Google Street View uitspraak valt positief uit voor Google: geen schending privacy

Persoonsgegevens?Toen Google Street View werd geïntroduceerd vroegen iedereen zich af of het een ‘lawyer’s paradise’ zou worden (MR 443). Dat viel de afgelopen jaren mee. Vorige week deed de voorzieningenrechter te Amsterdam echter – voor zover wij weten de eerste Nederlandse - uitspraak  in een zaak over Street View. De zaak draaide om de vraag wat precies verstaan dient te worden onder ‘persoonsgegevens’ in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

De twee eisers in de zaak zijn bestuurders van een stichting waarin hun beider namen zijn verwerkt. Als iemand op Google de zoektermen [eiser] en [woonplaats eiser] (het betreft hier natuurlijk een geanonimiseerd vonnis) intikte, verschenen de naam van de stichting, de namen van de bestuurders, hun adres en hun telefoonnummer. Via Google Street View kon je ook delen van hun huis zien. Na een klacht van de eisers verwijderde Google de meeste gegevens, behalve de straat en het huisnummer. Verder is het pand nog te zien op een satellietfoto in Google Maps; het pand is in Google Street View grotendeels vervaagd. De eisers stellen dat met de weergave deze informatie nog steeds inbreuk wordt gemaakt op hun privacy: ze willen dat Google de informatie verwijderd en verwijderd houdt.

De vraag is of de Wbp van toepassing is: deze wet is alleen van toepassing als het gaat over gegevens “betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon”. De rechter oordeelt dat in de foto’s geen verwijzing wordt gemaakt naar een bepaalde natuurlijke persoon en dat niet blijkt dat de eiser de bewoner is van het gefotografeerde (zowel op Maps als in Street View) pand. Google mag een straatnaam en huisnummer met een luchtfoto van het bijbehorende pand, zonder vermelding van gegevens over de bewoner, publiceren. De informatie die Google geeft valt dus niet te herleiden tot een bepaald persoon en de Wbp is hier niet van toepassing. Google hoeft de gegevens die nog online staan niet te verwijderen.

De tweede kwestie waar de rechter over moest oordelen betrof de naam van de stichting. Omdat in de naam van de stichting ook de namen van de eisers zijn verwerkt, zo stellen de eisers, is de informatie tot hen herleidbaar en valt daarom onder de definitie van “persoonsgegeven” in de zin van de Wbp. De rechter maakt korte metten met deze stelling en oordeelt dat de naam van een rechtspersoon waar de naam van een natuurlijk persoon in is verwerkt niet “zonder meer beschouwd [kan] worden als een gegeven dat betrekking heeft op die natuurlijke persoon”. Zelfs als de stelling juist zou zijn, zo vervolgt de rechter, valt de belangenafweging tussen de belangen van de eisers (privacy) en die van Google (het openbaar maken van rechtmatig verkregen informatie voor commerciële doeleinden) uit in het voordeel van Google. Het laatste argument van de eisers – dat de beschikbaarheid van deze informatie inbrekers zou aantrekken – wordt door de rechter als “te speculatief” van tafel geveegd. Google mag dus gewoon de naam van de stichting in haar webpagina’s blijven opnemen.