“Slechte smaak is niet onrechtmatig” – BNN-VARA wint hoger beroep tegen Pretium

Het proceslustige Pretium blijkt een onuitputtelijke bron voor rechtspraak waarin het recht op vrijheid van meningsuiting stevig wordt verankerd.

In de uitzending van Kassa van 10 maart 2012 kwamen (niet voor het eerst) klachten over telecomaanbieder Pretium aan bod. Volgens de rechtbank kon die uitzending grotendeels door de beugel, met uitzondering van het onderdeel over mevrouw Glas.

Mevrouw Glas was een oudere dame die onbedoeld abonnee van Pretium was geworden. Zij had de laatste weken voor haar dood niet kunnen bellen vanwege een storing. Haar nicht werd op de begraafplaats getoond “waarbij geboorte- en sterfdatum van mevrouw Glas in beeld worden gebracht en stemmige muziek ten gehore wordt gebracht”. De rechtbank vond dat in de uitzending ten onrechte de indruk was gewekt dat Pretium ervoor verantwoordelijk was dat “mevrouw Glas in haar laatste dagen contact met de buitenwereld heeft moeten ontberen”. Vara moest op dit punt rectificeren en de uitzending online aanpassen door het fragment te verwijderen op straffe van een dwangsom van € 20.000 per dag met een maximum van € 500.000.

Het Hof Amsterdam vernietigt bij arrest van 21 april 2015 dit vonnis van de rechtbank en stelt VARA-BNN alsnog in het gelijk. Dat mevrouw Glas de weken voor haar dood niet kon bellen, kan Pretium wel degelijk worden aangerekend, aldus het Hof. Pretium is immers verantwoordelijk voor het goed functioneren van de telefoonaansluiting van haar klanten, in dit geval van mevrouw Glas, en heeft onvoldoende actie ondernomen de storing te verhelpen. Pretium voerde nog aan dat de storing volgens de technische dienst van het verzorgingstehuis verholpen was, maar het Hof overweegt dat Pretium dat zelf had moeten controleren, “hetgeen eenvoudig had kunnen geschieden door Glas te bellen”.

Naar het oordeel van het Hof vindt de berichtgeving van Kassa over de zaak van mevrouw Glas dan ook voldoende steun in de feiten. Ook de beelden op de begraafplaats met de stemmige muziek op de achtergrond maken de uitzending niet onrechtmatig. Het Hof overweegt in dat kader: “Daaraan doet niet af dat het item zwaar is aangezet door de inleiding en vormgeving ervan. Dit moge getuigen van slechte smaak, onrechtmatig is het niet”.

Voorts bevestigt het Hof – zoals al vaker bepaald in eerdere Pretium-uitspraken – dat de media ook over klachten van consumenten mogen berichten zonder dat vast staat of de klachten (volgens Pretium) gegrond zijn. Het Hof benadrukt dat het de media vrijstaat te berichten over kwesties waarover betrokkenen het oneens zijn:

Een aanzienlijk deel van de berichten in ‘de media’ heeft echter betrekking op verschijnselen waarvan de betrokkenen verschillende (feitelijke) lezingen geven, en waaraan ook verschillende gevolgtrekkingen (kunnen) worden verbonden. De in de klachten van Pretium doorklinkende opvatting dat pas over feiten zou mogen worden gepubliceerd nadat – aan de hand van gedegen eigen feitelijk onderzoek – de juistheid van de feitelijke basis van hetgeen wordt gepubliceerd, min of meer onomstotelijk is komen vast te staan, kan niet als juist worden aanvaard. Deze opvatting zou betekenen dat de nieuwsvoorziening en het commentaar op nieuws in de media voor een belangrijk deel onmogelijk zou worden.

Tot slot oordeelt het Hof dat het tot de journalistieke vrijheid van de Vara behoort om het weerwoord van Pretium te redigeren en niet in zijn geheel uit te zenden.

Na het vonnis in eerste aanleg ontstond tussen partijen over het al dan niet verbeurd zijn van dwangsommen een executiegeschil. In een aparte procedure over dit executiegeschil besliste Het Hof dat Pretium misbruik maakte van recht en geen € 500.000, maar slechts € 20.000 mocht executeren. Nu echter het vonnis van de rechtbank – waarin het fragment over mevrouw Glas onrechtmatig werd geoordeeld en waarop dus de dwangsom was gegrond – door het Hof is vernietigd, is ook die dwangsom van € 20.000 van tafel. Alleen cassatie bij de Hoge Raad kan daar eventueel nog verandering in brengen.