Brongeheim vete Telegraaf / AIVD – AIVD verliest in Amsterdam en wint in Haarlem

logo-aivdOver deze uitspraken van rechters in Haarlem en Amsterdam is voldoende geschreven. De vindplaatsen van de uitspraken zijn in die berichtgeving meestal niet weergegeven. Wij volstaan voorlopig met die vindplaatsen en de samenvatting die de rechtbanken zelf hebben gegeven:

Vonnis Amsterdam:
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 23 juli 2009 vonnis gewezen in de zaak van De Telegraaf tegen de Staat. In dit vonnis is bepaald dat het de AIVD wordt verboden nog langer gebruik te maken van bijzondere bevoegdheden, zoals het afluisteren van telefoons, die waren gericht tegen een drietal journalisten (onder wie de hoofdredacteur en de adjunct-hoofdredacteur) van De Telegraaf. Tevens is in het vonnis bepaald dat het de AIVD niet is toegestaan om informatie die zij tot op dit moment heeft verkregen zelf te gebruiken of over te dragen aan het openbaar ministerie.

De AIVD heeft aangekondigd in spoedappel te gaan tegen deze uitspraak.

uitspraak Haarlem:
Klaagschrift ex art. 552a Sv. tegen inbeslagname van goederen bij een journaliste (klaagster sub 1) van de Telegraaf (klaagster sub 2). Tegen klaagster sub 1 bestaat de verdenking dat zij staatsgeheime informatie ter beschikking heeft gekregen van een medewerkster van de AIVD en haar partner, welke informatie zou zijn gebruikt voor reeds gepubliceerde artikelen in de Telegraaf. Op 18 juni 2009 heeft een doorzoeking in de woning van klaagster sub 1 plaatsgevonden. Klaagster sub 1 heeft de in de zaak Fressoz en Roire tegen Frankrijk bedoelde grenzen ten aanzien van de noodzaak de onthulling van vertrouwelijke informatie te voorkomen, overschreden nu zij ervan wordt verdacht dat zij door het medeplegen van bij de artikelen 98 en 98a Sr voorziene misdrijven de beschikking heeft verkregen over staatsgeheime informatie, welk bezit strafbaar is gesteld bij artikel 98c lid 1 Sr. Er was ‘an overriding requirement in the public interest’ aanwezig voor de rechter-commissaris om klaagster sub 1 om afgifte van de goederen te verzoeken en – na weigering van die afgifte – tot doorzoeking in de woning over te gaan teneinde de staatsgeheime informatie terug te brengen bij de AIVD. De rechtbank is van oordeel dat de doorzoeking proportioneel was en dat voldaan is aan het subsidiariteitvereiste. Met betrekking tot de inbeslagneming en kennisneming aangaande de staatsgeheime stukken speelt het gevaar van het bekend raken van de identiteit van bronnen geen rol meer, nu de identiteit van die bronnen reeds bekend is. Ten aanzien van alle voorwerpen en gegevens die geen betrekking hebben op de staatsgeheime stukken, speelt de bronbescherming mogelijkerwijs wel. De voortduring van het beslag op die voorwerpen acht de rechtbank dan ook een ontoelaatbare inbreuk op de vrije nieuwsgaring, zodat alleen ten aanzien van die goederen het klaagschrift gegrond wordt verklaard. De rechtbank geeft de rechter-commissaris de opdracht om de gegevens die betrekking hebben op de staatsgeheime informatie te selecteren. Klaagster sub 2 wordt niet ontvankelijk verklaard.