Discriminatieverbod vs. Vrijheid van meningsuiting 1- 0? EHRM doet uitspraak in Féret tegen België

Vorige week heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg uitspraak (link voor de franstaligen onder ons) gedaan in een door de Belgische politicus Féret aangespannen zaak tegen België. Féret foeterde als toenmalig voorzitter van het Belgische Front National tegen immigranten en asielzoekers. Hij had in pamfletten onder meer opgeroepen tot een “Belgen en Europeanen first” policy voor de verdeling van werk. Immigranten moesten terug naar waar ze vandaan komen. Asielzoekercentra moesten worden omgevormd tot opvangcentra voor daklozen, hij streed tegen de “islamisering van België”, alleen mensen met Europese roots mochten nog asiel aanvragen, er moesten strengere regels komen die bepalen wie er in België nog vastgoed mag bezitten, de vestiging van families van buiten Europa moest worden tegengegaan, alle sans papiers zijn criminelen (want illegaal) en als klap op de vuurpijl moesten er ethnische ghetto’s komen om het Belgische volk te beschermen tegen het gevaar van de oprukkende Islam.

Féret werd in België onder de anti-discriminatiewetgeving veroordeeld tot een taakstraf (of 10 maanden cel) en mocht zich 10 jaar lang niet meer verkiesbaar stellen bij de verkiezingen. Die veroordeling vocht hij aan als een ontoelaatbare inbreuk op zijn uitingsvrijheid. Féret stapte uiteindelijk naar het Europese Hof.

Féret verloor, net aan (4 tegen 3). Volgens het EHRM woog het belang van het tegengaan van discriminatie en rassenhaat hier zwaarder dan de uitingsvrijheid van Féret, wiens vrijheid van meningsuiting als politicus op zich de sterkste bescherming verdient. Het Hof vond dat Féret  over de grens van het toelaatbare was gestapt door aan te zetten tot haat tegen buitenlanders en buitenlanders structureel te criminaliseren. Het Hof benadrukt dat oproepen tot haat volstaat voor het overschrijden van de grens. Het hoeft niet te gaan om oproepen tot geweld (hoewel ik vind dat bijvoorbeeld zijn oproep tot het creëren van ghetto’s wel erg in de buurt komt).

Het is een uitspraak van de Kleine Kamer. Féret kan nog in hoger beroep naar de Grote Kamer.

Hier wat relevante overwegingen:

La tolérance et le respect de l’égale dignité de tous les êtres humains constituent le fondement d’une société démocratique et pluraliste. Il en résulte qu’en principe on peut juger nécessaire, dans les sociétés démocratiques, de sanctionner voire de prévenir toutes les formes d’expression qui propagent, incitent à, promeuvent ou justifient la haine fondée sur l’intolérance (y compris l’intolérance religieuse), si l’on veille à ce que les « formalités », « conditions », « restrictions » ou « sanctions » imposées soient proportionnées au but légitime poursuivi

En ce qui concerne la teneur des propos incriminés, il ressort des tracts que le message véhiculé par ceux-ci, en plus de reposer sur la différence de culture entre les ressortissants belges et les communautés visées, présentait ces dernières comme un milieu criminogène et intéressé par l’exploitation des avantages découlant de leur installation en Belgique et tentait aussi de les tourner en dérision. Un tel discours est inévitablement de nature à susciter parmi le public, et particulièrement parmi le public le moins averti, des sentiments de mépris, de rejet voire, pour certains, de haine à l’égard des étrangers.

La Cour estime que l’incitation à la haine ne requiert pas nécessairement l’appel à tel ou tel acte de violence ni à un autre acte délictueux

A cet égard, la Cour rappelle qu’il est d’une importance cruciale que les hommes politiques, dans leurs discours publics, évitent de diffuser des propos susceptibles de nourrir l’intolérance (Erbakan c. Turquie, no 59405/00, 6 juillet 2006, § 64).

La Cour ne conteste pas que les partis politiques ont le droit de défendre leurs opinions en public, même si certaines d’entre elles heurtent, choquent ou inquiètent une partie de la population. Ils peuvent donc prôner des solutions aux problèmes liés à l’immigration. Toutefois, ils doivent éviter de le faire en préconisant la discrimination raciale et en recourant à des propos ou des attitudes vexatoires ou humiliantes, car un tel comportement risque de susciter parmi le public des réactions incompatibles avec un climat social serein et pourrait saper la confiance en les institutions démocratiques.

La Cour a examine les textes litigieux divulgués par le requérant et considère que les conclusions des juridictions internes concernant ces publications étaient pleinement justifiées. Le langage employé par le requérant incitait clairement à la discrimination et à la haine raciale, ce qui ne peut être camouflé par le processus électoral. En conséquence, la Cour estime que les motifs des juridictions nationales pour justifier l’ingérence dans la liberté d’expression du requérant étaient pertinents et suffisants, compte tenu du besoin social impérieux de protéger l’ordre public et les droits d’autrui, c’est-à-dire ceux de la communauté immigrée.

Misschien niet geheel verrassend klinkt overal dat het nu oppassen wordt voor Wilders, die nu wordt vervolgd voor, volgens sommigen, soortgelijke uitspraken. Ik betwijfel of Wilders vergelijkbaar is met deze meneer van het Front National (waar Féret inmiddels overigens uit is gezet). Het is mij bijvoorbeeld niet bekend dat Wilders ghetto’s wil vormen voor buitenlanders, noch dat niet-Europeanen geen asiel meer mogen krijgen (update: inmiddels pleit hij wel voor het sluiten van de grenzen voor alle asielzoekers). Met de opvatting dat Féret en Wilders mogelijk niet goed te vergelijken zijn is niet iedereen het eens, zo getuige deze site waar overeenkomsten tussen Féret en Wilders worden genoemd. Fijn is deze uitspraak in ieder geval niet voor Wilder’s rechtszaak. Dat neemt niet weg dat Maurice de H. één dezer dagen wel weer met een mooie peiling zal komen waaruit blijkt dat Wilders wéér een paar puntjes is gestegen.

De èchte vraag is natuurlijk of het beter is de Férets van deze wereld hun zegje te laten doen zodat iedereen zelf kan oordelen, of dat we ze hun boodschap moeten laten verpakken in acceptabeler taal, terwijl ze natuurlijk eigenlijk hetzelfde bedoelen of denken (en tot uitvoer zullen willen brengen zodra ze aan de macht komen). Het EHRM lijkt, geheel in de Europese traditie, de voorkeur te geven aan de wolf in schaapskleren. Lastige vraag, waar Europa anders tegenaan kijkt dan bijvoorbeeld de VS, waar de geliefde First Amendment (waarin de freedom of speech is vastgelegd) redelijk heilig is, tenzij bijvoorbeeld tot geweld of andere “imminent lawless action” wordt opgeroepen. Welk systeem is beter? Opvallend is in ieder geval dat de VS een zwarte president hebben, terwijl de Europese landen met hun strenge anti-discriminatie wetgeving zo ver nog niet zijn.