Geen rectificatie voor van belastingontduiking beschuldigde chirurg

L. is plastisch chirurg en werkt zelfstandig. Tijdens inloopspreekuren geeft hij ter plekke een botox-injectie of een filler in een van het Vlietland Ziekenhuis te Schiedam gehuurde ruimte. In een uitzending van het programma Undercover in Nederland, gemaakt door Noordkaap en uitgezonden door SBS6, wordt onderzoek gedaan naar belastingontduiking. Verschillende medewerkers van het programma doen zich voor als patiënt en vragen naar de manier van betaling. Uit beelden van gesprekken met de assistente en de chirurg zelf blijkt dat bij contante betalingen geen BTW betaald hoeft te worden en bij betalingen met een pinpas wel.

L. vordert rectificatie en stelt dat de uitzending jegens hem onrechtmatig is, omdat hij beschuldigd wordt van belastingontduiking terwijl voor deze beschuldiging geen enkele deugdelijke feitelijke grondslag bestaat en deze bovendien niet zou blijken uit de gemaakte opnamen in hun totaliteit.

In een heldere en goed te lezen uitspraak wijst de voorzieningenrechter op de belangen die hier een rol spelen. In dit geval moet rekening worden gehouden met de ernst van de aan de orde gestelde misstand, de methode van het verkrijgen van de relevante informatie, de mate waarin de geuite beschuldigingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal en de gevolgen die de publicatie heeft (gehad) voor de chirurg.

De rechter vindt dat geen sprake is van manipulatie of uit het verband rukken van uitlatingen van de chirurg. Het ruwe materiaal is niet dermate afwijkend van de vertoonde beelden dat deze niet representatief zouden zijn voor de aan het publiek geopenbaarde uitlatingen. Uit de beelden is voldoende gebleken dat de chirurg en zijn assistente patiënten meedelen dat zij bij een cash betaling geen, en bij pin betaling wel BTW moeten betalen en dat cash betalen dus gunstiger is. De chirurg heeft nagelaten een logische verklaring hiervoor te geven:
[eiser] heeft toegelicht dat over cosmetische behandelingen wel en over medische ingrepen geen BTW verschuldigd is en dat dit geheel ter beoordeling is aan de arts, waardoor de verplichting tot BTW afdracht vrij beperkt is. Er is immers maar een klein percentage behandelingen dat puur cosmetisch is, volgens [eiser] . Niet valt uit te sluiten dat dit BTW systeem, dat mogelijk administratief bewerkelijk is, ertoe heeft geleid dat [eiser] besloten heeft om over cash betalingen wel en over pinbetalingen geen BTW te rekenen. Dit is echter niet overeenkomstig de regelgeving en kan op zijn minst als sjoemelen worden gekwalificeerd.

Hierna ligt de rechter toe waarom de term ‘belastingontduiking’ steun vindt in de feiten vindt: “In het geval alle contante betalingen wel in de boekhouding worden vermeld, zoals [eiser] stelt – zodat alleen sprake is van ‘sjoemelen’ in voormelde zin – is het betitelen van een en ander als ‘belastingontduiking’ wat zwaar aangezet, maar toch niet van enige feitelijke basis ontbloot. Als de contante betalingen echter niet (allemaal) boekhoudkundig worden verantwoord, is de term zelfs geheel op zijn plaats.”

Het gebruik maken van verborgen apparatuur maakt de uitzending ook niet onrechtmatig, aangezien het voldoende aannemelijk is dat de handelingen van L. zonder verborgen camera niet boven water waren gekomen en genoeg rekening is gehouden met het privacybelang van L. door zijn gezicht te wipen en zijn achternaam niet te noemen.

Tenslotte legt de rechter uit waarom het argument van L. dat hij door de publicatie (zeer) ernstige schade heeft geleden omdat zijn reputatie is aangetast en zijn toelatingsovereenkomst is opgezegd, niet op gaat:
[gedaagden] heeft echter terecht aangevoerd dat de beëindiging van de overeenkomst niet zozeer is veroorzaakt door de uitzending van de beelden, maar vooral door de handelwijze van [eiser] zelf en de vertrouwensbreuk die dat heeft veroorzaakt met het ziekenhuis. Dit volgt immers uit het feit dat de beëindiging al heeft plaatsgevonden vóórdat de uitzending openbaar is gemaakt en wordt ook ondersteund door hetgeen de Raad van Bestuur in haar brieven over de beëindiging heeft vastgelegd, zoals aangehaald onder 2.13. Dat de reputatie van [eiser] is geschonden kan zo zijn, maar dat heeft hij dan grotendeels zelf in de hand gewerkt.”

Voor beperking van de uitingsvrijheid is geen plaats en de vordering van de chirurg wordt afgewezen.

| Print Print | MR 20685