EHRM: weglaten aanhalingstekens maakt media niet aansprakelijk voor citaat

In het najaar van 2003 stond in Servië de samenwerking met het in Den Haag gezetelde Joegoslavië-Tribunaal ter discussie. Meer dan de helft van de Servische bevolking was tegen samenwerking met het Tribunaal. Samenwerking zou betekenen dat Servië Servische verdachten van oorlogsmisdrijven zou moeten uitleveren aan deze instantie.

Tegen deze achtergrond publiceerde de Servische krant Politika een artikel van de journaliste Ljiljana Milisavljević over de mensenrechtenactiviste Nataša Kandić. Kandić stond bekend als één van de voorvechters van volledige samenwerking tussen Servië en het Joegoslavië-Tribunaal. In het artikel vermeldde Milisavljević dat Kandić in de media is uitgemaakt voor heks en prostituee. Dat deed zij zonder aanhalingstekens te gebruiken.

Op 1 september 2005 veroordeelde een Servische rechtbank Milisavljević wegens belediging, en gaf haar een gerechtelijke waarschuwing. Door geen aanhalingstekens te gebruiken bij de zin “although she has been called a witch and a prostitute”, zo luidde de redenering, had Milisavljević haar eigen mening weergegeven en Kandić beledigd. Op 5 juli 2006 werd deze redenering door een hogere Servische instantie in stand gehouden.

Uitspraak EHRM
De zaak eindigt bij het EHRM, dat de vraag voorkrijgt of de strafrechtelijke veroordeling door de Servische instanties de vrijheid van meningsuiting van Milisavljević ontoelaatbaar schendt. Partijen zijn het erover eens dat deze veroordeling de vrijheid van meningsuiting van Milisavljević heeft ingeperkt. Die inperking heeft een juridische basis in het Servische strafrecht, en heeft als doel de goede naam en rechten van Kandić te beschermen. Voldoet de inperking ook aan de andere eis van artikel 10 lid 2 EVRM, dat deze ‘noodzakelijk is in een democratische samenleving’, in dit geval om Kandić’ recht op respect voor haar privéleven te beschermen?

Het Hof haalt de criteria aan uit het arrest Axel Springer vs. Germany, en past deze vervolgens toe op de relevante feiten:

  • Het artikel gaat over een zaak van publiek belang. Het is namelijk gepubliceerd ten tijde van het publieke debat rondom de samenwerking van Servië met het Joegoslavië-Tribunaal. De Servische juridische instanties hebben deze context onterecht buiten beschouwing gelaten;
  • Kandić is een mensenrechtenadvocaat en dus een bekend persoon. Ze heeft daarom meer kritiek te dulden;
  • Wat betreft de inhoud van het artikel vindt het Hof van belang dat het artikel niet ingaat op het persoonlijke leven van Kandić, maar op de negatieve én positieve waarderingen van haar professionele werkzaamheden;
  • Hoewel er geen aanhalingstekens werden gebruikt, is het volgens het Hof duidelijk dat de zin “although she has been called a witch and a prostitute” niet de persoonlijke mening van Milisavljević weergeeft, maar de mening van anderen. Dit volgt uit de manier waarop de zin geformuleerd is. Bovendien is tijdens de Servische procedure bevestigd dat deze woorden inderdaad afkomstig zijn uit een door een andere journalist gepubliceerd artikel. Het Hof herhaalt dat een journalist, als boodschapper van een mogelijke beledigende of provocerende verklaring van een ander, niet steeds afstand hoeft te nemen van de inhoud van die verklaring. Het is immers de taak van een journalist om informatie te verstrekken omtrent gebeurtenissen, meningen en ideeën. Volgens het Hof is het daarom niet denkbaar dat een journalist gestraft wordt voor het verspreiden van verklaringen van andere personen, tenzij daar bijzondere zwaarwegende redenen voor zijn. Het weglaten van aanhalingstekens is op zichzelf niet zo’n zwaarwegende reden;
  • Ten slotte gaat het Hof in op de proportionaliteit van de opgelegde strafrechtelijke waarschuwing. Het Hof verwerpt het argument van de Servische regering dat het hier gaat om ‘slechts’ een waarschuwing. Volgens het Hof had er, gezien de belangrijke rol van de boodschappersfunctie, überhaupt geen veroordeling mogen plaatsvinden.

Het Hof concludeert in Milisavljević tegen Servië dat de veroordeling niet in redelijke verhouding staat tot het te dienen doel, en dus niet noodzakelijk is in een democratische samenleving. Artikel 10 EVRM is daarom geschonden. De Servische regering moet 500 euro schadevergoeding betalen voor morele schade, en 386 euro voor gemaakte kosten.

Boodschappersfunctie
Het Hof bevestigt met deze uitspraak weer de boodschappersfunctie van de pers. Een journalist kan in beginsel niet gestraft worden voor het verspreiden van uitingen van anderen, tenzij daar bijzondere zwaarwegende redenen voor bestaan. Het enkel en alleen weglaten van aanhalingstekens is geen zwaarwegende reden die het bestraffen van een journalist kan rechtvaardigen.

| Print Print | MR 21151