Eritrea 4: ook in tweede kort geding tegen de Volkskrant vorderingen afgewezen

We berichtten recent over een serie kort gedingen over verschillende uitingen in verband met de lange arm van de dictatuur in Eritrea. Ook in een vierde kort geding, aangespannen door de oud-voorzitter van de Nederlandse jeugdafdeling van de enige toegestane politieke partij in Eritrea, is inmiddels uitspraak gedaan. De zaak draaide (weer) om het artikel in de Volkskrant van 27 januari 2016. Evenals in de andere zaken wees de voorzieningenrechter in haar vonnis van 13 mei jl. alle vorderingen af.

De vorderingen waren ook tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant, en de journalisten van de Volkskrant die het artikel hadden geschreven, gericht. Persoonlijke aansprakelijkheid wijst de voorzieningenrechter van de hand:

“De Volkskrant c.s. heeft gesteld dat de gewraakte artikelen onder verantwoordelijkheid van De Volkskrant zijn geplaatst en dat (alleen) zij als werkgever aansprakelijk is voor de handelwijze van de hoofdredacteur en de journalisten in dit verband.

De Volkskrant c.s. zal daarin worden gevolgd. [eiser] heeft onvoldoende gesteld om (ook) de persoonlijke aansprakelijkheid van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] aan te nemen. Jegens hen worden de vorderingen reeds om die reden afgewezen.”

In de belangenafweging speelt een belangrijke rol dat de publicatie gaat over een ernstige misstand: de lange arm van de dictatuur in Eritrea. De voorzieningenrechter neemt daarbij mee dat [eiser] is gelieerd aan het regime van Eritrea en het politieke gedachtengoed van dit regime actief ondersteunt.” Over deze ernstige misstand wordt fel gedebatteerd. In dat verband oordeelt de voorzieningenrechter:

“De Volkskrant heeft terecht aangevoerd dat bij een publiek debat als dit over Eritrea, waarbij ernstige misstanden zoals de schending van mensenrechten aan de orde worden gesteld, de uitingsvrijheid een groot goed is en zo min mogelijk dient te worden beperkt. Beide partijen moeten de kans hebben om zich op dit gebied te uiten, ook in felle bewoordingen, waarbij aan De Volkskrant en andere journalisten/media een belangrijke rol toekomt als ‘public watchdog’.”

Dan komt de voorzieningenrechter toe aan de concrete klachten van eiser over het artikel. De voorzieningenrechter gaat in detail in op elk van deze klachten en oordeelt dat geen van de uitingen in het artikel onrechtmatig is jegens eiser.

Eiser klaagt tot slot nog over de aan hem geboden gelegenheid tot het geven van wederhoor. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat deze klacht niet terecht is en overweegt daarbij onder meer:

“de aard van het medium (een dagblad) [brengt mee] dat vaak op korte termijn gehandeld en gepubliceerd wordt, zodat ook een weerwoord snel binnen moet zijn (…)

[eiser] heeft er zelf voor gekozen om van de geboden gelegenheid tot het geven van een reactie geen gebruik te maken, en ook heeft hij niet gevraagd om meer tijd daarvoor (…)

[eiser is] zelf goed in staat om zijn kant van de zaak te belichten in de media.”

De voorzieningenrechter acht tot slot relevant in dit verband dat eiser in reactie op de vragen van de Volkskrant heeft volstaan met een verwijzing naar zijn advocaat, en dat hij niet is ingegaan op het aanbod van de Volkskrant voor een interview om zijn zienswijze over Eritrea te uiten.

De vorderingen van eiser worden integraal afgewezen en hij wordt in de proceskosten veroordeeld.

De Volkskrant c.s. werden in deze zaak bijgestaan door Christien Wildeman en Emiel Jurjens.