Toezichtscommissie: AIVD mocht De Telegraaf afluisteren

Wapen CTIVDDe AIVD mocht journalisten van De Telegraaf afluisteren in haar zoektocht naar een lek bij de AIVD, al is de inlichtingendienst wel te vroeg telefoongesprekken gaan aftappen. Dat is de conclusie van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) naar aanleiding van een klacht van De Telegraaf. Over de vete tussen De Telegraaf en de AIVD is al meerdere malen geschreven op Media Report, zie hier, hier en hier.  Minister Ter Horst heeft het advies overgenomen en De Telegraaf en de Tweede Kamer aldus ingelicht. Het advies van de CTIVD en de brieven van de Minister zijn hier te vinden.

CTIVD oordeelt anders dan Gerechtshof

De opvatting van de CTIVD en de Minister wijkt duidelijk af van het arrest dat het Amsterdams Gerechtshof op 13 oktober 2008 over dezelfde kwestie wees.  De voornaamste reden is dat de CTIVD vindt dat de AIVD de journalisten als ‘targets’ -kort gezegd staatsgevaarlijke verdachten- mocht beschouwen en daarom verregaande opsporingsbevoegdheden mocht inzetten. Het onderzoek van de AIVD betrof een lek binnen de AIVD van staatsgeheimen. De CTIVD oordeelt dat “hetgeen op dat moment bij de AIVD bekend was de dienst heeft kunnen leiden tot het ernstige vermoeden dat de beide journalisten onderdeel waren van het lek. Zodoende heeft de AIVD naar het oordeel van de Commissie de beide journalisten als target mogen aanmerken.

De AIVD is volgens de CTIVD wel te vroeg begonnen met het gebruik van de opsporingsbevoegdheden, namelijk naar aanleiding van het artikel ‘AIVD faalde rond Irak‘. Er was op dat moment echter niet voldoende reden om aan te nemen dat het AIVD lek zou leiden tot directe schade, want: “De gelekte notitie vormde geen direct gevaar voor de pijlers waarop de wettelijke geheimhoudingsplicht [van de AIVD] van de WIV 2002 is gegrondvest, te weten bronbescherming, actueel kennisniveau en werkwijze. (..) Het lekken vormde geen bedreiging voor de levens van anderen“.

Nadat op 4 juni 2009 een artikel ‘Dalai lama bedreigd‘ verscheen over de beveiligingssituatie bij het bezoek van de dalai lama op 4 en 5 juni 2009 aan Nederland, mocht de AIVD de journalisten volgens de CTIVD wel als ‘targets’ beschouwen en dus bijzondere bevoegdheden toepassen. Ten eerste, zo redeneert de CTIVD, werd duidelijk dat geen sprake was een een eenmalig lek over één onderwerp, ten tweede betrof het recentere gebeurtenissen en bestond daardoor de kans dat er informatie gelekt zou worden over het ‘actuele kennisniveau’ van de AIVD en ten derde werd “door de publicatie van het artikel (..) mogelijk de veiligheid van een te beschermen persoon, de Dalai Lama, in gevaar gebracht.”

Oordeel CTIVD onterecht

Deze redenering lijkt mij grotendeels onjuist. De CTIVD laat na zuiver onderscheid te maken tussen het lek bij de AIVD en de publicatie door de journalisten. Het enkele feit dat een AIVD lek kennelijk vaker informatie lekt, is op zich geen reden om journalisten als staatsgevaarlijke verdachten aan te merken. Ook het feit dat het lek kennelijk actuele informatie doorspeelt en de Dalai Lama nog in het land was, is geen reden om de journalisten als staatsgevaarlijk te bestempelen. De CTIVD laat na te onderbouwen waarom de publicatie van de journalisten hier daadwerkelijk gevaarlijk was voor de staat. Dat is op basis van de beschikbare informatie mijns inziens niet het geval. Sterker, de publicatie geeft geen gevoelige details over de werkwijze van de AIVD of de veiligheidssituatie van de dalai lama. Er wordt slechts bericht dat er sprake zou zijn van een concrete dreiging en dat de maatregelen zijn verscherpt. De journalisten zijn kennelijk zorgvuldig met de verkregen informatie omgegaan. Ook moet niet uit het oog worden verloren dat het artikel gaat over belangrijk nieuws met grote maatschappelijke relevantie. Journalisten dienen grote vrijheid te hebben daarover te berichten en die vrijheid omvat ook het ontvangen van informatie.

Het advies van de CTIVD toont aan dat de CTIVD, zoals hier al op Media Report uiteengezet, geen geschikte, onafhankelijke instantie is om het optreden van de AIVD jegens journalisten te toetsen. De CTIVD rapporteert aan dezelfde Minister die verantwoordelijk is voor de AIVD en die beslist over de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden door de AIVD. Bovendien is de procedure voor de betrokken journalisten zeer ondoorzichtig. Onafhankelijke rechterlijke controle op beperkingen van grondrechten door de overheid geniet de voorkeur.