Hof Amsterdam: link naar Playboy foto’s Britt Dekker toch geen auteursrechtinbreuk

We keken al enige tijd uit naar het oordeel van het Hof Amsterdam over het linken naar de gelekte naaktfoto’s van Britt Dekker. Centrale vraag daarbij was of de link die GeenStijl naar de foto’s plaatste wel of niet inbreuk maakte op het auteursrecht. Ter herinnering: de rechtbank vond eerder van wel. Het Hof Amsterdam had echter vorig jaar in een andere zaak over antwoordenboekjes kort (maar krachtig) geconcludeerd dat dit bij een link eigenlijk nooit het geval kan zijn. De vraag was of dit standpunt ook onder andere omstandigheden (en met name bij een uitgebreidere overweging) in stand zou blijven. Dit blijkt wel degelijk het geval. Het Hof maakt de bekende vergelijking met de voetnoot: “Verwijzing met een hyperlink naar een aldus op een andere locatie openbaar gemaakt werk is niet veel anders dan met een voetnoot in een boek of tijdschriftartikel verwijzen naar een reeds gepubliceerd ander werk.”

Een link is volgens het Hof geen openbaarmaking. Dit zou volgens het Hof anders kunnen zijn als de bron waarnaar gelinkt wordt “volmaakt privé blijft”. Het kwam echter niet vast te staan of dat het geval was, omdat niet bewezen kon worden dat de naaktfoto’s (waar GeenStijl naar linkte) onvindbaar waren. Hierdoor heeft GeenStijl “hoewel zij de toegang tot de foto’s tot op zekere hoogte heeft gefaciliteerd niet aan het publiek daartoe een nieuw toegangskanaal verschaft en derhalve geen interventie gepleegd in de zin van de jurisprudentie van het HvJEU”.

Helaas voor GeenStijl vond het Hof het plaatsen van de links naar de naaktfoto’s – net als de rechtbank – wel onrechtmatig.

“.. niet kan worden aanvaard dat er een pressing need bestond om de hyperlink te plaatsen waardoor het geenstijlpubliek toegang kreeg tot alle foto’s. Kennisneming van alle foto’s was niet een publiekbelang maar klaarblijkelijk, de context waarin de hyperlink is geplaatst wijst daar op, bedoeld om de nieuwsgierigheid van het geenstijlpubliek te bevredigen. [..] GS Media heeft derhalve onrechtmatig gehandeld door het geenstijlpubliek te faciliteren en te enthousiasmeren kennis te nemen van de foto’s door welks plaatsing op het internet zowel het auteursrecht van [de fotograaf] als het portrecht en de privacy van Dekker zijn geschonden.”

Wat het Hof zegt over ‘pressing need’ is wat lastig te plaatsen. Immers, GeenStijl deed een beroep op de vrijheid van meningsuiting en er is nu juist een ‘pressing need’ vereist voor een beperking van die uitingsvrijheid. Niet andersom.

De link-kwestie is echter niet het enige interessante onderwerp in deze zaak. Het Hof werd ook gevraagd of de teasers (kleine plaatjes van een uitsnede van de naaktfoto’s) die GeenStijl bij het artikel plaatste inbreuk maakten. Volgens het Hof was hier weliswaar sprake van een beeldcitaat, maar had GeenStijl niet voldaan aan de eisen die daarvoor gelden. Het citaat was namelijk niet afkomstig uit een rechtmatig openbaar gemaakte bron en GeenStijl had nagelaten de naam van de auteursrechthebbende te vermelden. En dus maakte deze plaatjes wel inbreuk op het auteursrecht van de fotograaf (Hermès).

Daarnaast kwam aan de orde of GeenStijl inbreuk had gemaakt op het portretrecht van Britt Dekker zelf. Op dit punt trok GeenStijl aan het langste eind. Het Hof was er namelijk niet van overtuigd dat sprake was van een portret:

Onder een portret is te verstaan een herkenbare afbeelding van (het gelaat van ) een persoon met of zonder andere lichaamsdelen. In dit geval is niet het gelaat van Dekker afgebeeld bij meergenoemd artikel doch haar in badkleding gehulde buik. Zelfs met een ruime uitleg van het begrip portret, kan in dit geval niet worden aanvaard dat GS Media een portret heeft geopenbaard, [..]”