijdens het halen van avondeten. Het leidt onder meer tot een bizar verslag van de bewegingen van redacteuren, dat als productie in de rechtszaak wordt opgevoerd.