Pretium verliest weer slag van journalist Olsthoorn

Journalist Peter Olsthoorn doet al geruime tijd onderzoek naar Pretium. Pretium gebruikt nogal onconventionele manieren om dat onderzoek tegen te werken. Pretium  wilde dat Olsthoorn werd verboden verder onderzoek te doen voor een boek over Pretium, waaronder onderzoek naar de banden van Pretium met fondsenwerver Delphi, dat in het verleden ook fondsen wierf voor instanties als de Hartstichting, de Maag Lever Darmstichting, de Stichting Vluchteling en de Nierstichting. Pretium vond dat Olsthoorn hen stalkte en door uitlokking belastend materiaal over Pretium probeerde te vergaren. Pretium, haar directeur en Delphi startten een bodemprocedure waarin zij onder meer vorderden dat Olsthoorn op straffe van een dwangsom zou worden verboden personen uit de kring rond Pretium te benaderen met suggestieve vragen. Ook vroegen ze een verklaring voor recht dat Olsthoorn onrechtmatig had gehandeld. De rechtbank wees eerder de vorderingen van Pretium af. Het hoger beroep tegen die uitspraak heeft Pretium ingetrokken.

Maar daarmee was de strijd niet gestreden. Kort na het bodemvonnis van de rechtbank, heeft Olsthoorn een aantal concept-hoofdstukken van voorgenomen publicaties aan Pretium voorgelegd in het kader van wederhoor. Vanaf 30 oktober 2016 heeft Olsthoorn op de website van onder meer Reporters Online delen van een “webboek” over Pretium gepubliceerd, genaamd “Dossier Pretium”. Pretium vond dat die publicaties onrechtmatig waren en startte een kort geding tegen Olsthoorn. De voorzieningenrechter wees de vorderingen van Pretium c.s. af bij vonnis van 29 november 2016. Daartegen is Pretium in beroep gegaan.

Pretium klaagt vooral over publicatie van privé gegevens van hemzelf (de directeur) en van mensen uit zijn familie- en kennissenkring, en over de ‘suggestieve’ stijlfiguren. Het hof overweegt dat die passages maar een klein deel vormen van het “Dossier Pretium”.  De gevorderde verwijdering van het gehele “Dossier Pretium” kan daarom niet worden toegewezen. “Ook als het hof er veronderstellenderwijs van uit gaat dat het “Dossier Pretium” passages bevat die geen toegevoegde waarde hebben voor het publiek debat en die op zichzelf beschouwd als onrechtmatig jegens Pretium en/of [appellant 2] moeten worden aangemerkt, hetgeen [geïntimeerden] overigens gemotiveerd betwisten, dan nog rechtvaardigt dit niet de veroordeling van [geïntimeerden] tot verwijdering van (onder meer) het gehele “Dossier Pretium”. De inbreuk op de vrijheid van meningsuiting dient niet verder te gaan dan strikt noodzakelijk is om een eventuele onrechtmatigheid op te heffen. Anders dan het geval is bij een gewoon boek dat in drukvorm is verschenen en in winkels ter verkoop wordt aangeboden, is het bij een op internet gepubliceerd (omvangrijk) webboek als hier aan de orde eenvoudig mogelijk om eventuele onrechtmatigheden in de voor een lezer toegankelijke inhoud aan te passen of te verwijderen, zonder dat hiervoor de algehele verwijdering van het werk nodig is. Nu Pretium c.s. expliciet geen aanpassing of schrapping van bepaalde passages vorderen, maar verwijdering van het gehele werk van [geïntimeerde 1] , zijn deze vorderingen niet toewijsbaar.” Het hof verwerpt het beroep van Pretium.

Olsthoorn heeft een aantal incidentele grieven ingesteld. Die worden allemaal afgewezen. Anders dan Olsthoorn stelt, heeft de Pretium directeur volgens het hof wel een eigen belang bij de bescherming van de privacy van de mensen die zich in zijn privéleven bevinden, en beperkt dat zich dus niet tot zijn eigen privacy. Ook zou de directeur, anders dan Olsthoorn stelt, geen publiek figuur zijn. Want, hij is niet iemand die “regelmatig in de publiciteit komt, bijvoorbeeld door eigen publicaties, optredens in de media, het geven van interviews, het aanschuiven bij praatprogramma’s en dergelijke.” Dat is naar onze mening een te beperkte definitie van ‘publiek figuur’, die ten onrechte zou betekenen dat iemand niet tegen zijn wil (bekende criminelen) publiek figuur zou kunnen worden, of simpelweg door de positie die hij/zij bekleed, zonder daarnaast de publiciteit te zoeken.

| Print Print | MR 22375