Volkskrant hoeft recensie “Complotdenkers” niet te rectificeren

In september 2016 is het boek “Complotdenkers” verschenen. In het boek besteedt de auteur aandacht aan Micha Kat. De auteur beschrijft de extreme en ongefundeerde uitlatingen en dreigementen die Kat doet en noemt hem een complotdenker. Over dit boek is eind 2016 een recensie in de Volkskrant verschenen, waarin de schrijver van de recensie termen gebruikt als “bizarre club rond kletskous Micha Kat”, “paranoïde gekkies” en “Kat is de ongekroonde koning van dit gekkenhuis”. Kat maakt bezwaar tegen deze recensie en vordert rectificatie van de over hem in de recensie gedane uitlatingen.

De rechter overweegt ten eerste dat waardeoordelen, zoals een recensie, volgens vaste rechtspraak in beginsel vrij zijn, tenzij een waardeoordeel geen enkele basis heeft. Volgens de rechter heeft de onderhavige recensie echter voldoende basis, aangezien het gebaseerd is op het boek. Dit is voldoende: “Met zijn stelling dat het boek van [de auteur van het boek] geen aanleiding geeft voor de door [de recensent] gebruikte kwalificaties, miskent [eiser] de regels voor recensies en andere opiniërende (niet-feitelijke) publicaties. Voor dergelijke publicaties zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd.”.

De Volkskrant heeft opgemerkt dat Kat zelf verder dan de recensie gaat in het geven van zijn mening, door bijvoorbeeld kwalificaties van Mark Rutte als “Pedo-Premier” en Jeanine Hennis-Plasschaert als “Hoer-Hennis”. Kat betwist dat zijn eigen kwalificaties van anderen een rol spelen bij de beoordeling van de zaak. Hier is de rechter het niet mee eens: “Daarmee miskent [eiser] dat volgens rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) voorafgaand gedrag van de persoon om wie het gaat een omstandigheid is die een rol speelt bij de beoordeling van de vraag of een publicatie onrechtmatig is.” De rechter is van mening dat Kat met dergelijke uitspraken zichzelf op een zeer felle wijze in het publieke debat mengt en daardoor minder snel kan beklagen dat er over hem ook in felle bewoordingen uitlatingen worden gedaan. Daar voegt de rechter nog aan toe: “Bovendien kan hij, door zijn extreme theorieën waarvoor hij zelf de aandacht van het grote publiek vraagt, worden aangemerkt als een publieke figuur. Publieke figureren hebben meer kritiek te dulden dan de gemiddelde persoon die zich niet in het openbaar debat begeeft.”.

Kat acht het ook buitengewoon schadelijk dat hij als gek wordt weggezet omdat daarmee afbreuk wordt gedaan aan zijn geloofwaardigheid als journalist. Hierover overweegt de rechter: “Op grond van vaste rechtspraak van het EHRM kan een klacht over reputatieverlies echter niet worden gebaseerd op het recht op bescherming van eer en goede naam als dat reputatieverlies het voorzienbare gevolg is van het eigen handelen van de betrokkene. Vooralsnog wordt het er voor gehouden dat, voor zover [eiser] als journalist niet serieus zou worden genomen, dat niet het gevolg is van de recensie, maar van de vergaande en vooralsnog ongefundeerde beschuldigingen over allerlei personen die [eiser] al jaren in niet mis te verstane bewoordingen onder de aandacht van het publiek brengt.

De recensie wordt niet onrechtmatig geoordeeld en de vordering van Kat wordt afgewezen.

De Volkskrant werd in deze zaak bijgestaan door Christien Wildeman.

 

| Print Print | MR 21386