Eritrea 3: kort geding tegen de Volkskrant over intimiderende tweet

Op 27 januari 2016 verscheen in de Volkskrant het artikel “Eritrese intimidatie in Nederland breidt zich uit”. Het was de dag van de zitting in het kort geding tegen hoogleraar Mirjam van Reisen. Die zaak was aangespannen door Meseret Bahlbi, voorzitter van de YPFDJ Holland – de jongerenafdeling van de enig toegestane politieke partij de PFDJ.

In het artikel wordt een tweet van eiser – “This could be a career ending case for the both of you @mreisen and @sanneterlingen” – genoemd als een voorbeeld van intimidatie. Dat was echter tegen het zere been van eiser. Hij meent namelijk dat zijn tweet “volstrekt neutraal” was en vindt dat hij op deze manier ten onrechte wordt beschuldigd van intimidatie. Hij is bovendien geen Eritreeër en geen aanhanger van het Eritrese regime zo stelt hij.

Om aan de klachten van eiser tegemoet te komen voegt de Volkskrant de volgende mededeling aan het artikel toe: “De hieronder aangehaalde tweet “This could be a career ending case for the both of you” is van [eiser]. Bij een eerdere versie van dit bericht stond ook een afbeelding van deze tweet. Voorzover daardoor de indruk is gewekt dat [eiser] een Eritreeër is en een aanhanger van het Eritrese regime, is dat ten onrechte. Die indruk heeft de Volkskrant niet willen wekken.

Maar dat vindt eiser onvoldoende, want hiermee wordt de zijns inziens onterechte beschuldiging van intimidatie niet weggenomen. Hij start een kort geding waarin hij rectificatie vordert, de verwijdering van zijn tweet uit het artikel en een schadevergoeding.

De Voorzieningenrechter overweegt dat de tweet in de context moet worden gezien van andere tweets en gedragingen van eiser. Daaruit volgt volgens de rechter dat hij sympathiseert met Meseret Bahlbi en anderen die het regime in Eritrea gunstig gezind zijn en dat hij stelling neemt tegen hoogleraar Van Reisen en OneWorld journalist Sanne Terlingen. Daarom kan de tweet als “intimidatie” worden aangemerkt en is het ook gerechtvaardigd dat de Volkskrant de tweet koppelt aan “Eritrese” intimidatie. Aldus is er geen sprake van ernstige beschuldigingen die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal en wordt het artikel niet onrechtmatig geacht.

Eiser had ook geklaagd dat de Volkskrant geen wederhoor had toegepast. Daarover oordeelt de rechter als volgt: “Het enkel achterwege laten van wederhoor leidt niet zonder meer tot onrechtmatigheid van een gewraakte publicatie. Dat geldt ook in dit geval. Eiser heeft in dit geding niet aannemelijk gemaakt dat wederhoor, indien de Volkskrant hiertoe was overgegaan, zou hebben geleid tot een andere inhoud van het artikel. De vraag van de voorzieningenrechter waarom hij, twee dagen vóór het kort geding van Bahlbi tegen Van Reisen, de tweet heeft verstuurd indien deze niet als intimidatie zou zijn bedoeld, heeft eiser immers niet afdoende kunnen beantwoorden.

Tot slot had eiser ook nog een beroep gedaan op de Wet Bescherming Persoonsgegevens en schending van het portretrecht, omdat zijn tweet een persoonsgegeven zou zijn en zijn Twitterprofielfoto bij de weergave van zijn tweet door de Volkskrant was afgebeeld. Ook dat ziet de rechter anders: “niet [valt] in te zien dat een twitterbericht een persoonsgegeven is. Door op Twitter de openbaarheid te zoeken, gaat de gebruiker bovendien akkoord met de voorwaarden van Twitter, die hergebruik door derden toestaan en aanmoedigen. Eiser heeft er zelf voor gekozen de tweet (met zijn portret) de wereld in te sturen en de bedoeling hiervan is maximale aandacht. Tegen die achtergrond kan een beroep op privacy dan ook niet slagen.

Tegen het vonnis is hoger beroep ingesteld.

De Volkskrant werd in deze zaak bijgestaan door Emiel Jurjens en Christien Wildeman.