Uitzending “Op de Vlucht” over zedendelinquent niet onrechtmatig

Misdaadjournalist John van den Heuvel wijdt in 2014 een aflevering van zijn programma “Op de Vlucht” aan de veroordeelde zedendelinquent X. Deze aflevering zou in 2015 herhaald worden, wat X met een kort geding zonder succes probeerde te voorkomen. Daarna startte X een bodemprocedure bij de kantonrechter met als doel een verklaring voor recht van onrechtmatig handelen en een schadevergoeding van € 15.000,- te verkrijgen. De kantonrechter wijst alle vorderingen van X af.

X stelt dat de (herhaalde) uitzending een ‘onnodige aantasting van zijn eer en goede naam’ heeft opgeleverd, dat de uitzending geen maatschappelijk doel diende en dat noch hij, noch het slachtoffer, noch de moeder van het slachtoffer toestemming gegeven zou hebben voor de herhaling.

De kantonrechter stelt eerst vast dat X in de uitzending niet herkenbaar is: zijn gezicht en ‘herleidbare kenmerken als tatoeages en ringen’ zijn geblurd. Ook zijn achternaam wordt niet genoemd.

Dan komt de kantonrechter snel ter zake:

De kantonrechter is van oordeel dat het recht op vrijheid van meningsuiting van RTL c.s. in dit geval dient te prevaleren. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat X niet slechts een verdachte is, maar reeds tot in hoger beroep is veroordeeld wegens het plegen van een of meer ernstige zedendelicten. X mag dan ook verwachten en moet dulden dat daar in de media ten volle en herhaaldelijk aandacht wordt besteed. Daarbij komt dat X in het verleden ook zelf actief de media heeft benaderd.

De rechter weegt verder nog mee dat buiten discussie staat dat de uitzending steun in de feiten vindt.

De overweging over het blijvende publiek belang bij het besteden van aandacht aan veroordeelde misdadigers doet denken aan het oordeel van de voorzieningenrechter in een zaak waarin Volkert van der Graaf zonder succes probeerde een uitzending over hem te verbieden. Daar overwoog de rechter dat het Nederlandse volk blijvend belangstelling zal hebben voor Van der Graaf vanwege de moord op de politicus Pim Fortuyn.

In een andere zaak, waarin een veroordeelde moordenaar probeerde zoekresultaten over zijn daad uit Google te verwijderen, oordeelde de voorzieningenrechter daarover als volgt:

De veroordeling tot een ernstig misdrijf brengt negatieve publiciteit met zich; die publiciteit is in het algemeen blijvend relevant ten aanzien van de persoon van de veroordeelde. Het recht om als dader van een ernstig misdrijf juist te worden vergeten wordt echter zwaarwegender naarmate het gebeuren verder weg ligt in de tijd en die dader zijn ‘schuld’ aan de maatschappij in het algemeen en de nabestaanden in het bijzonder verder heeft afgelost.

| Print Print | MR 21452