Europees Hof komt met Von Hannover II arrest – meer lucht voor entertainment pers

frau-im-spiegel1Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) wees vandaag arrest in de zaak prinses Caroline van Monaco II. Net zoals de zaak die leidde tot het eerste Prinses Caroline arrest uit 2004 ging ook deze affaire over de balans tussen haar privacy en de persvrijheid. In dit arrest wordt het arrest Caroline I verder uitgewerkt. De rechters komen tot een unaniem oordeel in wat zeker weer een standaardarrest zal worden.

De strijd die prinses Caroline van Monaco ruim tien jaar geleden voerde tegen haar achtervolgende paparazzi heeft geleid tot de belangrijkste portretrechtzaak in Europa. Caroline klaagde de Duitse staat aan omdat die volgens haar te weinig deed om haar privacy te beschermen. Er verschenen

voortdurend nietszeggende foto’s in Duitse bladen waarop zij bij privé-gelegenheden (maar in het openbaar) werd afgebeeld, met titels als “Caroline …. a woman returning to life” en “Out and about with Princess Caroline in Paris“. Volgens de prinses werd zij vanaf het moment dat ze haar huis verliet “constantly hounded by paparazzi who followed her every daily movement, be it crossing the road, fetching her children from school, doing her shopping, out walking, engaging in sport or going on holiday.” Zij klaagde erover dat het Duitse recht te weinig bescherming bood omdat ze alleen kon optreden tegen foto’s gemaakt in een afgesloten ruimte, en dus niet tegen foto’s gemaakt in de openbare ruimte.

In het bekende Caroline arrest (I) van 24 juni 2004 heeft het EHRM een onderscheid gemaakt tussen berichtgeving die bijdraagt aan publiek of politiek debat dat in de publieke belangstelling staat en berichtgeving over details van het privéleven van een individu die geen officiële functies uitoefent. Dit onderscheid is vervolgens ook wel gebruikt om iedere publicatie van een foto van BN-ers die het publiek belang niet diende tegen te gaan. Zo werd persbureau Associated Press bijvoorbeeld op de vingers getikt (MR 3051) voor het verspreiden van nogal onschuldige foto’s van Maxima en Willem-Alexander en hun gezin, gemaakt op skivakantie in Argentinië. Want: geen maatschappelijk belang bij publicatie.

Wat soms uit het oog lijkt te worden verloren is dat het Hof in het Prinses Caroline I arrest de bijzondere situatie waarin de prinses van Monaco zich bevond meewoog. Caroline werd continu lastiggevallen. Dat klimaat van “continual harassment” leidt tot een zeer sterke inbreuk op de privacy en bijna tot een vorm van vervolging, zo overweegt het EHRM. Als voorbeeld wordt een foto genoemd die van honderden meters afstand is genomen van Caroline die struikelt als ze de Monte Carlo Beach Club binnengaat. Tijdens het pleidooi verwees de advocaat van Caroline naar de zes jaar eerder overleden Lady Di. Moest Caroline net zo eindigen? Die omstandigheden hebben mede geleid tot de veroordeling van de Duitse staat. Het is de vraag of het door het Hof gemaakte onderscheid zomaar in iedere casus kan worden toegepast. Het lijkt met name betrekking te hebben op gevallen waarin bekende personen continu hinderlijk worden gevolgd door de telelenzen van paparazzi, en niet op meer onschuldige foto’s.

Prinses Caroline, ditmaal samen met haar man prins Ernst August von Hannover, is nu opnieuw naar het Europese Mensenrechtenhof gestapt. In deze nieuwe zaak procedeert de Monegaskische koninklijke familie weer tegen de Duitse overheid, ditmaal naar aanleiding van publicatie van foto’s in de Duitse bladen Frau im Spiegel en Frau Aktuell van een skitrip (hé, dat komt bekend voor) in St. Moritz. Het prinselijk paar trad bij de Duitse rechter met succes op tegen een tweetal vakantiefoto’s. Maar de Duitse rechter wees de claim tegen een andere foto van het koppel tijdens een wandeling af. Die foto diende  ter illustratie van een artikel over de slechte gezondheid van prins Rainier. Het artikel in Frau Aktuell luidde “That is genuine love. Princess Stéphanie. She is the only one who looks after the sick prince“, en vermeldde onder meer: ”… where her father is concerned Princess Stéphanie knows where her heart lies. While the rest of the family are travelling around the world, she has run to be at the side of Prince Rainier (78), who appears to be seriously ailing. She is the only one who takes care of the sick monarch. Stéphanie’s sister, Caroline (45), has taken a few days’ holiday with her husband Ernst August (48) and their daughter Alexandra (2) at the fashionable St. Moritz ski resort in Switzerland.

De Duitse rechter oordeelde dat de slechte gezondheid van de regerende prins een onderwerp is dat in de algemene belangstelling staat. De pers mocht berichten over de manier waarop zijn kinderen hun familieverplichtingen combineerden met hun privéwensen, bijvoorbeeld om op vakantie te gaan. Die zaak is tot aan het Duitse Constitutionele Hof gegaan, dat in haar uitspraak (Engelse vertaling) onder meer de volgende uitspraken deed, die het prinses Caroline I arrest nogal relativeren:

Even entertaining contributions concerning prominent persons, for instance, are covered by the protection of freedom of the press. [...] Prominent persons can also offer orientation in shaping one’s own lifestyle, as well as fulfilling the function of role model or showing what one does not wish to imitate [...] The circle of legitimate general public interest would be prescribed too narrowly if one were to restrict this to behaviour that is scandalous, or morally or legally questionable.

Even the normality of everyday life, as well as conduct of celebrities that is in no way objectionable, may be brought to the attention of the public if this serves to form public opinion on questions of general interest [...] To deny an article its role as contributor to the formation of public opinion merely because of its entertaining presentation, might also violate the content of the fundamental-rights guarantee of Article 10 of the Convention. [...] Even “mere entertainment” cannot per se be denied all relevance in the formation of opinions. [...] In recent times the significance of visual portrayals for press reporting has in fact increased.

Het EHRM benadrukt eerst dat het recht op respect voor het privéleven (artikel 8 EVRM) en de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) evenveel bescherming verdienen. Welk recht voorgaat hangt af van de omstandigheden. De volgende criteria zijn voor de belangenafweging in de zaak die voorligt relevant (NB: dus niet per se in zaken waarin andere omstandigheden gelden):

a) Een essentieel criterium is de vraag of een uiting (foto of artikel) een bijdrage levert aan een debat dat in de algemene belangstelling staat.
De vraag die in dit arrest voorlag is wanneer iets kwalificeert als onderwerp dat in de algemene belangstelling staat (“debate of general interest“). Volgens het Hof hangt dat af van de omstandigheden van het geval. Omdat dat niet bijzonder verhelderend is, geeft het Hof voorbeelden. Het EHRM benadrukt dat daarvan niet alleen sprake is als wordt bericht over politiek of misdaad, maar ook over bijvoorbeeld sport of uitvoerende artiesten. En waar dit criterium in Von Hannover I nog de “decisive factor” was, noemt het Hof hetzelfde criterium nu slechts een “an essential criterion”. Dus hoewel het nog wel degelijk essentieel is, is het niet per definitie beslissend. Het is één (weliswaar essentieel) van de omstandigheden die de uitkomst mede bepalen.

b) Hoe bekend is de persoon en wat is het onderwerp van het bericht?
Een onderscheid moet worden gemaakt tussen privépersonen en personen die in een publieke context handelen, zoals politieke of publieke figuren. Publieke figuren moeten meer dulden. Het Hof verwijst verder naar het in Caroline I gemaakte fundamentele onderscheid tussen enerzijds feitelijke berichtgeving die bij kan dragen aan een debat in een democratische maatschappij, en berichtgeving over details van het privéleven van een individu die geen officiële functies uitoefent. “While in the former case the press exercises its role of “public watchdog” in a democracy by imparting information and ideas on matters of public interest, that role appears less important in the latter case”, aldus het Hof. Dit zinnetje bevat weer een nuancering van het oordeel in Von Hannover I. Immers, in Von Hannover I oordeelde het EHRM nog dat de rol als publieke waakhond helemaal geen rol speelde bij berichtgeving over details van het privéleven van een individu die geen officiële functies uitoefent. Nu bepaalt het Hof slechts dat de waakhondfunctie bij dergelijke berichtgeving minder belangrijk is.

Wel voegt het Hof, onder verwijzing naar Von Hannover I, hieraan toe dat “… although in certain special circumstances the public’s right to be informed can even extend to aspects of the private life of public figures, particularly where politicians are concerned, this will not be the case – despite the person concerned being well known to the public – where the published photos and accompanying commentaries relate exclusively to details of the person’s private life and have the sole aim of satisfying public curiosity in that respect … In the latter case, freedom of expression calls for a narrower interpretation.”

Afgaande op dit arrest is niet snel sprake van berichtgeving die uitsluitend betrekking heeft op détails van het privéleven en als enig doel heeft de nieuwsgierigheid van het publiek te bevredigen. Het EHRM oordeelt namelijk dat het Duitse Hof terecht heeft kunnen concluderen dat de ziekte van prins Rainier een gebeurtenis van de hedendaagse maatschappij is (“an event of contemporary society“). De publicatie van foto’s van de skitrip van prinses Caroline en prins Ernst, die illustreerden dat zij vakantie vierden terwijl prinses Stéphanie wel thuis in Monaco was gebleven om voor de zieke prins Rainier te zorgen, was volgens het EHRM terecht toegestaan door de Duitse rechter. De foto’s dragen volgens het EHRM, in ieder geval tot op zekere hoogte, bij aan een debat dat in de algemene belangstelling staat. Daarbij overweegt het EHRM dat twee andere foto’s van de skitrip, die geen betrekking hadden op de ziekte van Rainier en wel uitsluitend voor entertainmentdoeleinden waren gepubliceerd, volgens de Duitse rechter niet door de beugel konden.

Dit oordeel impliceert dat het EHRM niet al te zwaar tilt aan het criterium “debate of general interest”. Immers, de impliciete stelling dat iemand die op vakantie gaat terwijl een familielid ziek is niet (of onvoldoende) om dat zieke famielielid geeft zou ook zomaar in de categorie roddel en achterklap kunnen worden ingedeeld. Een gemene roddel bovendien. Dat de ziekte van Rainier op zich een kwestie van algemeen belang is doet daar natuurlijk niet aan af. Daar ging het bericht immers niet over. Het bericht ging over de afwezigheid van Caroline.

De Von Hannovers zagen de bui al hangen en klaagden dat media bij privéfoto’s telkens een “event of contemporary society” zouden kunnen verzinnen, om er zo toch een bericht dat bijdraagt aan een “debate of general interest” van te fabriceren. Die klacht vond geen gehoor bij het EHRM. Wij oordelen alleen over een publicatie die voorligt, niet over toekomstige uitingen, aldus het Hof.

De prins en prinses doen nog een beroep op het in Caroline I gemaakte onderscheid tussen personen die officiële functies uitoefenen en zij die dat niet doen (in Von Hannover I werden zij geschaard onder de tweede categorie). Op grond van Von Hannover I leek het erop dat alleen publieke figuren die ook officiële functies uitoefenden meer moeten dulden. Daar bovenop hanteerde het EHRM in Von Hannover I een zeer strenge toets om te bepalen of iemand officiële functies uitoefent. Want volgens het Hof oefende zelfs een persoon als prinses Caroline geen officiële functies uit. Terwijl zij betrokken is bij tal van nationale en internationale organisaties en namens de familie bezoeken brengt aan staatshoofden in het buitenland. Zo leek het EHRM het adagium hoge bomen vangen veel wind te hebben beperkt tot “hoge bomen die officiële functies uitoefenen vangen veel wind”.

Daar is het EHRM in Von Hannover II van terug gekomen. De stelling dat prinses Caroline geen officiële functies uitoefent redt het prinselijk paar ditmaal niet. De Von Hannovers mogen dan wel geen officiële functies uitoefenen, maar het staat buiten kijf dat Caroline en Ernst August zeer bekende figuren zijn. En dus zullen zij meer moeten dulden: “… irrespective of the question whether and to what extent the first applicant assumes official functions on behalf of the Principality of Monaco, it cannot be claimed that the applicants, who are undeniably very well known, are ordinary private individuals. They must, on the contrary, be regarded as public figures.

Overigens sluit deze toepassing van het publiek figuur criterium ook beter aan bij de in het arrest aangehaalde resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Europese Raad, die publieke figuren definieert als “persons holding public office and/or using public resources and, more broadly speaking, all those who play a role in public life, whether in politics, the economy, the arts, the social sphere, sport or in any other domain.” Prinses Caroline gebruikt waarschijnlijk als lid van de Monegaskische koninklijke familie niet alleen publieke middelen, zij speelt vanzelfsprekend ook een rol in het publieke leven in Monaco (en daarbuiten).

c) Hoe de persoon waarover wordt bericht zich in het verleden heeft gedragen.
Van belang is hoe de persoon waarover wordt bericht zich voorafgaand aan de publicatie heeft gedragen. Met name de vraag of hij zelf actief de publiciteit heeft opgezocht. Hoewel dat niet betekent dat de persoon niet meer kan optreden tegen publicaties, is het wel een relevante omstandigheid. Relevant is ook de vraag of de foto en de informatie al eerder zijn gepubliceerd.

d) De inhoud, vorm en gevolgen van de publicatie.
Van belang is bijvoorbeeld hoe de persoon op de foto staat, en hoe de publicatie is verspreid (lokaal, nationaal).

e) De omstandigheden waaronder de fotos zijn genomen.
Gaf de geportretteerde toestemming voor de foto en de publicatie? Is de foto stiekem genomen? Verder zijn de ernst van de privacyschending en de gevolgen daarvan relevant.

Samenvatting
Het arrest Von Hannover II benadrukt nog eens dat er geen gouden regels zijn voor het beoordelen van een publicatie. Het niet voldoen aan één of meerdere van de criteria die in de jurisprudentie van het EHRM worden genoemd betekent niet meteen dat een publicatie (on)rechtmatig is. De omstandigheden van het geval zijn heilig, en die zijn lastig (of eigenlijk: niet)  neer te leggen in absolute regels. Het EHRM lijkt te beseffen dat het in Von Hannover I te veel heeft geprobeerd absolute regels te stellen en komt daar nu van terug. Het Europese Hof heeft in Von Hannover II de vrij repressief geachte uitspraak Von Hannover I een draai in de richting van de vrijheid van meningsuiting gegeven, waardoor de (entertainment)pers wat meer ruimte heeft gekregen.

| Print Print | MR 11033