Rechtbank wijst verzoek Pretium om ‘stalkingsverbod’ jegens journalist af

Pretium trad op tegen een (toekomstige) publicatie die volgens haar onrechtmatig was. Nou is dat niet bepaald uitzonderlijk. Wat dit geval bijzonder maakte, is dat Pretium journalist Peter Olsthoorn wilde verbieden om verder onderzoek te doen voor een boek over Pretium en de banden van het bedrijf met fondsenwerver Delphi, dat in het verleden ook fondsen wierf voor instanties als de Hartstichting, de Maag Lever Darmstichting, de Stichting Vluchteling en de Nierstichting. Het bedrijf vond dat Olsthoorn hen stalkte en door uitlokking belastend materiaal over Pretium probeerde te vergaren. Pretium, haar directeur en Delphi startten een bodemprocedure waarin zij onder meer vorderden dat Olsthoorn op straffe van een dwangsom zou worden verboden personen uit de kring rond Pretium te benaderen met suggestieve vragen. Ook vroegen ze een verklaring voor recht dat Olsthoorn onrechtmatig had gehandeld.

De rechtbank Den Haag ging hier niet in mee.

De rechtbank wijst er eerst terecht op dat bedrijven minder snel dan individuen een beroep kunnen doen op de bescherming van hun reputatie (zie bijvoorbeeld het EHRM in het Index arrest, MR 2016-004).

De rechtbank stelt dan vast dat er eigenlijk geen jurisprudentie bestaat over de voorfase van het journalistieke onderzoek.

Volgens Pretium is het feit dat Olsthoorn nu al 2,5 jaar onderzoek doet en dat er nog steeds geen publicatie is, een indicatie dat sprake is van stalking. Dat wijst de rechtbank koeltjes van de hand. Het enkele feit dat een journalist 2,5 jaar onderzoek doet zonder iets te publiceren kan moeilijk als onrechtmatig worden beoordeeld. Daar komt bij dat Olsthoorn er onweersproken op heeft gewezen dat Pretium doorgaans overgaat tot dagvaarding als zij vindt dat sprake is van een onrechtmatige publicatie. Reden om nog meer en uitgebreider dan gebruikelijk voorwerk te doen.

Er is ook geen sprake van stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (van wie dan ook) noch van dwang, zodat ook geen sprake is van stalking in strafrechtelijke zin. Bovendien is “Olsthoorn opgetreden als journalist en [komt] hem een beroep op de vrijheid van meningsuiting toe, waaronder de actieve journalistieke informatiegaring wordt geschaard.

Olsthoorn heeft de gegrondheid van aannames uit de media en van anonieme bronnen onderzocht. Volgens Pretium op een manier die haar reputatie heeft besmeurd. Olsthoorn vroeg daarbij onder meer aan relaties van Pretium en Delphi over de aannames dat zij “zich welbewust op ouderen richten omdat zij een kwetsbare doelgroep vormen, dat Delphi vertrouwelijke donateursbestanden van haar klanten aan Pretium doorspeelt, dat Pretium die bestanden misbruikt voor eigen marketingdoeleinden en dat Pretium de kwetsbaarheid van demente bejaarden misbruikt door hen tegen hun wil een abonnement te doen afsluiten en dat [eiser sub 2] zijn personeel onheus bejegent.”

Dit stond Olsthoorn vrij. Immers, Pretium is herhaaldelijk negatief in het nieuws is geweest, ook in verband met de ‘cold calling-methode’, waarvan met name ouderen het slachtoffer werden. Daaraan mocht Olsthoorn dan ook refereren. Hij mocht dit ook als ‘extreem klantonvriendelijk gedrag’ betitelen en mocht verder ook negatief ingeklede, kritische vragen stellen. Olsthoorn heeft de geïnterviewde personen bovendien voldoende ruimte geboden zijn aannames te weerspreken en om hun eigen verhaal te doen.

De vorderingen worden afgewezen.

| Print Print | MR 19617