Hof Amsterdam: gebruik verborgen camera Undercover in Nederland niet onrechtmatig

In oktober 2016 zond SBS een aflevering van ‘Undercover in Nederland’ uit over het sluiten van illegale polygame huwelijken. De uitzending liet zien dat er in Nederland imams zijn die dergelijke huwelijken inzegenen, ondanks dat dit verboden is in Nederland. Een vrouwelijke medewerker van het programma gaat undercover op zoek naar een man die al getrouwd is en ook met haar wil trouwen. Deze vindt ze, en samen met deze man en twee getuigen (ook medewerkers van het programma) gaan ze langs bij een imam in een moskee. Het gesprek dat ze daar hebben wordt met een verborgen camera opgenomen en verwerkt in de uitzending. Tijdens de uitzending wordt de imam herkenbaar in beeld gebracht, maar zijn naam wordt niet genoemd.

In het opgenomen gesprek vertelt de medewerkster van Undercover in Nederland de imam dat haar beoogde aanstaande al getrouwd is met twee andere vrouwen. De imam laat weten dat hij daar geen probleem mee heeft:

Vrouw: “Ik vind het wel belangrijk, ook in het geloof, dat de imam erachter staat, dat hij wel zijn zegen geeft.
Imam: “Natuurlijk krijg jij de zegen.
[...]
Imam: “Willen jullie zo’n akte? Dat is dus niet in Nederland geldig. Het is een bewijs, sterker nog, het mag niet in verkeerde handen komen. Officieel mag het niet gebeuren.

Wanneer presentator Alberto Stegeman na dit gesprek de imam confronteert ontkent hij zijn medewerking aan illegale polygame huwelijken. Na de uitzending start de imam een procedure tegen SBS. Hij eist schadevergoeding vanwege schending van zijn privacy en klaagt onder meer over het gebruik van de verborgen camera om het gesprek op te nemen en het feit dat hij herkenbaar in beeld is gebracht in de uitzending.

De rechtbank Amsterdam oordeelde in 2018 dat SBS niet onrechtmatig heeft gehandeld en wees de eisen af. Daarbij woog de rechtbank onder meer de ernst van de gestelde misstand, de positie van de imam (de imam moet als publiek figuur worden aangemerkt) en het gegeven dat de uitzending alleen over zijn professionele handelen ging mee. De imam stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.

Het hof Amsterdam overweegt allereerst dat sprake is van een misstand. Volgens het hof blijkt uit de uitzending dat de imam wist dat het illegaal was om mee te werken aan het gevraagde huwelijk, onder meer omdat hij stelde dat de akte van dat huwelijk “niet in de verkeerde handen mag komen“. Ook blijkt volgens het hof uit de beelden en de inhoud van het gesprek dat de imam de intentie had de vrouw en de man desgewenst te helpen het verbod op polygamie te overtreden. Dit acht het hof een misstand, onder meer omdat:

het hof bij het bekijken van de uitzending heeft geconstateerd dat in een substantieel deel van de uitzending door ervaringsdeskundigen aandacht is besteed aan de ernstige gevolgen die een polygaam huwelijk kan hebben voor de vrouw, zoals jarenlang gevangen zitten in zo’n huwelijk. De uitzending voldoet aldus aan de eis dat het gaat om journalistieke aandacht voor een misstand die de samenleving raakt.

De uitingen in het programma over deze misstand vinden naar oordeel van het hof voldoende steun in de feiten. Het hof weegt daarbij ook de inhoud van de beelden die met de verborgen camera zijn opgenomen mee. De imam had nog betoogd dat deze beelden misleidend zouden zijn geknipt en geplakt in de uitzending, maar het hof verwerpt na het zien van de ruwe beelden deze stelling.

De imam had daarnaast nog aangevoerd dat het gebruik van de verborgen camera op zichzelf al onrechtmatig zou zijn. Het hof gaat daar niet in mee. SBS had naar oordeel van het hof voldoende informatie om te menen dat sprake kon zijn van een ernstige maatschappelijke misstand, terwijl zij geen andere middelen had om hier nadere opheldering over te verkrijgen. Bovendien zijn de opnamen belangrijk voor het aan de kaak stellen van de misstand:

De gemaakte opnamen laten zien hoe gemakkelijk het is op illegale wijze polygame religieuze huwelijken te sluiten in een moskee in Nederland. Het hof acht de zeggingskracht van deze opnamen groot en functioneel voor het aan de kaak stellen van de gesignaleerde misstand.” 

Deze omstandigheden leiden het hof verder tot de conclusie dat de imam herkenbaar in beeld gebracht mocht worden in de uitzending, waarbij ook meeweegt dat “met het herkenbaar in beeld brengen van [de imam] derden worden beschermd tegen [zijn praktijken]“. Net als de rechtbank acht het hof daarbij van belang dat hij niet als privé-persoon handelde, maar in zijn professionele hoedanigheid als imam, en dat zijn naam niet is genoemd in de uitzending.

Noch de inzet van de verborgen camera, noch de uitzending zijn al met al onrechtmatig jegens de imam. Net als de rechtbank wijst daarom ook het hof zijn eisen af.