Franchisenemer mag Bakker Bart bekritiseren op intranet

Bart's Retail logoIn 2003 kwam er een nieuwe loot aan de inmiddels circa 190 vestigingen tellende franchiseketen Bakker Bart. De relatie tussen deze franchisenemer en de franchisegever Bart’s Retail B.V. verzuurde echter en naar aanleiding van verschillende incidenten zegde Bart’s Retail de franchiseovereenkomst eind 2011 op. Eén van de incidenten was dat de franchisenemer op het intranet van Bakker Bart (“Bartnet”) een aantal teksten had geplaatst die volgens Bart’s Retail onrechtmatig waren. De rechter moest oordelen of de opzegging terecht was. Daartoe wordt in het vonnis uitgebreid uit de posts op Bartnet geciteerd. Ter illustratie een aantal citaten: 

  • “ik heb totaal geen vertrouwen meer in de het volledige MT” (sic);
  • “[het handelen van [directeur] lijkt soms meer op handje klap dan de behartiging van onze belangen”;
  • “in mijn beleving (…) zijn we met elkaar gewoon voor de gek gehouden en zijn de door [E] en zijn kliek veroorzaakte problemen binnen Bakker Bart in onze schoenen geschoven”.

De rechter oordeelt dat de franchisenemer kritische noten mocht kraken over Bart’s Retail op Bartnet. De vrijheid van meningsuiting geldt onverkort op fora als Bartnet, dat onder meer is bedoeld om dit soort discussies mogelijk te maken.

De franchisenemer had zich bij het sluiten van de franchiseovereenkomst verder verplicht om de Gedragscode (“Code”) van Bartnet na te leven. In die Code is onder meer bepaald dat bij het handelen in strijd met de Code maatregelen kunnen worden getroffen, waaronder het geheel of gedeeltelijk afsluiten van de toegang tot het intranet en/of e-mail. Het feit dat Bart’s Retail op grond van onder meer de posts op Bartnet meteen was overgegaan tot ontbinding van de franchiseovereenkomst gaat de rechter te ver: eerst had Bart’s Retail de franchisenemer de toegang tot het intranet kunnen ontzeggen.

Deze zaak is een relatief zeldzaam voorbeeld van een zaak waar onrechtmatige publicaties op intranet een rol spelen. Zie ook deze uitspraak, waar de voorzieningenrechter oordeelde dat de stelling dat een gewraakte mededeling op intranet niet “publiekelijk” was gedaan, en daarom niet onzorgvuldig kon zijn, onjuist was.