EHRM benadrukt in Orlovskaya Iskra t. Rusland belang van persvrijheid in verkiezingstijd

In december 2007 vonden er in Rusland parlementsverkiezingen plaats. De regionale krant Orlovskaya Iskra berichtte een maand voor de verkiezingen in twee artikelen kritisch over Yegor Stroyev, de gouverneur van die regio. Stroyev was de hoogstgeplaatste politicus op de regionale kandidatenlijst van Verenigd Rusland (Единая Россия), de partij die het nauwst verbonden is met de partijloze president Poetin. In beide artikelen werden voorbeelden over vermeend machtsmisbruik van Stroyev aangehaald.

Een werkgroep van het regionale verkiezingscomité nam beide artikelen vervolgens onder de loep. Zij concludeerden dat de artikelen een campagnedoel hadden. Hoewel ze geen expliciete oproep bevatten om niet op Stroyev te stemmen was er volgens de werkgroep duidelijk sprake van anti-campagne tegen hem. Omdat de artikelen ook niet betaald waren vanuit campagnefondsen van de politieke partijen oordeelde het verkiezingscomité dat de verkiezingswet geschonden was en een boete op zijn plaats zou zijn. Volgens deze wet is het in verkiezingstijd voor media verboden campagne-uitingen te publiceren als dit niet gefinancierd wordt door een politieke partij die met naam genoemd wordt bij de publicatie.

De krant ging hiertegen in beroep en stelde bij de rechter dat de artikelen de persoonlijke mening van de journalist weergaven en geen campagnedoel dienden; betaling vanuit een campagnefonds was dus niet nodig.

De rechter ging hier niet in mee. Omdat de artikelen voornamelijk over Stroyev gingen en hem negatief belichtten was er volgens hem inderdaad sprake van een campagnedoel. Nu de artikelen niet betaald waren vanuit een campagnefonds oordeelde de rechter dat de verkiezingswet geschonden was. De krant werd een boete van 35.000,- roebel opgelegd, omgerekend zo’n €1.000,-.

De krant procedeerde door tot aan de Russische Hoge Raad  maar ving steeds bot; de uitspraak bleef in stand.

Orlovskaya Iskra stapte daarop naar het EHRM. Zij stelden dat de artikelen niet aangeduid moesten worden als campagnemateriaal maar als informatie voor de kiezer en meenden dat de boete daarom onterecht was en in strijd met artikel 10 EVRM, de vrijheid van meningsuiting.

Het EHRM benadrukt in Orlovskaya Iskra t. Rusland dat vrije verkiezingen en vrijheid van meningsuiting, en dan specifiek vrijheid van politiek debat, de basis vormen van elk democratisch systeem. Deze twee vrijheden versterken elkaar. Met name in de tijd voorafgaand aan verkiezingen is het belangrijk dat meningen en informatie geuit en ontvangen kunnen worden.

Volgens het EHRM mogen er in deze periode ook bepaalde beperkingen worden opgelegd, die verdergaan dan buiten verkiezingstijd. Dit hangt samen met de vrijheid van staten om hun verkiezingen naar eigen inzicht in te richten op basis van artikel 3 van het eerste protocol bij het EVRM. Bij de toepassing van dit artikel hebben de staten ook een margin of appreciation. Deze margin of appreciation is breder dan die bij artikel 10 EVRM maar mag niet zo breed worden opgevat dat de politieke uitingsvrijheid door staten te veel wordt beknot.

Het EHRM gaat vervolgens verder in op de margin of appreciation. In tegenstelling tot wat Rusland stelt, is volgens het EHRM de smallere margin of appreciation van artikel 10 EVRM van toepassing. De artikelen vallen namelijk binnen het normale journalistieke werk van de krant en de vrijheid om informatie te verstrekken. Door het zwaarwegende belang van het volk om deze informatie te ontvangen en de public watchdog rol van de pers is er weinig ruimte voor beperkingen.

De artikelen werden in Rusland verboden omdat ze een campagnedoel zouden hebben: het negatief wegzetten van Stroyev en daarmee het beïnvloeden van kiezers. Het is volgens het EHRM erg moeilijk vast te stellen wanneer een uiting negatief is en een campagnedoel dient. Deze criteria uit de Russische verkiezingswet zijn vaag en geven de rechters veel ruimte voor interpretatie en inperking van persvrijheid. Volgens het EHRM kan van media niet verwacht worden dat ze in verkiezingstijd compleet neutraal zijn of slechts dienen als communicatiemiddel van politieke partijen. Juist in verkiezingstijd spelen zij een belangrijke rol en kunnen zij hun rol als public watchdog vervullen. Hierbij is ook het belichten van individuele kandidaten, zoals Stroyev, belangrijk voor de kiezers. Zij hebben het recht om deze informatie te ontvangen om zo een weloverwogen keuze te kunnen maken op wie zij gaan stemmen.

Het EHRM concludeert dat de Russische wetten de persvrijheid in verkiezingstijd onnodig en fors beperken en dat er sprake is van een onrechtmatige interference. De legitimate aim van eerlijke verkiezingen wordt door de Russische wet niet op een proportionele manier bereikt. Door Orlovskaya Iskra te vervolgen en beboeten heeft Rusland artikel 10 EVRM geschonden.

| Print Print | MR 21035