NOS-journalist Robert Bas gegijzeld – commentaar bij Nieuwsuur

NOS-journalist Robert Bas is gisteren in gijzeling genomen omdat hij niet wilde getuigen in een strafzaak. Hier staat de beslissing van de rechtbank waarin zijn beroep op het verschoningsrecht is afgewezen. Die uitspraak dateert van alweer enkele maanden geleden. De beslissing van de r.c. tot gijzeling werd gisteren pas genomen. Gisteravond heb ik in Nieuwsuur uitgelegd (vanaf minuut 1:00) waarom Bas naar mijn mening niet gegijzeld had mogen worden. Als een journalist een verlengstuk van justitie wordt drogen bronnen op en komen journalisten in gevaar. En hoewel niemand zal ontkennen dat het hier gaat om een vreselijke misstand, volstaat dat feit op zich niet. De rechter zal moeten uitleggen waarom nu juist de getuigenis van de journalist zó cruciaal is dat de persvrijheid moet wijken. Want het uitgangspunt in de jurisprudentie is duidelijk: de persvrijheid gaat in principe voor op het belang bij waarheidsvinding in het strafproces. En het gijzelen van journalisten levert ook niets op; de journalist gaat toch niet opeens praten. Het lijkt vooral zinloos machtsvertoon. Wat extra frustrerend is nu Nederland door het Europese Hof tot drie keer toe op de vingers is getikt in soortgelijke kwesties, en telkens beterschap belooft.

Deze gijzeling illustreert ook dat het erop lijkt dat de recente wet op het brongeheim averechts alleen werkt, zoals velen vreesden. Die wet is maar een onderdeel van het veel bredere verschoningsrecht van journalisten, zoals dat vastligt in de EHRM en Nederlandse jurisprudentie. Maar rechters lijken niet verder te kijken dan deze wet, waardoor journalisten juist minder beschermd worden. Niet helemaal wat de bedoeling was.

Vandaag besluit de rechtbank of Bas vast blijft zitten. Hier meer achtergrond op nos.nl.

Update: gelukkig is de rechtbank het eens dat het verschoningsrecht hier wel degelijk geldt en is Bas in vrijheid gesteld:

Het “verschoningsrecht moet ruim worden uitgelegd en geldt daarom ook, zoals hier, als uit andere informatie al duidelijk is wie de bron is. De vragen die de getuige in dit geval gesteld zouden worden, vallen volgens de rechtbank (en anders dan de rechter-commissaris eerder van oordeel was) allemaal onder het verschoningsrecht van de journalist. De journalist hoeft daarom geen uitleg te geven over uitlatingen van hem die hij heeft gedaan in een gesprek met zijn bron.

Vervolgens is doorbreking van het verschoningsrecht volgens de wet nog mogelijk, maar de rechtbank vindt dat hier niet aan de orde/gerechtvaardigd, omdat het fundamentele belang van bronbescherming in dit geval zwaarder weegt dan andere belangen, zoals het ondervragingsrecht van de verdediging.

Hier het persbericht van de rechtbank.