Ex mag seksuele relatie met Gordon niet ontkennen

Op 23 april deed de Rechtbank Midden-Nederland een bijzondere uitspraak in een kort geding tussen Gordon en zijn ex. De ex stapte naar de rechter om een contactverbod af te dwingen en stelde dat de berichten die Gordon over hun relatie op social media zette onjuist waren. Daarop stelde Gordon een tegen-eis in; hij wilde een rectificatie van de ex waarin hij verklaart te hebben gelogen over het bestaan van hun relatie of dat hij zich in elk geval dient te onthouden van het doen van uitingen met de inhoud of strekking dat de ex ontkent een affectieve, een liefdesrelatie of seksuele relatie met Gordon zou hebben gehad.

Blijkbaar is er volgens de voorzieningenrechter een verschil in het hebben van een ‘liefdesrelatie’ aan de ene kant en een ‘affectieve of seksuele relatie’ aan de andere. De voorzieningenrechter zegt hierover: “…onder de weergegeven WhatsApp berichten wordt vele momenten tegen elkaar uitsproken dat zij op elkaar verliefd zijn, is het, zeker nu [eiser] nadrukkelijk betwist ooit verliefd te zijn geweest op [gedaagde] , niet aan de voorzieningenrechter in dit kort geding om te (be)oordelen of bij beide partijen, zoals [gedaagde] in deze procedure stelt, naast een affectieve en seksuele relatie ook sprake is geweest van een liefdesrelatie. Van dit laatste zal bij de verdere beoordeling dan ook niet worden uitgegaan.” Op basis van de duizenden Whatsappberichten tussen Gordon en de ex-man meent de voorzieningenrechter welt te mogen vast stellen dat er sprake is geweest van een affectieve en seksuele relatie. Dat er volgens de ex hoogstens sprake was van een vriendschappelijke relatie is volgens de rechter niet vol te houden op basis van de inhoud en de hoeveelheid berichten.

Dit betekent dat Gordon geen onjuiste mededelingen over de aard van de relatie tussen de twee heeft gedaan op social media en dat er niet kan worden gesproken van ‘fake news’. Op 13 februari had Gordon alle berichtgeving, inclusief de foto’s van de ex al van zijn sociale media kanalen verwijderd. De rechter ziet geen grond om aan te nemen dat deze berichten niet verwijderd zouden blijven. Een veroordeling die Gordon er aan houdt om de berichten verwijderd te laten houden, vindt de rechter dan ook niet noodzakelijk. Daarbij is er geen contact meer tussen beiden geweest na 3 maart 2018 en heeft Gordon verklaard geen contact meer te zullen opnemen met de ex. Een toewijzing van het contactverbod vindt de voorzieningenrechter daarmee niet op zijn plaats.

Daarentegen is het volgens de voorzieningenrechter niet ondenkbaar dat de ex op enig moment weer publiekelijk zal ontkennen dat er tussen hem en Gordon meer dan een gewone vriendschap heeft plaatsgevonden. De rechter houdt hiermee het uitgesproken voornemen van de ex om een procedure tot het verhalen van zijn schade te starten op het oog.  Zeker gezien de publiciteit die de procedure met zich meebrengt, heeft Gordon volgens de rechter voldoende spoedeisend belang bij een toewijzing van een beperkte ordemaatregel. Een rectificatie waarin de ex aan redacties van verschillende media verklaart te hebben gelogen over de relatie gaat de rechter te ver. Dit kan Gordon zelf doen en daarbij zullen de redacties door de uitspraak zeer waarschijnlijk zelf op de hoogte komen van de door de ex gestelde onjuistheid. Er wordt in voldoende mate aan het belang van Gordon voldaan als de ex de affectieve- en seksuele relatie in de media, waaronder SBS Shownieuws, RTL Boulevard, Omroep Flevoland en het AD, niet meer zal ontkennen. In het geval de ex dit in de toekomst wel doet, kan hem dit een dwangsom van 5.000 euro per keer kosten.

Waarom dit nogal opmerkelijke verbod aan de ex om te ontkennen dat hij een seksuele relatie had met Gordon? De rechter stelt daarover:L “[gedaagde] is publiekelijk weggezet als leugenaar en fantast en iemand die, zoals door de raadsman van [eiser] in het [krant] en in de pleitnotitie onder punt 9 is gemeld, uit pure frustratie handelt enkel omdat er een geschil is over de aard van de relatie. Dergelijke uitlatingen zijn zonder meer schadelijk te achten voor een ieder, bekende Nederlander of niet.” Tot zover goed te volgen. Maar dat een publicatie schadelijk is voor iemand is niet bepaald uitzonderlijk. En op zichzelf natuurlijk geen reden voor onrechtmatigheid. Waarom die schade deze zeer vergaande en uitzonderlijke beperking (zonder beperking in de tijd bovendien) zou rechtvaardigen op de uitingsvrijheid en de persoonlijke levenssfeer van de ex blijft onduidelijk. De privacy van partijen lijkt door deze procedure sowieso niet echt te zijn gediend, zeker gezien de keuze van de rechtbank om de – soms zeer intieme – apps tussen Gordon en zijn ex in het vonnis te publiceren. Maar gelukkig is Gordon’s naam wel geanonimiseerd in het vonnis (overigens weer niet in het persbericht op rechtspraak.nl). Al met al genoeg stof voor discussie.