HvJ in Spiegel Online vs. Beck (en Funke Medien) – wijkt auteursrecht voor uitingsvrijheid?

Regelmatig komt de vraag op of het auteursrecht in bepaalde gevallen zou moet wijken voor de uitingsvrijheid. Nee, aldus het Hof van Justitie in dit arrest tussen de Duitse politicus Beck en Spiegel Online. Nou ja, niet echt. Maar het auteursrecht moet wel op zo’n manier worden geïnterpreteerd dat het niet strijdig is met de uitingsvrijheid. En bij die interpretatie moet de uitingsvrijheid prioriteit krijgen.

De feiten
Beck – destijds lid van de Bundestag – schreef een manuscript over het strafrechtelijke beleid over seksuele misdrijven tegen minderjarigen. In 1988 is dit manuscript onder een pseudoniem in een bundel gepubliceerd. Daarbij heeft de uitgever de titel gewijzigd en is een zin in het manuscript ingekort. In de jaren hierna werd Beck vanwege zijn standpunten in het artikel bekritiseerd. Hij verdedigde zich dan onder meer door erop te wijzen dat de uitgever zijn manuscript had gewijzigd.

In 2013 achterhaalt Spiegel het originele manuscript. Spiegel concludeert dat de uitgever de kernboodschap van Beck’s manuscript niet had gewijzigd en dat Beck het publiek had misleid. Om dat te illustreren, stond bij het online artikel een link naar zowel de originele versie van het manuscript, als naar de versie die in de bundel stond. Beck stapt naar de rechter en beroept zich op zijn auteursrecht op beide versies van zijn artikel. Het Bundesgerichtshof stelt in deze zaak vervolgens een aantal vragen aan het EU Hof, waaronder de vraag of het auteursrecht opzij kan worden gezet door het grondrecht op informatievrijheid en persvrijheid (art. 11 EU Handvest).

Uitingsvrijheid vs. auteursrecht
In principe niet, aldus het HvJEU.

De opsomming van beperkingen op het auteursrecht vastgelegd in de Auteursrechtrichtlijn (2001/29), zoals het citaatrecht en het recht op verslaggeving van actuele gebeurtenissen (waar Spiegel in deze zaak beide een beroep op deed), is uitputtend. Dus daar zullen we het mee moeten doen. Want als iedere lidstaat maar afwijkingen toe zou passen van de uitsluitende rechten van de auteursrechthebbende, die niet zijn opgenomen in de beperkingen van artikel 5, komen de effectiviteit van de door de richtlijn nagestreefde harmonisatie en de rechtszekerheid in gevaar. Aldus het EU Hof. Tegelijkertijd merkt het Hof ook op dat de beperkingen in artikel 5, lid 3, onder c, tweede geval, en onder d (berichtgeving over actuele gebeurtenissen en het citaatrecht), “specifiek ten doel hebben prioriteit te geven aan de uitoefening van het recht op vrije meningsuiting van de gebruikers van beschermd materiaal en op vrijheid van de pers“. Dus nee, het auteursrecht wijkt niet, maar bij de uitleg van de hier besproken beperkingen op het auteursrecht moet wel prioriteit worden gegeven aan de uitingsvrijheid. Dat is een vrij duidelijke instructie. Ook benadrukt het Hof van Justitie dat nergens uit volgt dat het recht op intellectuele eigendom (artikel 17 lid 2 Handvest) onaantastbaar is of absolute bescherming verdient.

Ook wordt op verschillende plekken in het arrest benadrukt dat de lidstaten bij het omzetten van artikel 5 van de auteursrechtrichtlijn (de excepties) naar nationaal recht een juist evenwicht tussen de verschillende door de Unie beschermde grondrechten verzekeren. En dat is opmerkelijk, want onder die grondrechten vallen ook de fundamentele rechten uit het EVRM.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in het Ashby Donald arrest nu juist bepaald dat een veroordeling voor auteursrechtinbreuk wel kan worden beschouwd als een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting van art. 10 lid 1 EVRM, en dat die inbreuk moet voldoen aan de vereisten van 10 lid 2 EVRM (de inbreuk moet onder andere noodzakelijk zijn en proportioneel). Wel hebben de lidstaten bij die afweging volgens het EHRM een ruime “margin of appreciation”. Ook onze Hoge Raad meende dat het auteursrecht in bepaalde gevallen moet wijken voor de uitingsvrijheid. Zo kon het beroep van Scientology op hun auteursrechten niet slagen, omdat het recht op vrijheid van meningsuiting van publiciste Karin Spaink voorging.

De EHRM rechtspraak (en dus ook Ashby Donald) werkt door in het EU recht. Het EU Handvest bepaalt dat geen afbreuk mag worden gedaan aan de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden zoals die worden erkend door het recht van de Unie, maar ook, en met name, door het EVRM. En dat EVRM wordt uitgelegd door het EHRM. En het EHRM is dus van mening dat het auteursrecht in bepaalde gevallen wel moet wijken voor de uitingsvrijheid. Het Hof van Justitie noemt het Ashby Donald arrest ook, en bevestigt dat er een belangenafweging tussen het auteursrecht en het recht op vrijheid van meningsuiting plaats moet vinden aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Maar volgens het Hof van Justitie moet die belangenafweging meer specifiek worden gemaakt tussen de rechten van de auteursrechthebbende, en die van de gebruikers van dat materiaal onder het citaatrecht en de exceptie voor actuele gebeurtenissen. En die afweging moet “volkomen in overeenstemming” zijn met de door het Handvest gewaarborgde fundamentele rechten. En dat lijkt een beetje een loze kreet. Het punt is nu juist dat die rechten botsen, en de rechter een keus moet maken. Daarbij zal of het auteursrecht, of de uitingsvrijheid het onderspit delven.

Al met al laat dit arrest de lezer enigszins achter in verwarring. Het lijkt erop alsof er mogelijk niet veel wijzigt. Als auteursrecht en uitingsvrijheid botsen, moet er een belangenafweging plaatsvinden. Alleen moet die volgens  het Hof plaatsvinden binnen de auteursrechtrichtlijn. En de uitingsvrijheid heeft bij die uitleg prioriteit. En Ashby Donald staat gewoon overeind.

Maar de uitleg die het Hof kiest levert wel problemen op. Want wat te doen als media bijvoorbeeld een stuk willen citeren om een misstand aan het licht te brengen, maar dat stuk niet eerder “op geoorloofde wijze voor het publiek beschikbaar is gesteld“, zoals het citaatrecht vereist. Bijvoorbeeld omdat de rechthebbende het stuk liever verborgen houdt. Kan de misstand dan werkelijk met een beroep op het auteursrecht verborgen worden gehouden? Naar mijn mening biedt dit arrest voldoende houvast om dan toch te bepleiten dat publicatie is toegestaan.

Verslaggeving van een actuele gebeurtenis
Het Hof verduidelijkt verder dat een beroep op de exceptie van verslaggeving over een actuele gebeurtenis, geen gedetailleerde analyse vereist. En van een actuele gebeurtenis is al sprake als het publiek op dat moment belang heeft om erover te worden geïnformeerd. Aan toepassing van de exceptie mag niet de eis van voorafgaande toestemming worden gesteld.

Citeren
Verder lag de vraag of een citaat ook kan bestaan uit een link naar een te citeren bestand. Het geciteerde werk moet in een rechtstreeks en nauw verband worden gebracht met de beschouwingen van de gebruiker. Maar het geciteerde werk hoeft niet onlosmakelijk te worden geïntegreerd in het citerende werk. Citeren kan ook door te linken naar het geciteerde werk.

HvJEU in Funke Medien
Het Hof van Justitie wees overigens op dezelfde dag arrest in de zaak Funke Medien, dat ook ging over een botsing tussen auteursrecht en uitingsvrijheid, en soortgelijke overwegingen bevat. Die zaak draaide om publicatie door Funke Medien van vertrouwelijke stukken van de Duitse overheid over Afghanistan. De Duitse Staat was van mening dat dit auteursrechtinbreuk was. Funke Medien beroept zich net als Spiegel Online op het citaatrecht en de verslaggeving over actuele gebeurtenissen.