Beroep journaliste De Stentor op verschoningsrecht toegewezen

Een interessante uitspraak op het gebied van bronbescherming voor journalisten. Door een beroep op deze bronbescherming heeft een journaliste van de regiokrant Stentor zich met succes beroepen op haar verschoningsrecht tijdens een voorlopig getuigenverhoor voor de Rechtbank Overijssel.

De journaliste had een artikel geschreven over het ontslag van een leraar waarbij ook de school waar de leraar werkte aan het woord kwam. De leraar stelde deze publiciteit niet op prijs en wilde een procedure starten tegen zijn werkgever. Ter voorbereiding op deze procedure werd er een voorlopig getuigenverhoor gehouden, waarbij de journaliste werd gehoord. Toen zij tijdens het verhoor de vraag kreeg hoe ze aan de informatie kwam over het ontslag antwoordde zij: “Ik ben journalist bij de Stentor. Er is informatie bij de krant terechtgekomen over dit onderwerp. Op de vraag hoe deze informatie bij de krant is terechtgekomen, antwoord ik dat ik mij beroep op bronbescherming. De bron in kwestie heeft mij daarom verzocht”. De leraar stelt dat de journaliste geen verschoningsrecht toekomt, omdat hijzelf belang heeft bij de bekendmaking van de bron indien hij de school aansprakelijk wil stellen.

Met verwijzing naar de Telegraaf Media c.s./Nederland-zaak (MR 2012-13383) geeft de rechter-commissaris het algemene kader van het recht van bronbescherming van journalisten weer. Volgens vaste rechtspraak van het EHRM vloeit dit recht rechtstreeks voort uit artikel 10 EVRM en is het recht van bronbescherming één van de hoekstenen van de persvrijheid. Zonder dit recht wordt de rol van de pers als ‘publieke waakhond’ ondergraven, doordat potentiële bronnen afgeschrikt kunnen worden om de pers te informeren over zaken van algemeen belang. Bronbescherming vormt in beginsel dus voldoende grond voor een geslaagd beroep op het verschoningsrecht. Een inbreuk op de vertrouwelijkheid van journalistieke bronnen kan alleen gerechtvaardigd worden door een zwaarwegend maatschappelijk belang. Bovendien moet de inbreuk proportioneel zijn en kan er geen andere weg openstaan om een vergelijkbaar resultaat te bereiken.

Vervolgens geeft de rechter-commissaris de vereisten voor bronbescherming. Allereerst moet worden vaststellen of journaliste van de Stentor daadwerkelijk kan worden aangemerkt als journalist. Volgens het EHRM is een journalist iemand die zich beroepsmatig bezighoudt met het verzamelen, verspreiden en publiceren van informatie ten behoeve van het publieke debat. Daarnaast moet worden vastgesteld of de ‘informant’ als beschermde bron in de zin van artikel 10 EVRM kan worden aangemerkt. Alleen ‘personen die uit vrije wil en doelbewust informatie aan de pers verstrekken met het oogmerk om het publiek te informeren over zaken die betrekking hebben op het algemeen belang of het belang van anderen’ zijn aan te merken als een beschermde bron.

Bij de toepassing van het hierboven weergegeven kader overweegt de rechter-commissaris allereerst dat de medewerker bij de Stentor moet worden aangemerkt als journalist in de zin van artikel 10 EVRM, ‘aangezien zij zich beroepsmatig – voor de krant De Stentor – bezighoudt met het verzamelen, verspreiden en publiceren van informatie ten behoeve van het publieke debat.’ Ook de informant wordt door de rechter gekwalificeerd als beschermde bron, omdat deze persoon ‘immers op eigen initiatief’ De Stentor heeft benaderd. Interessant is verder nog dat de rechter-commissaris benadrukt dat het niet relevant is of de bron in kwestie verzoekt om geheimhouding van zijn/haar identiteit, zoals in deze zaak gebeurd is. Voor een beroep op bronbescherming maakt dit niks uit.

Uiteindelijk oordeelt de rechter-commissaris dat het gestelde belang van de leraar om zijn standpunt te kunnen onderbouwen in een eventuele procedure slechts individueel van aard is en daarom niet aangemerkt kan worden als zwaarwegend maatschappelijk belang waarvoor het recht op de bronbescherming van de journalist zou moeten wijken. De rechter-commissaris concludeert dan ook dat het belang van de leraar een inbreuk op het verschoningsrecht van de journaliste niet rechtvaardigt. De journaliste heeft op goede grond geweigerd antwoord te geven op de vraag.

Het onderwerp bronbescherming wordt regelmatig behandeld op Media Report. Vorig jaar werd de Becker-zaak van het EHRM, inzake bronbescherming wanneer de bron al bekend is, besproken [MR 2017-039]. Hier vindt u een overzicht met de relevante jurisprudentie van het EHRM tot augustus 2016 [MR 2016-027].