Conflict tussen omroepen Almere: voorzieningenrechter wijst eis rectificatie af

Een conflict tussen twee media waarin van de ene kant rectificatie, en van de andere kant een uitingsverbod wordt geëist. Deze opmerkelijke zaak speelde zich recent af in Almere en ten overstaan van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad. De voorzieningenrechter wijst bij vonnis van 11 juli 2017 over en weer de vorderingen af.

In 2015 wordt eiseres, Media036, door de gemeente Almere aangewezen als lokale omroepdienst voor een periode van vijf jaar en ontvangt daarvoor subsidie. In 2016 is er negatieve media-aandacht over de bedrijfsvoering van Media036. Begin 2017 stopt Media036 met haar activiteiten.

Op 7 juni 2017 verschijnt er een groot artikel in het lokale nieuwsblad “Almere Deze Week” met als titel “Totaal mismanagement bij lokale omroep Media036”. Daarop spant Media036 een kort geding aan tegen Almere Deze Week, met als inzet rectificatie van dit artikel.

De voorzieningenrechter stelt eerst vast dat gebeurtenissen uit het verleden ook relevant kunnen zijn bij de belangenafweging, en dat de verstrekte subsidie aan Media036 rechtvaardigt dat zij extra kritisch gevolgd wordt:

Het ‘verleden’ is derhalve, anders dan Media036 c.s. heeft betoogd, wel degelijk relevant. Media036 zou, gefinancierd met onder andere publieke middelen, als lokale omroepdienst het media-aanbod voor de gemeente Almere verzorgen. Het is in dat geval niet vreemd dat het handelen van Media036, met name met betrekking tot de besteding van aan haar uitgekeerde publieke middelen, onder een vergrootglas wordt gelegd. (…) Het aan de kaak stellen van de wijze waarop publieke middelen wordt besteed en de wijze waarop die besteding wordt verantwoord, dient een algemeen belang.

Vervolgens overweegt de voorzieningenrechter dat een belangrijk deel van de kritiek in het artikel afkomstig is van een ex-presentator van Media036, en dat dit ook duidelijk in het artikel blijkt. Bovendien, zo oordeelt de rechter, is er voor het verhaal van de ex-presentator voldoende steun in het op dat moment beschikbare feitenmateriaal.

De voorzieningenrechter weegt verder de eigen gedragingen en uitingen van Media036 mee:

Verder speelt een rol dat Media036 c.s., om haar moverende redenen, de publiciteit ook zelf zocht: bij de presentatie van haar plannen en ambities in de strijd om de omroeplicentie, bij de presentatie van de niet onomstreden [C] als boegbeeld voor de omroep, maar ook met betrekking tot haar ontbinding en de redenen die aan dat besluit ten grondslag zouden liggen. Media036 c.s. kiest er ook bewust voor om publiekelijk, middels haar facebookpagina, in te gaan op het artikel van ADW.”

Media036 had ook nog geklaagd over het gebrek aan hoor- en wederhoor. Echter, de voorzieningenrechter overweegt dat de voorzitter van Media036 “[in] het verleden [had] aangegeven ADW niet te woord te willen staan“, waarmee het ontbreken van hoor- en wederhoor niet ten nadele van Almere Deze Week kan meewegen.

Tot slot is de aard van het medium ook een relevante factor bij de afweging (hoewel niet volledig complimenteus voor Almere Deze Week):

Tot slot speelt in de belangenafweging een rol dat het gewraakte artikel is verschenen in een gratis verspreid huis-aan-huisblad. Hoewel Media036 c.s. de Almere Deze Week aanwijst als een zeer gezaghebbend medium, valt hierop gelet op de aard van het medium waarin het artikel is verschenen wel het nodige af te dingen.”

Het artikel in Almere Deze Week wordt al met al rechtmatig geoordeeld, en de vorderingen van Media036 worden afgewezen.

Kennelijk had Almere Deze Week dan nog betoogd dat als haar artikel rechtmatig zou zijn, daaruit automatisch zou volgen dat de uitingen van Media036 onrechtmatig zouden zijn en dat er een uitingsverbod opgelegd zou kunnen worden. Daarover is de voorzieningenrechter kort:

Anders dan ADW lijkt te veronderstellen, vloeit uit de enkele omstandigheid dat in dit concrete geval het recht op vrije meningsuiting prevaleert en de vorderingen van Media036 c.s. worden afgewezen niet (automatisch) voort dat de uitlatingen van Media036 c.s. jegens ADW wèl onrechtmatig zijn. De vraag of de door ADW aangevallen uitlatingen Media036 c.s. onrechtmatig zijn jegens haar moet zelfstandig worden beoordeeld en beantwoord, aan de hand van het kader zoals hierboven geschetst. In dat licht bezien, heeft ADW haar vorderingen onvoldoende onderbouwd om tot toewijzing te kunnen komen.”

| Print Print | MR 21444