EHRM benadrukt het recht op ‘first hand reporting’

Op 24 december 2012 vond er in het parlement van Macedonië een debat plaats over de aan te nemen begroting van het land. Dit debat verliep niet zoals je op de dag voor kerst zou verwachten: er waren protesten buiten het parlementsgebouw en binnen ontstond een felle discussie tussen leden van regeringspartijen en oppositieparlementariërs. De discussie liep zó uit de hand dat leden van de oppositiepartijen én aanwezige journalisten uit de zaal verwijderd werden, wat niet zonder slag of stoot verliep. De begroting werd vervolgens zonder hun aanwezigheid alsnog aangenomen.

Dat ook de journalisten uit de zaal verwijderd werden, was opvallend, omdat zij op het balkon zaten en geen deel uitmaakten van de felle discussie tussen de parlementariërs.

De journalisten stapten naar de Macedonische rechter omdat zij vonden dat de vrijheid van meningsuiting onterecht ingeperkt was door hun verwijdering uit de parlementshal.

Het Constitutionele Hof van Macedonië was het hier niet mee eens. Volgens de rechter was het met fysiek geweld verwijderen van de journalisten in dit geval gerechtvaardigd: verdere escalatie werd voorkomen en de intentie was om de journalisten te beschermen en de orde in de parlementshal te herstellen.

De journalisten besloten hun zaak voor te leggen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Zij deden hierbij een beroep op twee artikelen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Allereerst artikel 6 EVRM, het recht op een eerlijk proces. De journalisten waren namelijk tijdens het proces niet mondeling gehoord door de nationale rechter en hadden hun kant van het verhaal niet kunnen vertellen. Daarnaast beriepen zij zich natuurlijk op artikel 10 EVRM, de vrijheid van meningsuiting. De journalisten stelden dat het verwijderen een chilling effect had op hun uitingsvrijheid.

Het EHRM heeft een paar dagen geleden uitspraak gedaan in deze zaak (Selmani e.a. t. Macedonië). In deze zaak stond niet ter discussie dat het verwijderen van de journalisten een “interference” was op de vrijheid van meningsuiting. Het Hof moest daarom beoordelen “whether such interference was “prescribed by law”, pursued one or more legitimate aims, and was “necessary in a democratic society”. Als voldaan wordt aan deze gronden, is een inperking van artikel 10 EVRM namelijk gerechtvaardigd.

Het Hof begint met het oordeel dat de interference voldoende wettelijke basis had, omdat de procedurele regels van het Macedonische parlement duidelijk stellen dat de voorzitter de orde in de parlementszaal moet bewaken. Deze regels zijn voldoende toegankelijk en voorzienbaar voor journalisten, aldus het Hof.

Vervolgens meent het Hof dat de interference ook een legitiem doel had, namelijk het garanderen van de veiligheid van het publiek en het voorkomen van wanordelijkheden. Tot slot speelt de vraag of de interference noodzakelijk was in een democratische samenleving.

Het Hof benadrukt eerst: “the essential function the media fulfil in a democratic society [..] is nevertheless to impart – in a manner consistent with their obligations and responsibilities – information and ideas on all matters of public interest. [..]  Not only do the media have the task of imparting such information and ideas, but the public also has a right to receive them.”.

Daarna overweegt het Hof dat de felle discussie en de wanordelijkheden in de parlementszaal aan te merken zijn als matters of public interest. De omstandigheden dat er geprotesteerd werd voor het parlementsgebouw en dat het om een belangrijk debat ging spelen hierbij mee.

Verder stelt het Hof dat de journalisten passieve omstanders waren die gewoon hun werk deden. Het argument dat de journalisten uit de parlementszaal gezet werden voor hun eigen veiligheid weegt volgens het Hof niet zwaar genoeg. Het verwijderen “prevented them from obtaining first-hand and direct knowledge based on their personal experience of the events unfolding in the chamber, and thus the unlimited context in which the authorities were handling them. Those were important elements in the exercise of the applicants’ journalistic functions, which the public should not have been deprived of in the circumstances of the present case.”

Het EHRM concludeert dat het verwijderen van de journalisten inbreuk maakte op artikel 10 EVRM.

Het beroep op 6 EVRM deed de Macedonische rechter af door te stellen dat het sneller en efficiënter was om geen mondeling verhoor plaats te laten vinden en dat er geen noodzaak zou zijn; de feiten stonden volgens de rechter voldoende vast.

Het EHRM is het ook daar niet mee eens. Volgens het Hof zijn de omstandigheden waaronder de journalisten uit de parlementszaal verwijderd zijn relevant in deze zaak. Een oral hearing was dus op zijn plaats geweest zodat zij hun persoonlijke ervaringen konden uiten in het proces. Dit had een ander licht op de feiten kunnen werpen. Het Hof oordeelt daarom dat ook artikel 6 EVRM is geschonden.

Het EHRM heeft hier een stevig signaal afgegeven en de rol van journalisten als “public watchdog” nogmaals benadrukt. Media moeten uit de eerste hand verslag kunnen doen van maatschappelijk beladen onderwerpen.

| Print Print | MR 20858