Rechter wijst verzoek Moszkowicz om inzage scripts en scenario’s serie ‘De Maatschap’ toe

De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 27 mei 2016 een verzoek van Robert Moszkowicz om inzage in al inbeslaggenomen scripts en scenario’s van de vierdelige dramaserie ‘De Maatschap’ toegewezen. Moszkowizc-telg Robert is van mening dat de, voor dit najaar geplande, serie auteursinbreuk maakt op zijn boek ‘De Straatvechter, mijn verhaal’ en had op 22 april 2016 bewijsbeslag gelegd.

Moszkowicz wilde nader onderzoek verrichten naar een mogelijke auteursrechtinbreuk naar aanleiding van informatie die in de media was verschenen over de door Dutch Mountain Films en de VPRO geproduceerde serie over gebeurtenissen rondom de familie Moszkowicz. Daarnaast gaf informatie verschaft door twee figuranten aanleiding tot beslaglegging en het inzageverzoek.

Mogelijk inbreuk makende scènes uit de serie gingen over een strafzaak tegen Robert Moszkowizc wegenshttp://www.mediareport.nl/wp-includes/js/tinymce/plugins/wordpress/img/trans.gif ‘bedrieglijke bankbreuk’, het verkopen door hem van zijn laatste sierraden om zijn heroïneverslaving te bekostigen, en de zogenaamde ‘bedscène’, waarin hij voor het eerst kennismaakt met heroïne. Met name de laatste twee gebeurtenissen zouden slechts in het boek ‘De Straatvechter, mijn verhaal’ eerder geopenbaard zijn. De passages in het boek over deze gebeurtenissen dragen het ‘persoonlijk stempel’ van de maker aldus eiser.

Voor toewijzing van een inzageverzoek door de voorzieningenrechter is vereist dat aannemelijk is dat eiser een vordering heeft op de gedaagde(n), en in dit geval dus dat een (dreigende) auteursrechtinbreuk aannemelijk is. De Rechtbank achtte dit het geval.

Geoordeeld werd dat de ‘bedscène’ uit de dramaserie: “een zodanige gelijkenis vertoont met de relevante passage uit het boek dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een (dreigende) auteursrechtelijke inbreuk. Immers, de in het boek beschreven passage sluit op belangrijke elementen aan op de scène zoals beschreven in de verklaringen van de figuranten die aan deze scène hebben meegewerkt. Zo is de hoofdpersoon in de scène een op eiser gebaseerd personage die samen met zijn vriendin op haar initiatief voor het eerst heroïne aanbiedt. Deze elementen komen ook voor in de desbetreffende passage uit het boek. Bovendien vindt de scène, net als in het boek, plaats in de slaapkamer. Ten aanzien van deze gegevens is niet gebleken dat deze gegevens – anders dan uit het boek van eiser – publiekelijk bekende gegevens zouden zijn.”

Dit in combinatie met het feit dat de serie gebaseerd is op het leven van de familie Moszkowicz maakt dat de voorzieningenrechter het voldoende aannemelijk acht dat eiser een vordering heeft op grond van schending van het auteursrecht.

Het inzageverzoek op grond van art. 1019a RV jo. art. 843a Rv wordt dan ook toegewezen.

 

| Print Print | MR 19952