Hof Den Haag: ex-finalisten Miss India Holland mochten geruchten over seksueel wangedrag publiceren

In april 2019 leidde de finale van de Miss India Holland verkiezing in Den Haag tot een onverwachte ontknoping. Vijf van de twaalf finalisten besloten zich terug te trekken uit de verkiezing. Na zeventien dagen voorbereiding vielen vijf onbekende mannen de laatste repetitie binnen en mishandelden vervolgens de organisator van het evenement. Later hoorden de vrouwen verschillende geruchten van oud-deelnemers en presentatrices over seksueel ongepast gedrag van de organisator, waarna zij besloten niet verder deel te nemen aan de verkiezing. Ook gingen er verhalen rond dat vrouwen met wie de organisator seksueel contact had gehad werden voorgetrokken in de verkiezing.

Vervolgens richtten de ex-finalisten de Facebookpagina “Miss Awareness” op. Hier wijdden zij uit over de geruchten van seksueel wangedrag over de organisator. Ook deden de ex-finalisten hun verhaal bij verschillende kranten en nieuwswebsites. De organisator van de verkiezing begon een kort geding tegen de vijf vrouwen en eiste dat zij op hun Facebookpagina en diverse nieuwsmedia een rectificatie zouden plaatsen. Zij zouden moeten verklaren dat hun beschuldigingen van seksueel misbruik of ander ontoelaatbaar gedrag niet op waarheid berustten. Daarnaast vorderde de organisator dat het de ex-finalisten verboden zouden worden zich negatief over hem en de Miss India Holland-verkiezing uit te laten. De voorzieningenrechter wees beide vorderingen af.

De organisator stelt hoger beroep in voor zover het vier van de vijf ex-finalisten betreft. Het Hof overweegt dat de beschuldigingen ernstig zijn en dat de vrouwen daardoor in hun recht stonden om bekend te maken waarom zij hun deelname aan de verkiezing hebben gestaakt. De ex-finalisten hadden vernomen dat eerdere deelneemsters die bekend waren met de geruchten monddood waren gemaakt door angst voor de organisator, hoge boetes en de geheimhoudingsclausules waaraan deelneemsters aan de verkiezing gebonden zijn. De ex-finalisten wilden nieuwe slachtoffers voorkomen, en het hof vindt dit een goede reden om de geruchten bekend te maken.

Verder overweegt het hof dat de vrouwen dit niet met de insteek hebben gedaan om de organisator te schaden. Ook blijkt uit nagenoeg alle berichten in kranten en nieuwswebsites waar de ex-finalisten hun verhaal hebben gedaan expliciet dat het gaat om geruchten. De vrouwen hebben volgens het hof voldoende aannemelijk gemaakt dat zij dit steeds zo communiceerden naar de pers. Daarnaast vindt het hof dat de ex-finalisten in alle redelijkheid er vanuit konden gaan dat de verhalen die zij hoorden over de organisator klopten. Dit stelt het hof op basis van schriftelijke verklaringen die het heeft ontvangen van de personen van wie de ex-finalisten de geruchten hebben gehoord.

Het hof concludeert dat de belangenafweging tussen de vrijheid van meningsuiting van de ex-finalisten en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de organisator in het voordeel van de ex-finalisten uitvalt. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.