Discriminatie v. uitingsvrijheid – Sinterklaasjournaal en columniste Ebru Umar niet vervolgd

Vrijheid van meningsuiting en het verbod tot discriminatie staan met elkaar op gespannen voet en dit leidt regelmatig tot aangiften. Recent besloot het OM Ebru Umar niet te vervolgen voor een aantal tweets en andere uitlatingen. Het Hof Amsterdam bepaalde in een artikel 12 Sv procedure dat onder meer het Sinterklaasjournaal (vooralsnog) niet vervolgd wordt voor het gebruik

van Zwarte Piet.

Tegen de uitgesproken columniste Ebru Umar, die niet alleen voor Metro schrijft maar ook actief twittert, was aangifte gedaan door de Stichting Turks-Islamitische Culturele Federatie. De stichting vindt dat Umar vervolgd moet worden voor discriminatie van moslims. In de aangifte werden onder meer de volgende uitlatingen genoemd: “KUTMOCROS IK HAAT JULLIE IK HAAT JULLIE IK HAAT JULLIE IK HAAT JULLIE EN IK HAAT JULLIE MOSLIMBROEDERS EN ZUSTERS OOK_FUCK YOU ALL en “Zo. @ANaninga en ik sluiten niet uit dat we zo dobbernegers na gaan doen. Volle boot @fvdemocratie We kunnen zwemmen.”

Het OM komt tot de beslissing dat deze en andere uitlatingen niet strafbaar zijn in de zin van artikel 137c Wetboek van strafrecht (groepsbelediging). Onder meer moet worden meegewogen dat rond de tijd van de uitlatingen Umar in Turkije werd vastgehouden, zij regelmatig werd bedreigd, ook met de dood en dat bij haar was ingebroken. Het OM overweegt bovendien dat “het zo is dat de uitingen van Umar op bijna column-achtige wijze verslag doen van relatief heftige gebeurtenissen waarbij, ook door die heftigheid, de stijl en toonzetting van eenzelfde kaliber is. Bezien tegen de achtergrond van dit debat, kunnen de uitlatingen van Umar niet als onnodig grievend worden beschouwd.

Voor uitlatingen in haar columns geldt dat Umar als columnist meer vrijheid heeft zich in scherpe bewoordingen uit te laten over maatschappelijke kwesties die zij van belang acht. De uitlatingen van Umar zijn wellicht scherp te noemen, maar zijn passend binnen het debat dat zij wil voeren en functioneel voor de kern van haar kritiek, in dit geval op het criminele gedrag van Marokkaanse jongeren, aldus het OM.

Waar Umar in een column het gedrag van ‘Nederturken’ vergelijkt met dat van NSB-ers, overweegt het OM “dat Umar, zelf van Turkse afkomst, kritiek levert op misstanden binnen haar eigen groep, terwijl vanuit de groep sociale druk heerst om geen kritiek te leveren op opvattingen of gedragingen van de groep. De ratio van artikel 137c Sr is dat groepen worden beschermd tegen aanvallen van buiten. Kritiek op de eigen groep, inhoudende dat Turken in Nederland zijn achtergebleven en te weinig Nederlander zijn, levert bij uitstek een bijdrage aan het maatschappelijk debat over integratie. Voor zover er al sprake is van beledigende uitlatingen over Turken neemt de context van het maatschappelijk debat het beledigende karakter weg.”

De NOS meldt dat de stichting door het starten van een artikel 12-procedure hoopt te bereiken dat Umar alsnog wordt vervolgd.

Ook is een einde gekomen aan de Zwart Piet-strafzaak. Het Hof Amsterdam heeft de klacht (artikel 12-procedure) van Stichting Nederland Wordt Beter over de beslissing van het OM om niet tot vervolging over te gaan afgewezen. De stichting had aangifte gedaan tegen onder meer omroep NTR (van het Sinterklaasjournaal), gemeente Gouda (intocht Sinterklaas 2014) en Albert Heijn, Blokker en Hema voor het tonen van Zwarte Piet. De stichting wil dat Zwarte Piet verdwijnt, omdat hij racistisch zou zijn. Het hof oordeelde dat uit de aangifte niets strafbaars kon worden afgeleid, omdat zij zo algemeen geformuleerd is. Bovendien speelt mee dat de Zwarte Pieten-discussie nog niet uitgekristalliseerd is. Het hof overweegt: “Niet kan worden gezegd dat de af- en uitbeeldingen van ‘Zwarte Piet’ – op een wijze waarop klagers kennelijk het oog hebben – niet worden beschermd door de vrijheid van meningsuiting in ruime zin. De historische en culturele context en de artistieke expressie van ‘Zwarte Piet’ ontnemen vooralsnog de strafbaarheid van die af- en uitbeeldingen. Niet kan worden gezegd dat die af- en uitbeeldingen – zonder meer – onnodig grievend zijn.

De woordkeus “vooralsnog” is opvallend. Daarmee lijkt het Hof tot uitdrukking te brengen dat Zwarte Piet als gevolg van veranderingen in het maatschappelijk debat in de toekomst wel strafbaar zou kunnen worden. Tegenstanders zien daarin wellicht reden om over een tijd opnieuw aangifte te doen.

| Print Print | MR 21299