Persoonlijke aansprakelijkheid journalisten

Vorig jaar werd de journalistiek opgeschrikt door het vonnis in de zaak Terumo tegen AVROTROS. Een korte bespreking op ons blog hadden jullie nog tegoed. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat EenVandaag de beschuldigingen dat injectienaalden, stents en hartkatheters van Terumo ondeugdelijk zouden zijn, niet had waargemaakt. De uitzendingen leunden hoofdzakelijk op de verklaringen van twee anonieme klokkenluiders. Onderzoek naar aanleiding van de uitzendingen bracht echter geen misstanden aan het licht. De conclusie van het RIVM en de IGZ was dat – anders dan EenVandaag naar buiten had gebracht – geen gevaar bestond voor de gezondheid.

Terumo stelt dat haar schade als gevolg van de uitzendingen in de miljoenen loopt, omdat ziekenhuizen, GGD-instellingen en farmaceuten producten hebben teruggestuurd en orders hebben stopgezet. De rechtbank oordeelt dat de omroep en de twee betrokken journalisten, Blokzijl en Timmer, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor die schade. Persoonlijke aansprakelijkheid voor zo’n potentieel enorme schade voert heel ver. Te ver naar onze mening. De rechtbank gaat voorbij aan het chilling effect van haar uitspraak. Wie durft het nog op te nemen tegen kapitaalkrachtige bedrijven als die hun pijlen op de portemonnee van de individuele journalist kunnen richten? Dit effect laat de rechtbank onbesproken.

Daar komt bij dat de redenering van de rechtbank waarom naast AVROTROS de journalisten persoonlijk aansprakelijk zouden zijn, allerminst overtuigt. AVROTROS had aangevoerd dat Blokzijl en Timmer “geen hoofd- of eindredacteur van de beide programma’s waren, daarom geen beslissing over het al of niet uitzenden hebben genomen en daarvoor om die rede niet aansprakelijk zijn”. Terumo had daar tegenin gebracht dat zij als redacteur en verslaggever “een belangrijke rol bij de voorbereiding (zoals de interviews) en de samenstelling en vaststelling van de inhoud van de uitzending hebben vervuld en zich daarnaast door middel van andere uitingen (bijvoorbeeld de blog van Blokzijl en het radio-interview met Timmer) daarmee hebben verbonden.” De rechtbank volgt Terumo en concludeert: “Zij hebben zich dan ook evenals AVROTROS aan onrechtmatige daad tegen Terumo schuldig gemaakt en zijn voor de als gevolg daarvan door Terumo geleden schade met AVROTROS hoofdelijk aansprakelijk”.

Tegenover de Volkskrant gaf ik eerder deze reactie: “Het lijkt mij kort door de bocht. Uitgangspunt is dat de werkgever – hier dus de omroep – aansprakelijk is voor het handelen van haar medewerkers. Ook als je je in een interview op de radio of op een blog uitlaat over een uitzending, vloeit dat voort vanuit je functie als programmamaker. Dat is misschien anders als het duidelijk een privé-initiatief is, waar de werkgever geen invloed op heeft. Als je als individuele verslaggever aansprakelijk wordt gehouden, heeft dat een intimiderend effect. Dat effect lijkt door de rechters niet te zijn meegenomen in dit tussenvonnis.

Een maand later gaf de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam op dit punt een compleet ander oordeel dan haar collega’s in de Terumo-zaak:

De Volkskrant c.s. heeft gesteld dat de gewraakte artikelen onder verantwoordelijkheid van De Volkskrant zijn geplaatst en dat (alleen) zij als werkgever aansprakelijk is voor de handelwijze van de hoofdredacteur en de journalisten in dit verband. De Volkskrant c.s. zal daarin worden gevolgd. Eiser heeft onvoldoende gesteld om (ook) de persoonlijke aansprakelijkheid van de hoofdredacteur en de journalisten van het artikel aan te nemen. Jegens hen worden de vorderingen reeds om die reden afgewezen.

AVROTROS is in hoger beroep gegaan. Voor de perspraktijk is het zeer interessant hoe het Hof over de persoonlijke aansprakelijkheid van de journalisten zal oordelen.

Terumo had ook om verwijdering van de uitzendingen gevraagd. Dat weigert de rechtbank, omdat dat een ontkenning van de geschiedenis zou zijn: “Daargelaten of de vordering tot verwijdering technisch uitvoerbaar is, staat echter onmiskenbaar vast dat de beide uitzendingen hebben plaatsgehad en dat daarop op allerlei wijzen is gereageerd en voortgebouwd, ook door AVROTROS c.s. zelf. De – blijvende – verwijdering daarvan zou een ontkenning van de geschiedenis meebrengen. Dit zal de rechtbank daarom niet toewijzen. Wel dient AVROTROS ervoor te zorgen dat een ieder die van de beide uitzendingen en de uitingen die zij daarover via de televisie en andere door haar beheerste media heeft gedaan, nog steeds kennis kan nemen, bij het waarnemen van die uitingen duidelijk en onomwonden tevens de informatie krijgt dat de uitzendingen in rechte onrechtmatig zijn bevonden.

Verder had Terumo nog gevorderd dat het AVROTROS verboden zou worden op de tekst van de rectificatie of op de uitspraak van de rechtbank als geheel commentaar te leveren. Ook dat weigert de rechtbank: “Een dergelijk verbod zou met de uitingsvrijheid van AVROTROS in strijd zijn.

Uit eerdere rechtspraak volgt dat de veroordeelde partij geen afbreuk mag doen aan de rectificatie. Maar dat betekent dus niet dat je überhaupt niets meer over de zaak mag zeggen. Zo stond het AVROTROS dan ook vrij te melden dat zij het niet eens is met het vonnis en daarom in beroep is gegaan.

| Print Print | MR 20728