Fundamentele problemen aanpak EU van ‘fake news’ blijven bestaan

De aanpak van de EU van fake news blijft de gemoederen bezighouden. De rechtszaak die in Nederland door GS Media, De Persgroep, The Post Online en journalist Chris Aalberts was aangespannen tegen de EU vanwege onterechte beschuldigingen door de EU van het verspreiden van ‘fake news’ aan hun adres is ook internationaal opgepakt. De FT schrijft: “[it] laid bare the pitfalls for official campaigns tackling false news” (Financial Times, 2 april 2018). In een vandaag verschenen artikel in The Guardian klinkt eveneens kritiek op de aanpak van fake news door de EU, en wordt de rectificatie door de EU een “embarassing about-turn” genoemd. Met de rectificatie is bovendien de kous niet af, zoals de ombudsman van NRC enkele dagen geleden al opmerkte: “op censuur of het chilling effect van zulke lijsten zit niemand te wachten“. Dat maakt het des te belangrijker dat een aantal fundamentele problemen met de campagne nogmaals benoemd worden: de spanning met de uitingsvrijheid en de politieke achtergrond van de EU-campagne tegen fake news.

De EU heeft als bekend inmiddels toegegeven dat ze verschillende Nederlandse media ten onrechte heeft beschuldigd van het verspreiden van fake news, en heeft een rectificatie geplaatst. Dat is een goede eerste stap en het kort geding dat hierover zou dienen is dan ook uiteindelijk ingetrokken. Er blijven echter fundamentele problemen bestaan met de anti-fake news campagne van de EU.

De EU lijkt nog altijd niet in te zien dat haar zwarte lijst met artikelen fundamenteel in strijd is met de uitingsvrijheid. Nog sterker, als je in een publicatie beweert dat een overheid die gaat bepalen wat fake news en wat ‘echt’ nieuws, per definitie het gevaar van censuur met zich brengt, dan bestempelt de EU dat als fake news. Dat verzinnen we niet, het is echt gebeurd.

In 2016 bepleitte de Amerikaanse politicus Ron Paul (voormalig president kandidaat) in een opinie-artikel dat de strijd tegen fake news feitelijk een strijd tegen de uitingsvrijheid is, en censuur tot gevolg kan hebben. Dit artikel wordt op verschillende sites doorgeplaatst. Het kennelijk trekt ook de aandacht van de EU, die het er niet mee eens is en het zelfs (of dus?) als fake news bestempelt. Het wordt op de EU vs. Disinfo website aangemerkt als desinformatie; deze opinie zou feitelijk onjuist zijn. De toelichting van de EU luidt: “The fight against fake news is a fight against manipulation in the news in general.” Dit staat nog steeds online op de site EU vs Disinfo.

Dus: het standpunt innemen dat de strijd tegen fake news een probleem vormt voor de uitingsvrijheid is volgens de EU fake news en het ‘verspreiden van desinformatie’. De ironie van deze beschuldiging, en het feit dat de EU het gevaar waar Paul op wijst niet beter had kunnen illustreren, ontgaat de EU kennelijk volledig. Het is typerend voor de oogkleppen die de EU op heeft als het gaat om de uitingsvrijheid, nota bene een grondrecht dat in haar eigen wetgeving is gecodificeerd en dat zij dient te bewaken.

Een tweede probleem, waar in de discussie tot nu toe veelal aan voorbij is gegaan, is dat de EU vs Disinfo campagne een instrument van de EU is om haar doelen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in wat zij noemt de “Eastern European Neighbourhood” (de niet-EU landen ten oosten van de EU) te realiseren.

In het actieplan dat ten grondslag ligt aan de campagne zegt de EU hierover: “Strategic communication is an important tool in furthering the EU’s overall policy objectives”. Verder meldt de EU dat een cruciaal beginsel van de campagne is het verspreiden van “positive and effective messages regarding EU policies towards the region”.

Het doel van de anti-fake news campagne van de EU is dus helemaal niet het bestrijden van onjuiste berichten, maar het verspreiden van ‘strategische communicatie’ – in goed Nederlands: propaganda – voor de EU. De EU heeft dus boter op haar hoofd als zij beweert dat het haar alleen zou gaan om het bestrijden van ‘pro-Kremlin desinformatie’. Haar campagne dient uitdrukkelijk de belangen van de EU in de regio rond Rusland, en is onderdeel van het beleid van de EU richting deze regio.

Het is buitengewoon onwenselijk dat de EU haar eigen belangen probeert te behartigen door het ten onrechte beschuldigen van media van het verspreiden van fake news.

Dit zijn fundamentele en ernstige problemen. Gelukkig is er, mede door de inspanningen van de Nederlandse media die ten onrechte door de EU beschuldigd zijn, inmiddels een kritische massa ontstaan tegen de EU vs Disinfo campagne. In de rechtszaak tegen de EU hebben de betrokken media steun gekregen van het Persvrijheidsfonds en het Nationaal Genootschap van Hoofdredacteuren. Ook is er alom bijval geweest van politici en heeft de Tweede Kamer minister Ollongren opgedragen zich hard te maken voor de opheffing van EU vs Disinfo. Het is te hopen dat de EU in het vervolg meer oog heeft voor de uitingsvrijheid en zich verre houdt van het oordelen over de inhoud van publicaties in de media.

Voor meer details over het kort geding tegen de EU verwijzen de auteurs naar de dagvaarding in die zaak, die zowel in het Nederlands als in het Engels publiek beschikbaar is.

Emiel Jurjens en Jens van den Brink

Dit artikel is een bewerking van een opinie-artikel van de auteurs dat eerder op Villamedia is verschenen. Jens van den Brink en Emiel Jurjens traden in het kort geding tegen de EU op als advocaten van GS Media, De Persgroep en The Post Online.