Raad voor de Journalistiek op de schop: veranderingen toegelicht door voorzitter Laroes

We schreven hier eerder over de op handen zijnde veranderingen bij de Raad voor de Journalistiek. In een ingezonden stuk op De Nieuwe Reporter gaat Hans Laroes, de voorzitter van de Raad, nader in op deze veranderingen. De eerste belangrijke verandering is dat er een nieuwe versie van de Leidraad gaat komen. Daarover merkt Laroes op: De Leidraad is wat te uitgebreid, op sommige plekken is hij te veel gericht op de printmedia, en sommige uitgangspunten zijn niet werkbaar, niet logisch.

Als één van de voorbeelden hiervan noemt Laroes de huidige (restrictieve) norm in de Leidraad voor het maken van opnames met de verborgen camera. De rechter heeft deze norm regelmatig als uitgangspunt genomen (zie bijvoorbeeld deze zaak over “Undercover in Nederland”); het zal interessant zijn om te zien hoe de rechter om zal gaan met de nieuwe formuleringen van de Leidraad.

Als uitgangspunten voor het herformuleren van de Leidraad stelt Laroes dat de nieuwe Leidraad “van een hoger abstractiegehalte” en “korter” zou moeten zijn, en bovendien moet hij “de digitale tijd duidelijk incorporeren”. De herformulering van de Leidraad zal in samenspraak met de journalistiek gaan en Laroes wil in dit kader “binnen de journalistiek debatten organiseren, de opleidingen erbij betrekken, maar vooral ook: de discussie openen via het digitale domein, voor iedereen die een relevante opvatting heeft.”

Naast het wijzigen van de Leidraad kondigt Laroes nog een viertal andere maatregelen aan:

1. Klachten moeten altijd eerst aan de betrokken (hoofd)redacties worden voorgelegd en er zal een termijn van zes maanden (we nemen aan vanaf het moment van publicatie) gaan gelden waarbinnen klachten ingediend moeten worden;

2. Uitspraken worden ‘journalistieker’ en gaan ‘opvattingen’ heten. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de vaak gehoorde klacht dat de Raad ‘gejuridiseerd’ zou zijn;

3. De klachten zullen beoordeeld worden op journalistieke zorgvuldigheid, en niet op maatschappelijke aanvaardbaarheid. Voor de beoordeling van de journalistieke zorgvuldigheid blijft de (herziene) Leidraad het fundament;

4. De Raad zal zich “wat assertiever opstellen in discussie over het vak”; met andere woorden, de Raad zal met grotere regelmaat zijn mening over journalistieke onderwerpen gaan ventileren.

Opvallend is dat het voornemen om alleen nog klachten in behandeling te nemen over media die de Raad erkennen (waar we hier eerder over schreven) niet met zoveel woorden wordt genoemd. Laroes zegt alleen: “Het is bovendien moeilijk tot onmogelijk uitspraken te doen over media die ons niet informeren en niet op onze vragen reageren, al zullen we dat altijd proberen te doen als de zaak een wat groter belang dient.” Daaruit lijkt te volgen dat de Raad zich bevoegd blijft achten te oordelen over in elk geval een deel van de klachten over media die de Raad niet erkennen (door Laroes ‘afhakers’ genoemd).

Tot slot merkt Laroes op dat een aantal leden van de Raad zich niet konden vinden in de voorgenomen wijzigingen en om die reden zijn opgestapt. De Raad is daarom op zoek naar nieuwe leden.